Stille tijd

1997-01-10
  • Jaargang 41
  • nummer 1
Sommige christenen zeggen dat ze niet meer zonder kunnen.
Anderen reageren er afwerend op: ,,0, dat is niks voor mij." Er zijn er ook die er zich niets bij voor kunnen stellen.
Stille tijd - daarover gaat het in ! dit artikel.

Contact met God
Om bij de categorie mensen te beginnen wie het begrip niets zegt: 'stille tijd houden' is de aanduiding van de gewoonte van christenen, om elke dag een half uur (of meer of minder) te reserveren voor contact met God. Zij trekken zich dan terug, om door middel van gebed en bijbellezing Zijn tegenwoordigheid te ondergaan. Voor hen houdt de gemeenschap met God namelijk meer in dan dat ze 's zondags naar de kerk gaan, of op een doordeweekse avond naar de bijbelkring.
Zij zoeken de persoonlijke ontmoeting met Hem. Daarbij is het hun ook nog niet genoeg, om in gedachten met Hem bezig te zijn terwijl ze alleen in de auto rijden, of aan het strijken zijn, of een boswandeling maken. Zij zetten zichzelf elke dag heel bewust even stil, om Hem in een bijbelwoord tot hen te horen spreken en zichzelf in het gebed voor Hem open te leggen.
Zo'n 'stille tijd' wordt vaak 's morgens vroeg gehouden, maar er zijn ook mensen die het voor het slapen gaan doen, of in hun middagpauze. Voor welke tijd van de dag zij ook kiezenhet is een vast programmapunt voor hen. Zij wachten niet totdat ze er aan toe komen, maar plannen het in hun agenda zodat andere dingen dan moeten wijken;

Bonhoeffer
Juist dat planmatige roept reacties van afkeer op. Naar het gevoel van veel christenen laat een ontmoeting met God zich niet op zo'n manier organiseren.
Echt contact met Hem komt meer bij wijze van een verrassing tot stand.
Als je er elke dag een half uur voor gaat zitten, wordt het een doodse plichtpleging. Er zullen ongetwijfeld lezers zijn, die zich wat dat betreft herkennen in de ervaring van de studenten van Bonhoeffer. Deze Duitse theoloog - in het najaar van 1995 schreef ik in Opbouw een tweetal artikelen over hem - stond enige tijd aan het hoofd van een seminarie waar predikanten werden opgeleid. Het beleid, dat hij voerde, voorzag in datgene wat wij 'stille tijd' noemen: elke dag werden de studenten geacht na het ontbijt zich op hun kamer terug te trekken om in afzondering te mediteren over een bijbeltekst (een week lang elke dag dezelfde!) en te bidden. Het was geen succes: bij de evaluatie bleek dat sommigen tijdens dat half uur in slaap vielen. Anderen kregen het zo benauwd van die verplichting tot concentratie, dat zij de tijd maar benutten om aan hun preek te werken of commentaren te lezen - al dan niet pijprokend ... Op andere seminaries dreef men er de spot mee: "Bij Bonhoeffer begint het mediteren al onder het tandenpoetsen!"
Collega's van hem wantrouwden zijn ideeën. Dat verplichte half uur in de binnenkamer deed hun wettisch aan; ook waren ze bang voor raar mystiek gedoe.
Ik moet bekennen dat ik met die reserves ten opzichte van 'stille tijd' meevoel.
Ook ik ben ervan overtuigd dat een ontmoeting met God zich niet laat organiseren. Het kan akelig leeg blijven, daar in die binnenkamer. Gods openbaring laat zich niet afdwingen.
En voor je het weet, verbééld je je dat je Zijn stem hoort, of dat de Geest je je een bepaalde kant opstuwt ... Trouwens, het geestelijk leven laat zich helemaal niet dwingen. Een pleidooi voor het houden van stille tijd komt op veel christenen over als het aanbod van een geestelijk harnas, dat aan je geloof weliswaar een superieure stevigheid schijnt te kunnen verlenen, maar waarin je als een kleine David helemaal niet uit de voeten kunt.
Laten we elkaar daarom alsjeblieft niet in vrome keurslijven persen; er moet tóch al zoveel in het geloof. Het heeft geen zin om 'stille tijd' te houden op zo'n manier dat het tegen je gevoel ingaat. Er mogen nog zulke goede argumenten zijn om ertoe over te gaan - wanneer je jezelf er ook maar enig geweld mee aandoet, werkt het niet. Aan de andere kant: wat de boer niet kent, eet hij niet. Er zijn gerechten die je moet leren waarderen. Zo zijn er ook 'werkvormen' in het geestelijk leven die je je eigen kunt maken en die dan van veel waarde blijken te zijn.
Bonhoeffer wist dat. Hij liet zich dan ook niet uit het veld slaan door de obstinate reacties van zijn studenten.
Samen met hen heeft hij gezocht naar handvatten om dat weerbarstige half uur na het ontbijt hanteerbaar te maken. Velen waren hem later dankbaar voor zijn volharding: ze hadden dankzij hem een 'geestelijke oefening' leren beheersen, die iets wezenlijks toevoegde aan hun geloofsleven.


Stilte
Het komt mij voor, dat de kracht van het houden van 'stille tijd' gelegen is in datgene wat menigeen erin afschrikt: de afzondering, de noodzaak van concentratie, de afwezigheid van alles wat afleidt van jouzelf. Ongetwijfeld zal iedereen in zijn omgeving mensen kennen, die er juist op gesteld zijn om regelmatig alleen te zijn. Zij zijn in zodanige harmonie met zichzelf, dat zij het aan kunnen om weinig 'buitenwereld' om zich heen te hebben. Maar daar staan vele anderen tegenover die niet zonder mensen en dingen kunnen die afleiding geven. Stilte werkt hun op hun zenuwen. De Brabantse Leontien van Moorsel - zij is wereld kampioene wielrennen op de baan en op de weg geweest - heeft de angst voor 'stilte' eens als volgt verwoord in een interview: "Stilte?! Daar heb ik zo'n hekel aan.
Hoe meer er gekeet wordt, hoe beter ik het vind. Ik zou nooit op mijn eigen willen wonen. 's Avonds alleen in huis!
Nee zeg, dat vind ik eng .... Een eenpersoons hotelkamer, een dag voor de wedstrijd, dat vind ik echt erg. Dan moeten ze me niet alleen laten. Gelukkig hebben we een goede masseur in de ploeg die dat opvangt. Die zorgt er altijd voor dat het gezellig om ons heen is. Lekker kletsen over van alles en nog wat, en een beetje dollen op de massagetafel. Stilte vind ik veel te eng. Later als ik niet meer zo in de belangstelling sta, ga ik gewoon gezellig mensen opzoeken en samen iets doen."

Behalve erg hard fietsen kon Léontien - uit zulke gezegdes blijkt dat - ook treffend de menselijke behoefte aan afleiding en gezelligheid onder woorden kon brengen. Heeft ze niet gelijk? Op jezelf teruggeworpen worden is vaak onaangenaam. De grote Franse denker Blaise Pascal (1623-1662) was er heel eerlijk over: "Niets is zo onverdraaglijk voor een mens als in volstrekte rust te zijn, zonder hartstochten, zonder bezigheden, zonder afleiding of wat zijn gedachten in beslag kan nemen. Dan voelt hij zijn nietigheid, zijn verlatenheid, zijn tekort, zijn afhankelijkheid, zijn onmacht, zijn leegte. Ogenblikkelijk welt uit het diepst van zijn hart de verveling op, de zwaarmoedigheid, de treurigheid, verdriet, ergernis, wanhoop (Pensées Fr. 622, Edition Brunschvicg 131).

Is het een wonder dat een mens vaak hunkert naar gezelschap en afleiding?
We zijn niet voor niets geschapen als gemeenschaps-wezens. Toch laten die diepste gevoelens en stemmingen, die zich aan een mens opdringen wanneer hij op zichzelf wordt teruggeworpen, zich niet negeren. Ze zijn er, en ze vragen erom serieus genomen te worden. Dat gebeurt niet, wanneer je ze stelselmatig ontloopt door Skyradio hard aan te zetten, je te laten amuseren door RTL-4 en met vrienden lol te maken. Wie consequent weigert om de confrontatie met zichzelf aan te gaan in uren van afzondering en stilte, verwaarloost de diepere lagen van zichzelf. De winst daarvan is, dat het leven leuk blijft. Maar daar staat een enorme schadepost tegenover: je verliest dan ook het contact met jezelf, en er sluipt on-echtheid in de omgang met anderen, waardoor het niet meer kan komen tot wezenlijke ontmoetingen. AI dat babbelen en kletsen, al die herrie op radio en TV, alle kicks die mensen ontlenen aan sensationeel amusement - het heeft iets hols. En daar lopen mensen vroeg of laat op vast. Want wij mensen kunnen niet zonder authentieke ontmoetingen met anderen - en met onze Schepper.

