Terloops

1997-01-10
  • Jaargang 41
  • nummer 1
Over geloven gesproken
In Trouw stond een interoiew met oud· minister Schmelzer. Deze vertelde in het gesprek o.a. over zijn jeugd en de middelbare school. die hij bezocht. Hij kwam daar in de leer bij dejezuïeten, die een grote invloed op hem hebben gehad. Zelf zegt hij: .Zij zijn toch de soldaten van Christus, om niet te zeggen. de generaals.
Vechtersbazen, en wij leerlingen waren de stoottroepen." Hij heeft kritiek op hen, maar zijn dankbaarheid is groter ... Van dejezuïeten heb ik het besef van het geloof als de bindende en vitaliserende factor van het leven. Ik wilde graag een loyaal lid zijn van de katholieke geloofsgemeenschap, alleen moesten ze me niet vertellen dat het monopolie aan ons was. Ik had me verdiept in de goddelijke genade en tot mijn vreugde eroaren dat die zich niet stoort aan grenzen van landen, rassen, klassen of geaardheid. Als je dat weet, kun je niet meer aannemen dat er één Zaligmakende Kerk is. Dat is in strijd met Gods goedheid. Daar hadden mijn strijdbare leraren niet van terug."
Het leven is voor Schmelzer niet altijd gemakkelijk geweest. Zijn oudste kind overleed binnen één jaar. Het tweede kind werd drie jaar en overleed in een ziekenhuis na een medische fout. Het derde kind kreeg in het derde jaar een hersenontsteking, waardoor het geestelijk gehandicapt werd. Daarna kwamen er nog twee gezonde kinderen. Schmelzer zegt hierover: "Het geloof heeft me de kracht gegeven om door te gaan. Ik dacht: 'Ook al zie ik de zin niet, het móet zin hebben'. Ik ben niet gaan rebelleren tegen de Grote Baas. Of ik de zin later ontdekt heb? Misschien dat ik ben gaan beseffen hoe relatief en kwetsbaar aards geluk is."
Over 'later' zegt hij ten slotte: "Ons aards bestaan krijgt een veroolg dat zijn wortels heeft in dit leven. Hoe meer gelukje hier hebt opgebouwd voor ande· ren erejezelf. hoe meer geluk ook daar."
Deze opmerking is, denk ik, typisch 'kaiholiek', Onze goede werken hebben waarde, maar zó? Zou het mooiste niet zijn, dat straks de vreemdelingschap is vergeten?

Het Brabants Dagblad gaf een interoiew met de domineeszoon Jan Terlouw. Toen men hem vroeg of hij in God gelooft, antwoordde hij: "Dat is een niet te beantwoorden vraag. Dat geldt trouwens voor alle wezenlijke kwesties. Vragen over ruimte, tijd, heelal, leven en dood en doel van het leven: ze leveren geen antwoorden op. Je kunt hoogstens iets vermoeden.
Niet in God geloven is overigens iets anders dan niet weten. De vraag of God bestaat, is slechts te benaderen."
Terlouw weet het niet. Jammer. Hij is weljaloers op het onwankelbare geloof van zijn oude moeder. Hij zegt: "Zij put daaruit grote kracht...' Jammer, dat niet altijd naar moeders wordt geluisterd. Ook onder ons niet.

P. C. van Wyk, Zaltbommel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief