God rechtvaardigt goddelozen, geen bekeerden
2010-03-05
Verzoening door voldoening: Christus droeg aan het kruis in onze plaats de straf van God over de zonde. In het verleden hadden vooral vrijzinnigen daar moeite mee, maar inmiddels voelen ook sommige orthodoxe christenen zich van deze verzoeningsleer vervreemd. Zoals bijvoorbeeld Ton de Ruiter, tot voor kort Gereformeerd vrijgemaakt predikant. Zijn boek Jezus in Ons. Een andere kijk op verzoening prikkelde Ad van der Dussen tot een drieluik over de verzoening.- Jaargang 54
- nummer 5
| ‘Stel je voor,’ zei iemand uit de kerk tegen mij, ‘dat iemand mij een gemene streek geleverd heeft. Ik zou het erbij kunnen laten zitten en het hem vergeven. Ik zou er ook werk van kunnen maken. Maar dan doe ik één ding zeker niet: mijn zoon een blauw oog slaan en zeggen dat daarmee de zaak wel in orde is. In het laatste geval maak ik twee fouten: ik heb niet vergeven, wat de Here ons uitdrukkelijk leert, en ik heb mijn woede op de verkeerde verhaald.’ |
Met dit voorbeeld wilde hij duidelijk maken hoe onbegrijpelijk het voor hem is, dat de vergeving van onze zonden bewerkt wordt door de dood van Gods Zoon. De argumentatie daarvoor in Catechismus zondag 5 en 6 vindt hij onbevredigend. Hij is niet de enige. Steeds meer orthodoxe christenen, ook in onze Nederlands Gereformeerde kerken, ervaren vervreemding van de traditionele verzoeningsleer.
Dat is opmerkelijk. Ooit kwam het protest alleen van de kant van de vrijzinnigen. Berucht is professor Pieter Smits geworden met zijn uitlating: ‘Ik wens te staan voor de gevolgen van mijn eigen daden. En geef dan wat Paulus betreft mijn portie maar aan fikkie.’ Later klonken – voor ons ook nog ver weg – in de Gereformeerde Kerken kritische stemmen. Veel stof deed Herman Wiersinga op waaien, en na hem Cees den Heijer. Maar de tijd dat het debat aan de ‘Bijbelgetrouwe’ kerken voorbij ging, is voorbij. Zelfs in de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt is twijfel uitgesproken ten aanzien van ‘verzoening door voldoening’.
Ik doel op Ton de Ruiter, tot voor kort vrijgemaakt predikant. Hij botste zo hard op de leer van de kerk dat hij die niet langer voor zijn rekening wilde nemen en daarom zijn ambt heeft neergelegd. Intussen zocht hij naar een andere manier om recht te doen aan de Bijbelse verkondiging dat Christus voor onze zonden gestorven is. Daarvan heeft hij rekenschap afgelegd in een boek: Jezus in Ons. Een andere kijk op verzoening (uitgeverij Kok, 2009). Een sterk boek vind ik het niet. Maar het geeft wel aan hoe moeilijk ook serieuze Bijbelgetrouwe christenen het kunnen hebben met het ‘Christus in onze plaats’ en de interpretatie die de Catechismus daarvan geeft. In een reeks van drie artikelen wil ik erover schrijven. Daarbij zal ik gebruik maken van wat Ton de Ruiter naar voren brengt, om zo de problematiek scherp te krijgen.
Jezus in ons
De Ruiter ziet voornamelijk twee redenen waarom de traditionele verzoeningsleer niet voldoet. De eerste is dat ze zijns inziens een verkeerd beeld geeft van onze God. Zo is Hij niet: een God die alleen maar vergeven kan als Hij zijn Zoon in onze plaats ongenadig straft. Daarmee wordt tekort gedaan aan de liefde van God. ‘Hij is geen absolute strafeiser, die alleen kan vergeven en liefdevol zijn als er genoegdoening komt voor het kwaad. … God schenkt bij bekering graag koninklijk, royaal en liefdevol kwijtschelding.’ (259/260) De tweede is dat deze leer volgens hem gemakzucht in de hand werkt: ze prikkelt ons niet voldoende om ons te bekeren en een heilig leven te gaan leiden. ‘Als je gelooft dat Jezus alles al voor je betaald heeft … wordt het vast blijven zitten aan zonden vanzelf “minder erg”. De pleister van de vergeving ligt immers klaar.’ (249)
De Ruiter meent dat de dingen in de Bijbel eenvoudiger liggen. ‘Verzoening’ houdt in, dat twee partijen na on-enig-heid vrede sluiten en vervolgens eensgezind verder gaan. Zo wil God ook onze breuk met Hem helen. Hij vergeeft ons onze zonden graag, als wij maar bereid zijn om ons leven te beteren en om in het geloof een relatie met Hem aan te gaan. En de kruisdood van Christus dan? Die demonstreert hoe die relatie eruit moet zien. Terwijl mensen zich tegen Hem keerden en de duivel Hem uit alle macht probeerde Hem te verleiden, hield Jezus onverzettelijk vast aan God en toonde Hij zich de overwinnaar van de zonde. Met diezelfde overwinningsmacht wil Hij nu in ons wonen, zodat ook wij breken met het kwaad dat in ons huist en gaan leven in eenheid met God. ‘Jezus leefde voor God. Ook Hij kende als mens de natuurlijke neiging om het aardse belangrijker te vinden, maar kruisigde zijn eigen “ik”. … Elk zondig verlangen sneed Hij steeds weer weg. Dit is de innerlijke besnijdenis! … Zo groeide Hij in trouw en hemelse gezindheid. De uiterlijke kruisiging op Golgotha bracht tenslotte zijn innerlijke toewijding helder publiek aan het licht. … Sinds Pinksteren leeft de Gekruisigde in ons. … Dankzij zijn kracht kunnen ook wij onszelf innerlijk besnijden, kruisigen en toewijden aan God. … Wij worden totaal andere mensen. Dit bewerkt werkelijke eenheid tussen God en ons: verzoening!’ (183-186) Zie daar de essentie van verzoening: leven in eenheid met God doordat Jezus in ons is.
