God maakt een nieuw begin
1997-09-19
Als je doorleest in het boek Nehemia heb je de neiging hoofdstuk 7 en 11 over te slaan. Het zijn hoofdstukken die uitsluitend van belang lijken voor die tijd, en voor de generatie daarna om er kennis van te nemen. Leuk om de namen van je vader of grootvader tegen te komen. Maar als het belang van deze hoofdstukken tot die tijd beperkt zou zijn, is het vreemd dat de Heilige Geest ervoor gezorgd heeft dat wij ze nu ook nog kunnen lezen. Daarom toch maar lezen! In de ‘gewone’ NBG-vertaling is dat haast ondoenlijk, maar de Groot Nieuws Bijbel vertaling biedt uitkomst.- Jaargang 41
- nummer 19
Om de hoofdstukken 7 en 11 te kunnen plaatsen is het goed te bedenken waarmee hoofdstuk 6 geëindigd is. Ondanks alle tegenstand van buitenaf en van binnenuit werd de herbouw van de muur voltooid in 52 dagen. Alleen ontbraken nog de deuren en het nodige personeel. Dat gebeurt in de verzen 1 t/m 3 van hfd. 7. Maar dan volgt vers 4 en daar draait het in deze hoofdstukken om: De stad nu was ruim en groot, maar het inwonertal was gering, en er waren geen huizen gebouwd. De verwoeste stad Jeruzalem (vgl. 2 Kron. 36:19) is herbouwd, maar nauwelijks bewoond. De teruggekeerde ballingen en de in het land gebleven joden woonden hoofdzakelijk in de dorpen rond Jeruzalem, vermoedelijk om financieeleconomische of om veiligheidsredenen. Daar moet dus wat aan gedaan worden: de stad van Gods beloften moet weer bewoond worden door mensen die in Gods beloften geloven!
Een nieuw begin
Als Nehemia daarover zit te piekeren en te puzzelen, brengt God hem op het idee om een oud register (zie ook Ezra 2) te bestuderen. Het register van de eerste teruggekeerde ballingen. Raadpleging daarvan geeft de gelovige burger Nehemia weer moed. Het register laat nl. zien dat de terugkeer geschiedde o.l.v. 12 leiders. Toen het volk Israël bevrijd werd uit Egypte, werd het beloofde land verdeeld over de twaalf stammen. Uit Babel keren de twaalf als het ware weer terug naar het beloofde land, ieder naar zijn "eigen erfdeel". Met andere woorden: God maakt een nieuw begin!
De opsomming van de teruggekeerde ballingen is eigenaardig: eerst het "gewone" volk, dan pas de bijzondere mensen, de leiders. Zou dat hierop wijzen: het volk is er niet voor de leiders, maar de leiders zijn er voor het volk ...?
In de opsomming zit een duidelijke structuur: eerst de families met hun namen (vaak al veelzeggend, wij zeggen: dat is typisch een ...), dan de stad van herkomst (vaak ook veelzeggend, vgl. de typerende verschillen tussen Rotterdammers en Amsterdammers). Dan volgen de priesters, levieten, tempel knechten en nakomelingen van de slaven van koning Salomo.
Anatot en Paschur
De lijst zegt ons niet zoveel, maar er vallen een paar namen op: het plaatsje Anatot, en de priesterfamilie Paschur.
We kennen Anatot uit Joz. 21 :18, het is de geboorteplaats van Jeremia (Jer. 1:1). Hij heeft 't daar vanwege zijn scherpe oordeelsprofetie niet makkelijk gehad. Ze wilden hem vermoorden. Dan worden ze vervloekt door de HERE God (Jer. 11:21-23): er zal er niet één in leven blijven ...! En toch, ze zijn er weer bij! Paschur moest ook niets van Jeremia hebben. Hij liet hem geselen en in de gevangenis zetten. Ook hij wordt vervloekt (Jer. 20: 1-6): er zal er niet één in leven blijven ...! En toch, ze zijn er weer bij en het was de grootste priesterfamilie! Anatoth en Paschur zijn ter dood veroordeeld èn toch weer begenadigd. Je ziet in deze namen Gods genade schitteren. Misschien gaat er achter al die andere namen ook wel zo'n geschiedenis schuil. Eén ding is duidelijk: bij God is echt een nieuw begin mogelijk!
Een veelbelovende lovende rest
Duidelijk is dat maar een rest is teruggekeerd: 42.360 man. Misschien samen met vrouwen en kinderen zo'n 100.000 man. Maar wat stelt het voor bij wat het geweest is? Kijk maar naar het aantal priesters en Levieten in vergelijking met Davids tijd (1 Kron. 24). Er waren 24 dienstgroepen priesters, nu nog maar 4; 4.000 muzikanten, nu nog maar 128; 4.000 poortwachters, nu nog maar 138. Maar de HERE kan er wat mee! Voelt u wat een geweldige troost er in dit hoofdstuk zit voor een tijd als de onze, waarin we te maken hebben met teruglopende aantallen kerkleden?
De situatie lijkt hopeloos, maar als de HERE weer wat wil, en wij ons in laten schakelen, dan kan er heel wat gaan gebeuren! Hoofdstuk 11 laat zien welke concrete maatregelen genomen worden om de stad weer te bevolken. Zo zal door loting één op de tien families verhuizen van het platteland naar de stad. Voor velen van ons al moeilijk denkbaar, laat staan voor hen toen (Jeruzalem leek de weer opgebouwde stad Serajewo). En gelukkig zijn er ook vrijwilligers, die uit eigen vrije wil naar Jeruzalem verhuizen. Ze werden erom geprezen, iets wat niet altijd gebeurt onder Gods volk. Als hoofd van de Levieten wordt een zanger aangesteld: Uzzi, een afstammeling van Asaf, de psalmdichter. Na de ballingschap werd het zingen van Gods lof kennelijk nog belangrijker. En die zangactiviteiten werden uit rijksfinanciën betaald, dus door de heidense overheid! De HERE laat de lof van zijn volk op Hem financieren uit de geldkraan van heidenen.
Namen
Ook deze hoofdstukken zitten weer vol met namen, we kunnen er vaak maar nauwelijks door komen. Het zijn namen van mensen die ons niets meer zeggen. Dat is goed voor te stellen, het gaat om mensen van zo'n 2400 jaar geleden. Maar ook mensen die betrekkelijk kort geleden gestorven zijn, worden door ons snel vergeten, ook al was 't nog zo'n lief en goed mens. Is het dan niet ontroerend om te zien, dat de HERE God zich al die namen van die families herinnert? Hij vergeet ze niet! (vgl. Psalm 103) We zien hier in het klein wat we later in het groot zullen meemaken, zoals Schulte Nordholt het verwoordde in Gezang 25: En alle, alle mensen samen, die zullen voor zijn aangezicht staan zingen in het grote licht.
En Hij kent allen bij hun namen.