Breed gesprek over de werkers in de kerk
2010-03-05
Hoe gaat het eigenlijk met uw predikant? Wie is hij (echt) en wat is zijn takenpakket gedurende de week? Zou hij anders bezig zijn dan bijvoorbeeld zijn collega van een halve eeuw terug? En is de predikant de enige betaalde kracht in uw gemeente? Of zijn er naast hem één of meer kerkelijk werkers actief?- Jaargang 54
- nummer 5
Al lezend in het rapport Tussen gisteren en morgen (zie kader), realiseer je je dat er in onze kerken op zulke punten veel aan het veranderen is. En misschien ook nog wel heel veel veranderen moet. Want er zijn in onze kerken zorgen, die vragen om een goede aanpak én kansen met nieuwe mogelijkheden!
Losmakingen
Zorgelijk is bijvoorbeeld het feit dat er in de afgelopen tien jaar jaarlijks in onze kerken wel een predikant is losgemaakt, met veel verdriet en blijvende schade. Wat is daar een kerkelijke energie in gaan zitten! En wat duurt het een tijd voor een gemeente zo’n moeizame periode weer achter zich heeft gelaten! Terwijl de weg naar voortzetting van het predikantschap voor een losgemaakte predikant praktisch gezien vrijwel is afgesloten. Bij de aanbevelingen (nr. 68) staat: ‘beschouw uitstroom van predikanten door losmaking als een uiterste maatregel’. Wat is er aan de hand in onze kerken, dat er jaarlijks naar deze uiterste maatregel’ is gegrepen?
| De wereld om ons heen is in een halve eeuw sterk veranderd en de kerk verandert mee. Wat betekent dat voor de mensen, die in de kerken werken – predikanten en kerkelijk werkers? Ook gelet op de toekomst. De Landelijke Vergadering van 2007 (Zwolle) gaf aanzet tot een onderzoek naar het profiel van de toekomstige predikant. De commissie ‘Predikantsprofiel’ leverde recent een rapport af Tussen gisteren en morgen, waarin de thematiek in kaart werd gebracht. In het laatste hoofdstuk vind je maar liefst 72 aanbevelingen, waarbij het werken aan de transparantie in de gemeente, de nadruk op goede onderlinge communicatie en het belang van toerusting (van buitenaf) rode draden zijn. Reden voor ons als redactie van Opbouw om aandacht te geven aan dit boeiende rapport. In dit nummer vindt u een schets van de inhoud en later dit jaar zal een aantal mensen gevraagd worden om te komen met prikkelende kanttekeningen en vragen bij het rapport. Dat alles in de hoop dat het werkstuk van de commissie ‘Predikantsprofiel’ veel breder gelezen en besproken wordt dan alleen door de afgevaardigden op de komende Landelijke Vergadering. Het rapport is te downloaden op www.ngk.nl/lv/ (linkerkolom, onderwerpen: 9) of in boekvorm te bestellen bij marieke@pastoraad.nl. |
Kansen
Maar er waren ook positieve ontwikkelingen die aanleiding gaven tot dit rapport. Dan denk ik aan de opkomst van de kerkelijk werker in onze kerken. Dat is vooralsnog een strikt plaatselijke aangelegenheid op een deelgebied van het kerkelijk werk, zoals gemeenteopbouw, jongerenwerk of op missionair/diaconaal terrein. Soms is het voor onbepaalde tijd, maar in andere gevallen loopt het via een jaarlijkse overeenkomst tussen de kerkenraad en de betreffende kerkelijk werker. Daar zitten wel vragen om heen. Hoe is bijvoorbeeld de financiële basis (en het pensioen) van zo’n kerkelijk werker geregeld en hoe verhoudt zijn of haar werk zich tot dat van de predikant. Maar dat hier nieuwe kansen liggen voor grote en kleine gemeenten is zeker.
Breed
De commissie ‘Predikantsprofiel’ heeft zich met veel toewijding gegeven aan dit onderzoek. Daar hebt u misschien al iets van gemerkt, want de Opbouwspecial Werkers in een veranderende kerk was mee een vrucht van het werk van de commissie. En verder waren er onder leiding van de commissie bezinningsdagen met kerkenraadsleden uit een groot deel van de kerken. En ook een predikantendag, gewijd aan deze thematiek, ontbrak niet.
Het onderzoeksveld is dus breed verkend. Boeiend analyseert het rapport de samenhangen tussen het werk van predikant, kerkenraad, gemeente, de kerkelijk werker en de opleiding. En als één ding duidelijk wordt, dan is het wel dat er voor álle betrokkenen werk aan de winkel is!
Breed is het rapport ook door als achtergrond de ontwikkeling in de samenleving te kiezen. Wat is daar veel veranderd in de afgelopen decennia! Het rapport noemt onder andere de individualisering, de toegenomen mondigheid en de secularisatie. Dat heeft de plaats van kerk en christen in de samenleving grondig veranderd! Waarbij de vraag opkomt in hoeverre de kerken - maar ook de predikantsopleiding! - daarop heeft ingespeeld.
Helderheid
In het rapport wordt krachtig gepleit voor verheldering van de posities van predikant, kerkelijk werker, kerkenraad en gemeente. Wat zijn de verwachtingen over en weer tussen predikant (of kerkelijk werker) en kerkenraad/gemeente. Daar zit vaak veel onhelderheid, met alle teleurstelling en frustraties van dien.