Vierhonderd jaar oud
De Ruiter presenteert zijn benadering als een ‘nieuwe’ manier van Bijbellezen (8), maar in feite borduurt hij voort op het vierhonderd jaar oude stramien van de Italiaan Fausto Sozzini. De charme van deze benadering is dat de mens wordt aangesproken op zijn verantwoordelijkheid. Vaak wordt gewezen op de gelijkenis van de verloren zoon (Lucas 15). Hoe komt het tot verzoening tussen de vader en de zoon? Doordat de zoon terugkomt op zijn dwaalwegen, zijn leven betert en terugkeert naar de vader, die met open armen op hem te wachten staat. Hier niks moeilijks over genoegdoening aan de gerechtigheid. Het is eigenlijk heel levensecht. Zo doen wij zelf het toch ook? Verzoening scharniert in het dagelijks leven om de bereidheid om een verstoorde relatie te herstellen, op basis van wederzijdse inzet. Overgebracht op onze relatie tot God betekent dat wel, dat onze menselijke inzet essentieel is.
Elke verzoeningsleer die het uitgangspunt van Sozzini kiest, zal daarom benadrukken dat de mens niet alleen de verantwoordelijkheid, maar ook het vermogen heeft om zijn leven te beteren. Dat zie je bij De Ruiter ook. ‘Het is niet zo dat mensen wel móeten zondigen en niet anders kunnen. (30) God geeft het vermogen en de kracht om te kiezen. (33) God laat via Mozes horen, dat het haalbaar is voor het volk om zich te houden aan de wetten. … De geboden zijn niet te zwaar of te moeilijk. … God legt daarmee hun toekomst in hun handen!’ (67) De consequentie hiervan is dat God van mensen afhankelijk is en in de verzoening met hen samenwerkt. ‘God wil afhankelijk zijn van de keus van mensen. (159, 172) Het Koninkrijk van God is overal waar echte samenwerking tussen mensen en God ontstaat. (155) “Samenwerking” is in de theologie ten onrechte een “besmet” woord, want in de Bijbel is het wezenlijk – ook bij onze redding.’ (165) Zoveel aandacht voor menselijke vermogens en verantwoordelijkheden is wel eervol voor ons. Het optimisme dat eruit spreekt, is ook stimulerend. Bij deze verzoeningsleer hoef je inderdaad niet bang te zijn dat de mens er te gemakkelijk van af komt.
Geloofshelden
De keerzijde van dat alles is, dat God ons uiteindelijk op onszelf terugwerpt. Onze toekomst ligt echt in onze eigen handen. Wij moeten de goede keuze van het geloof maken. Doen wij dat niet, dan houdt het op. De vader die zijn armen zo liefdevol naar zijn zoon uitstrekt, heeft in deze benadering een ongenaakbare en harde kant. Nogal kortaangebonden schrijft De Ruiter: ‘Als mensen niet willen houdt het op.’ (111) ‘Hardnekkigen laat God ten onder gaan. Zij willen Gods genadige aanbod van leven niet aanpakken. Ze krijgen waar ze voor kiezen.’ (121) Voor geloofszwakkelingen heeft deze verzoeningsleer geen boodschap. Verzoening is alleen weggelegd voor geloofshelden: mensen die net als Jezus onverschrokken bereid zijn om in hun liefde voor God tot het uiterste te gaan. ‘Jezus in ons’ houdt in: ‘De gestriemde, getrainde en gestaalde overwinnaar in ons.’ (107) Alles draait hier om kracht. Eigenlijk is vergeving in de Bijbel bijzaak. ‘Niet de vergeving van zonden, maar dit krachtige leven lijkt de kern van het Nieuwe Testament. … Vergeving kan dankbaar stemmen, maar geeft niet voldoende kracht om je te maken tot een hemels mens of tot een nieuwe schepping.’ (130, 188)
Hier wordt het mij bang te moede. Ik ben niet zo’n geloofsheld. Mijn vorderingen in mijn strijd tegen mijn oude ik zijn niet om over naar huis te schrijven. Ik leef er dan ook van dat God mij oneindig veel en vaak vergeeft. Maar dat zou voor het Nieuwe Testament bijzaak zijn? De Ruiter verwijt de traditionele verzoeningsleer dat die God te zwart afschildert. Maar ik word somber van zijn sociniaanse Godsbeeld. Ik moet er niet aan denken dat God mijn toekomst in mijn handen legt en voor mijn redding is aangewezen op mijn samenwerking met Hem. Uit ervaring weet ik dat er dan niets van terecht komt. En wat minstens zo belangrijk is: dat lees ik ook in de Bijbel.