De ontmoeting tussen God en mens
Er is maar één therapie: dat 'enge' van alleen op je kamer zijn niet langer ontlopen, maar het op je af laten komen. Bedwing jezelf, als de stilte je benauwt en je de neiging voelt om de radio aan te zetten of de telefoon te pakken. Luister naar jezelf, en laat de onrust die je voelt maar aan bod komen. Word maar verdrietig, of weemoedig, of angstig. Dan, wanneer je die diepere gevoelens en stemmingen toelaat en zo eindelijk echt contact maakt met jezelf, zijn de voorwaarden geschapen om ook echt in contact te komen met anderen. Dan zal blijken wie je vrienden zijn, aan wie je voorzichtig iets van jezelf kunt laten zien, zodat er met hen een werkelijke ontmoeting tot stand komt. Dan ook zal de relatie tot God tot haar recht kunnen komen. Want wezenlijk voor Gods omgang met ons mensen is, dat Hij ons door en door kent - Psalm 139.
Dat betekent ook dat Hij er iets mee kan, met die angst en die weemoed en dat verdriet. Die diepere lagen van onszelf, die in onze lawaaierige en oppervlakkige samenleving zo rampzalig verwaarloosd worden, kunnen we aan zijn zorgen toevertrouwen. Hij, die zelf vanuit de peilloze diepte van zijn goddelijk hart tot ons nadert in zijn Zoon Jezus Christus, wil niets liever dan ingaan op onze wezenlijke situatie.
Daarbij zal Hij naar ons luisteren, en ons met zorg en troost en vergeving in zijn hoede nemen. Maar daarbij heeft Hij ons ook veel te zeggen.
Hij zal ons terugroepen naar zijn Koninkrijk, waarvan wij mensen zo diepgaand vervreemd zijn. Hij zal ons de ogen willen openen voor ons onbekende waarden, en voor de verkeerde keuzes die wij zo vaak in ons leven maken. Hij zal ons leren ons verwarde leven in een ander perspectief te zien.
Hij zal ons roepen om in Zijn Zoon te geloven en Hem te volgen. Kortom: wanneer wij onszelf niet ontlopen maar voor Gods aangezicht willen gaan staan zoals wij zijn, zal Hij ook tot ons hart spreken over wat Hém beweegt, en onze aandacht vragen voor de wegen die Hij met ons wil gaan.

Stil zijn tot God
Daarom is het voor ons christelijk leven zo nodig dat wij ons niet laten meesleuren in de maalstroom van oppervlakkigheid en onechtheid. Wij kunnen niet zonder tijden, dat wij inkeren tot onszelf en ons afsluiten voor al die stemmen waarmee die diepe en intieme ontmoeting met God overschreeuwd wordt. Alleen wanneer wij ons daarin oefenen, zal de kerkdienst ons brengen wat er van haar verwacht mag worden. Ook in de kerk is er immers de machtige verleiding, om de wezenlijke ontmoeting van God met zijn volk te ontlopen, en de gemakkelijker weg te kiezen van afstandelijk rationele beoordeling van de preek, en van sociale babbels over vakantie en actualiteit. Het blijft overeind staan: de ontmoeting met God laat zich niet organiseren. Er is geen simpel mechanisme aan het werk, als zou een stille tijd van inkeer automatisch het contact met Hem tot stand brengen. Het voor zijn aangezicht gaan staan zoals je bent, heeft niet vanzelfsprekend het effect dat Hij je aanspreekt. Het evangelie lijkt maar al te vaak op een oester, die we met geen mogelijkheid open kunnen wringen om zo de verborgen parel te bemachtigen. Juist in stille uren kan een mens zo duidelijk gewaar worden, dat wij niet beschikken over Gods toewending tot ons.
Die toewending is een zaak van vrije genade. Stille tijd is dan ook ten diepste 'stil zijn tot God' (Psalm 62:2): wachten tot Hij ons genadig is (Psalm 123:2).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief