Kruimels van de tafel
1997-01-10
Niet romantisch- Jaargang 41
- nummer 1
Ooit heb ik in een krant een interoiew met een schaapherder gelezen. De man was van oorsprong een stadsmens, van beroep jownalist. Dat leven gaf hem het gevoel dat hij achter zichzelf aanrende.
Daar wilde hij verandering in brengen: terug naar de natuur om zichzelf terug te vinden. Daarom was hij schaapherder geworden, maar dat werk had hem niet gebracht wat hij eroan verwachtte. Van nadenken over zichzelf was niet zoveel terecht gekomen. In de eerste plaats omdat de schapen hem van 's morgens vroeg tot 's avonds laat helemaal in beslag namen. Maar ook omdat hij bij dit werk de mensen niet ontlopen kon. Hij was een toeristische attractie geworden.
Waar hij ook was met zijn kudde, altijd waren er wel mensen en kinderen die hem stonden aan te gapen, hemfilmden enfotografeerden en de schapen onrustig maakten. Een toeristische attractie was een herder in de tijd van het Nieuwe Testament beslist niet. Herder zijn had niets romantisch. Het was een hard, gevaarlijk beroep. Herders waren blootgesteld aan de hitte van de dag en de kou van de nacht. Ze werden geconfronteerd met rovers en wilde dieren die de kudde bedreigden. David heeft als herder wel eens met een leeuwen een beer moeten vechten. Tegen al dergelijke bedreigingen moest de herder de kudde beschermen, vaak met gevaar voor eigen leven. Daar komt nog bij dat herders in de joodse samenleving als een verachte· lijk, minderwaardig en onbetrouwbaar soort mensen te boek stonden. Ook van deze gezichtshoek uit verbaast het je dat Jezus zichzelf in Joh. 10 typeert als herder.
Maakt Hij zich zo niet onaanvaardbaar in de ogen van de mensen? Zou het echt niet verstandiger geweest zijn dit aanstootgevende beeld te vermijden?
M.R. van den Berg, Groningen