Belangrijk in dit verband is dat de commissie de aanbeveling doet dat de predikant zich concentreert op de kerntaken van prediking, pastoraat en onderwijs. Daarin liggen de mogelijkheden om geestelijke leiding te geven aan de gemeente en dat vindt de commissie het eigenlijke van het predikantswerk. De bestuurlijke leiding kan wat de commissie betreft maar beter bij de kerkenraad komen te liggen.
In het rapport wordt dus krachtig gewerkt aan de doorzichtigheid van de gemeentelijke structuur (wie is voor wat verantwoordelijk?). En daarmee is nauw verbonden een goede communicatie tussen alle partijen. Dat proef je in de in totaal 72 aanbevelingen van het rapport. Daarover nog iets meer in het vervolg van dit artikel.
Geestelijke leiding
In de aanbevelingen richting de predikant vind je natuurlijk ook terug dat het geven van geestelijke leiding zijn eigenlijke taak is. Dat komt niet alleen tot uiting in wat een predikant zegt of doet, maar ook door wie hij is. Dat zie je – als het goed is – op de verschillende werkvelden terug. Ten eerste in de zondagse dienst - een bron van inspiratie voor de gemeente (nr. 18,19). En naast de zondagse kerkdienst gaat er ook geestelijke sturing uit van het doordeweekse pastoraat: Door pastoraat houdt de predikant voeling met de gemeente (nr. 20).
Op andere terreinen kan de predikant – wat het rapport betreft - meer op de achtergrond blijven, waarbij gemeenteleden het werk voor hun rekening nemen (bijvoorbeeld in de catechese en het missionaire werk). Het is wel nodig dat de predikant op deze en andere punten de toerusting van gemeenteleden stimuleert (nr. 23), al hoeft hij dat weer niet zelf te doen. Inbreng van buiten de gemeente kan wel zo deskundig en verfrissend zijn!
Permanente educatie
Het zal u niet verbazen dat ook de toerusting van de predikant zelf de nodige aandacht krijgt.
Met het WAP-rapport werd het studieverlof al een vast onderdeel van het predikantswerk - dat alles in overleg met de kerkenraad (nr. 57). Maar het rapport ‘Predikantsprofiel’ beveelt verplichte nascholing van predikanten aan (nr. 53). Die geregelde input van buitenaf zou er in preventieve zin voor moeten zorgen dat een predikant niet vast komt te zitten in eigen of gemeentelijke patronen. Maar in positieve zin is er de hoop dat een geïnspireerde predikant zelf ook weer een bron van inspiratie voor de gemeente kan zijn.
Dat alles komt met terugwerkende kracht terecht bij de opleiding tot predikant. In aanbeveling 48 lees je: het competentieprofiel voor predikanten wordt de leidraad voor de opleiding van theologiestudenten. Daarbij sluit het rapport aan op een ontwikkeling die al gaande is (NGP), waarbij gekeken wordt welke kennis en vaardigheden een predikant nodig heeft om zijn werk in de gemeente goed te kunnen doen. Aan die kennis en vaardigheden moet dan vervolgens in de opleiding gewerkt worden. Dat klinkt heel logisch, maar de praktijk is vaak weerbarstig.
Openheid
Het rapport werkt ook op een ontspannen wijze aan de openheid van de plaatselijke gemeenten.
In de eerste plaats in de richting van het landelijke verband. Sommige zaken krijg je als plaatselijke gemeente gewoon niet voor elkaar. Zoals de regeling van de salariëring van predikanten, maar ook die van kerkelijk werkers (nr. 42,43). Datzelfde valt te zeggen van de opleiding. Veel daarvan wordt al landelijk geregeld, maar het rapport beveelt een NGP-module voor kerkelijk werkers aan, om die zo meer vertrouwd te maken met de identiteit en de gebruiken binnen de NGK (nr. 58).
Een landelijke aanpak lijkt ook gewenst als het gaat om de versoepeling van de doorstroming van predikanten binnen onze kerken. Het rapport heeft het in dat verband over ‘uitleen’ en ‘ruil’ van predikanten (nr. 68) en erkenning van de status van interim-predikant (nr. 69).
Boeiend vond ik ook de openingen in de richting van coaching door mensen van buiten de gemeente. De gedachte bijvoorbeeld, dat een kerkenraadsdag wel eens aan waarde zou kunnen winnen door een deskundige van buitenaf (nr. 46,47)! Diezelfde inbreng van buiten wordt door het rapport bepleit voor het jaarlijks evaluatiegesprek tussen predikant en kerkenraad. Aanbevolen wordt verder om voor nieuwgekozen voorzitters en scriba’s een toerustingdag te organiseren (nr. 44). En om nog iets anders te noemen: soms kan het nodig zijn dat een predikant of kerkelijk werker gedurende een zekere periode externe begeleiding of coaching ontvangt (nr. 60).
Aan alles merk je dat dit rapport ‘Predikantsprofiel’ met het oog op de kerkelijke praktijk is geschreven. Dat moet wel stof tot gesprek geven, plaatselijk en landelijk!
Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.