God rechtvaardigt goddelozen
In Romeinen 4 gebruikt Paulus drie zinnetjes die allemaal hetzelfde zeggen: God brengt ons heil te weeg in totale onafhankelijkheid van ons mensen. Hier komen ze:
- God spreekt schuldigen vrij ( = rechtvaardigt goddelozen, vertaling NBG 1951) (vers 5)
- God maakt de doden levend (vers 17a)
- God roept in het leven wat niet bestaat (vers 17b)
Als ergens het beeld van de ‘samenwerking’ tussen God en mens niet van toepassing is, dan hier. Ga maar na: werkt een dode samen met God bij zijn opwekking? Knoopt God aan bij datgene wat niet bestaat om het in het leven te roepen? Zo zegt God ook ‘ja’ tegen mensen die willens en wetens ‘nee’ tegen Hem zeggen. Hij ziet kans mensen te redden die in het geheel niet met Hem samenwerken, maar hopeloos vast zitten in het moeras van zondige zwakheid en verblinding.
Voor die geweldige overmacht van God heeft De Ruiter geen ruimte. Hij legt het zinnetje uit Romeinen 4:5 als volgt uit. ‘God rechtvaardigt goddelozen, die zich bekeren en daardoor geen goddelozen meer zijn, maar rechtvaardigen.’ (175) Nou, daarmee komt hij natuurlijk niet weg. Want dan zou hij ook moeten zeggen dat volgens vers 17 God doden opwekt die al levend geworden zijn, en in het leven roept wat al bestaat… Maar vanuit vers 17 valt juist licht op vers 5: ook in zijn verzoening is God scheppend bezig, en knoopt Hij in geen enkel opzicht aan bij wat mensen presteren. De Ruiter vlakt die paradoxale uitspraak over de rechtvaardiging van goddelozen af tot een brave fatsoenswaarheid. De goddelijke rechter spreekt slechts officieel uit wat op grond van de daden al te constateren viel: deze goddeloze heeft zich bekeerd en is dus rechtvaardig. (167) Zeker: die rechtvaardigheid is geen menselijke verdienste, maar het werk van Jezus in hem. Maar dat is dan ook het enige wat wij van Christus te verwachten hebben. Dat wij als zondige mensen bekleed worden met zijn gerechtigheid, en dat zijn daad van gehoorzaamheid geldt als de onze (Romeinen 5:18) – dat past niet in het samenwerkingsmodel. De Ruiter windt er geen doekjes om: het Christus voor mij vervalt en maakt plaats voor Christus in mij. ‘Zekerheid van je redding ontstaat niet door “wat de gekruisigde Christus op Golgotha voor me deed”. Dat is een vergissing. Overtuigende zekerheid en rust ontstaat door “wat de gekruisigde Christus in me doet.”’(253) Zou het?
Ik moet bekennen dat De Ruiter met dit soort vervlakkende Bijbeluitleg bij mij het tegendeel bewerkt van wat hij beoogt. Als ik zijn boek lees, ga ik weer beter begrijpen, dat het ‘Christus in onze plaats’ een geheim onder woorden brengt waardoor mijn leven in een machtig perspectief komt te staan. Op een of andere manier draait het erom, dat ik voor verzoening niet langer wordt teruggeworpen op mijzelf, en dat de grond waarop ik sta Godzijdank niet gelegen is in mijn eigen gerechtigheid. Maar vallen we daarmee niet terug in dat ‘pleister-geloof’? En hoe zit het dan met die vader die zijn zoon een blauw oog sloeg? Hoe Bijbels is de leer van ‘verzoening door voldoening’? Volgende keer verder.
Dr. Ad van der Dussen is predikant van de NGK Eindhoven en kerndocent aan de Nederlands Gereformeerde Predikantsopleiding.