Waarlijk, mijn ziel keert zich stil tot God, van Hem is mijn heil
1997-01-10
Op 1 december vierde Roei z'n 51 e verjaardag.- Jaargang 41
- nummer 1
Z'n eerste en laatste verjaardag zonder Hilke, die hem ruim drie maanden eerder was voorgegaan. Hij had, na haar sterven zo goed mogelijk de draad weer opgepakt. Hij wilde zo gauw mogelijk weer preken en op 28 september ging hij voor in Den Helder, de gemeente die hij voor zijn emeritering gediend heeft. En hij maakte het zich niet gemakkelijk. De tekst voor de preek was Johannes 11, de opwekking van Lazarus. Typerend voor Roei, hij ging de moeiten en de emoties niet uit de weg. En het heeft hem goed gedaan om zo de draad weer op te pakken. De wapenrusting aan te trekken.
De dienst aan het Woord had z'n hart.
Daarom was het voor hen beiden ook verschrikkelijk moeilijk toen de actieve dienst zo voortijdig beëindigd moest worden. Wat was hij in oktober 1976 vol enthousiasme begonnen in Den Helder!
De weg naar het ambt is voor Roei geen gemakkelijke weg geweest. In 1964 had hij zich aan de Vrije Universteit ingeschreven aan de Faculteit der letteren om klassieke talen te studeren.
Een jaar later kwamen we elkaar voor het eerst tegen toen ik mij inschreef aan de sociale faculteit voor de studierichting politicologie. Beiden waren we lid van de VGSA en bewogen ons in dezelfde uitgebreide vriendenkring.
Inmiddels werden de eerste breuken zichtbaar in de Vrijgemaakte Kerken, zijn vader was één van de ondertekenaars van de Open Brief, en in diezelfde tijd maakten wij beiden de overstap naar de theologie, en omdat Kampen voor ons gesloten was, studeerden we beiden af aan de V.U.
Tijdens zijn studietijd werd hij ernstig ziek en verbleef een tijdlang in Leeuwarden en Groningen in het ziekenhuis.
Het zijn voor Roei moeilijke jaren geweest, de studie stond een hele tijd op een laag pitje, en hij had moeite de draad weer op te pakken. Het was voor hem een zegen, toen Hilke op zijn weg kwam, een trouwe bondgenoot die hem geweldig stimuleerde.
Zo deden ze samen intrede in Den Helder. En ze hebben het daar naar hun zin gehad. Roei was in zijn pastoraat een bewogen mens, en ging in meer dan één opzicht z'n eigen gang.
Hij durfde tegen de stroom in te roeien.
Na een aantal jaren werd hij getroffen door een herseninfarct, waardoor hij lange tijd uit z'n werk raakte. Nog maar kort daarvan hersteld en weer aan het werk, kreeg hij een hartinfarct, waardoor hij opnieuw belemmerd werd in z'n werkzaamheden.
Acht jaar na z'n intrede in Den Helder kwam de procedure rond zijn emeritering tot een afronding en vertrokken Roei en Hilke naar Middelburg, in de buurt van zus Mien en zwager Freek.
Niet bij de pakken neerzitten, strijdvaardig en ongebroken van geest zette hij zich in voor de kleine gemeente van Middelburg
en voor de kerken. Niet altijd even gemakkelijk, ook nu bleek
hij zichzelf te willen blijven, maar toonde zich trouwen loyaal jegens de mensen, met wie hij moest samenwerken.
Ze hebben veel te verstouwen gekregen in hun leven. Ziekte, kinderloosheid, een dienst die vroeg moest worden afgebroken.
Maar hij bleef loyaal, ook tegenover zijn Zender, die hij naar vermogen bleef dienen, ook toen hij het liefste dat hem op aarde gegeven was, moest loslaten. Zelf brengt hij dat heel direct onder woorden in de bedankbrief na Hilke's begrafenis.
Een schreeuw vanuit de eenzaamheid.
"Zonder haar verder te moeten, is verschrikkelijk, soms zelfs ondraaglijk".
Maar tegelijk was hij ook zielsdankbaar voor de steun die hij ontving, waardoor "het ondraaglijke iets van zijn verschrikking heeft verloren".
Zo gedenken wij in Roei Brands een dienaar van het Woord, die door de diepten van het leven is heengegaan, en die door zijn doorzettingsvermogen diep respect bij ons allen heeft afgedwongen.
Niemand van ons heeft ooit de eenzaamheid kunnen beseffen waarin hij terecht kwam, en die hij met Gods hulp buitengewoon moedig gedragen heeft.
En God, zijn Heer, was een genadig God, toen Hij hem riep: Nu is het voor jou genoeg!