Jeugdwerk op de helling

1997-09-19
  • Jaargang 41
  • nummer 19
Op de voorpagina van Opbouw is in korte tijd twee keer het Jeugdwerk ter sprake gebracht. Ds. W. Smouter, zelf oud-voorzitter van het Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk (NGJ), schreef in nr. 17 over het succes van ‘evangelische’ evenementen en in dat verband over de massale gereformeerde toogdagen voor jongeren. Een teer punt, erkende hij: ons gereformeerden lukt dat niet zo best meer. Voor de zomer schreef Mirjam de Rooij over gebrek aan mankracht, waardoor volgens haar jeugdverenigingen stranden en ook het NGJ activiteiten moet laten liggen (nr. 11). Inderdaad, het NGJ is bezig activiteiten af te stoten. Twee jaar geleden moesten onze weekenden er al aan geloven. De toogdagen raken ook uit de gratie. En nu beleeft zelfs Verkenning zijn laatste dagen, zoals we aan onze lezers al hebben laten weten. Kan dat allemaal zo maar? Blijft er nog wel iets over van het Jeugdwerk?
Alle reden voor het bestuur om nu zelf ook de publiciteit op te zoeken in dit blad. We willen onze kerken graag informeren, in hoeverre gebrek aan mankracht en moeizame toogdagen ons hebben geleid in onze plannen. Maar vooral, wat ons voor ogen staat bij een gezond Jeugdwerk.

Laten we voorop stellen, dat we ons niet zozeer schamen voor onze producten, ook al stoten we er nu dan enkele af.
Verkenning is op zich een goed blad. Eigenlijk altijd geweest. Dat durven we gerust te zeggen. De inhoud was altijd goed verzorgd, en de vormgeving is de laatste jaren zo verbeterd, dat we rustig kunnen spreken van een kwaliteitsproduct.
Ook onze weekenden stonden als heel goed bekend. De bijbelstudies waren van niveau. Vaak gebeurde het, dat mensen die ervan geproefd hadden, verschillende jaren achtereen mee gingen. Over onze jeugddagen is in het verleden heel verschillend geoordeeld. De bezoekers waren meestal wel positief, maar deze activiteit is toch altijd het meest onderhevig geweest aan kritiek. Niet iedereen had trek in zo'n 'uitgesmeerde kerkdienst'.

Toerusting altijd het doel
Hoe dan ook, sinds de oprichting van ons Jeugdwerk heeft er altijd een team klaargestaan van mensen die, naar beste weten en kunnen, gewerkt hebben aan de toerusting van onze jeugd - zoals verwoord in onze statuten: "De stichting stelt zich ten doel de bevordering van de bestudering van Gods Woord en de toerusting vanuit Gods Woord tot het leven van alle dag. Zij richt zich hierbij op de jeugd en de jeugdverenigingen van de Nederlands Gereformeerde Kerken." Het huidige bestuur realiseert zich, dat het nu activiteiten afrondt, die vroeger door anderen met veel enthousiasme zijn opgezet. Hun producten zijn in het verleden zorgvuldig bedacht en gemaakt en nogmaals, wij hebben ons dan ook nooit geschaamd voor de kwaliteit. Toch is er, vooral de laatste jaren, onrust bij ons gegroeid. We zijn ons gaan afvragen, of het wel verantwoord was om op deze weg verder te gaan. Natuurlijk, het zou ons vast gelukt zijn, om Verkenning nog eens 25 jaar te laten verschijnen. En om nog eens 25 ouderwetse toogdagen te organiseren. We hoefden onze winkel maar open te houden. We hoefden maar te leunen in onze bestaande zetel met de sussende gedachte: wij doen aan Jeugdwerk.

De realiteit
Maar nu de realiteit.
Verenigingswerk is voor de jeugd van deze tijd allang geen vanzelfsprekendheid meer. Er zijn tegenwoordig legio mogelijkheden om uit te gaan, de vereniging is daar slechts één van. Er is tijd en geld vrij gekomen en het zijn sterke benen, die de luxe daarvan kunnen dragen. Alleen die jongelui, die op een vereniging meer zoeken dan gezelligheid, houden het er vol. Vervolgens zien we het helaas gebeuren, dat die serieuze jeugd op steeds jongere leeftijd de vereniging alweer verlaat. Ook dit komt de omvang van het verenigingswerk niet ten goede. Het betekent niet alleen kwaliteitsverlies, maar ook de mobiliteit van de groep neemt af (de chauffeurs, die de groep naar een landdag of een rayonmeeting konden brengen, worden schaars).
Tel daar nog eens bij op de verminderende interesse voor leesvoer, dan is de balans gauw gemaakt.
In het licht van deze ontwikkelingen moeten we de feiten onder ogen zien. Onze weekenden hadden we dus al afgelast - vanwege de lage opkomsten. Op onze traditionele jeugddag komen de laatste jaren krap 300 jongelui. Ook dat is veel te weinig. Elk jaar zijn er weliswaar enthousiastelingen te vinden, die zo'n dag willen voorbereiden ('t valt misschien nog wel mee met die mankracht), maar het rendement is erg laag. Vooral binnen het kader van onze doelstelling is het rendement veel te laag. We raken de jeugd en de verenigingen op deze manier niet echt. We bouwen niet structureel aan de genoemde toerusting. Datzelfde gold ook van onze weekenden.

Pijnlijke gegevens
Met Verkenning ligt het helaas niet veel anders. Het aantal abonnees schommelt al tijden rond de duizend.
Een aanzienlijk aantal. Maar wie zijn die duizend lezers? Dat weten we feitelijk al sinds jaar en dag: de ouders van onze jeugd. De eigenlijke doelgroep kent ons van de lectuurbak. En daarvoor is ons blaadje ons net iets te kostbaar (ook letterlijk te kostbaar, want de veel grotere Christelijke Gereformeerde Kerken en zelfs de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt hebben niet een blad van ons kaliber). Het zijn pijnlijke gegevens. Terwijl je niet verkeerde producten maakt, bereik je er je doelgroep niet (meer) mee! Toch zijn wij niet bang om deze feiten onder ogen te zien. En ook niet, om maatregelen te nemen. Als het zo ligt, moeten we een andere koers gaan varen. In onze brief aan de Verkenninglezers noemen we onze maatregelen: niet populair, niet gemakkelijk, niet nostalgisch, maar alleen maar eerlijk.

Blijft er nog iets over ... ?
Wat blijft er nog over van het Jeugdwerk? Sommigen zijn misschien bang, dat onze afslanking te rigoureus is ingezet en dat het via verschijnselen van anorexia tot het einde van het Jeugdwerk moet leiden. In de rest van dit artikel hopen we die angst weg te nemen. Om te beginnen is er het werk in de rayons. In onze bestaande structuur vormde dit slechts een onderdeel van het geheel. Dat is ook moeilijk te voorkomen in een organisatie met deelcommissies. Doordat we nu andere activiteiten schrappen, komt er veel meer aandacht voor deze kant van het Jeugdwerk.
We zitten hier heel dicht bij de 'werkvloer'. Het netwerk van onze jeugdverenigingen zal misschien wel nooit meer de gestalte van een Bond aannemen. Maar we willen wel erg graag, dat de plaatselijke verenigingen elkáár (blijven) ontmoeten in het verband van hun rayons. Actieve contactpersonen kunnen vanuit het NGJ heel goed impulsen geven. Nu andere verbindingen wegvallen (het blad, de evenementen), wordt dit werk des te belangrijker. We gaan werken aan een goed team van contactpersonen, die vanuit het NGJ het rayonwerk organiseren. Het kan beter, doordachter, efficiënter, dan tot nu toe gebeurde.

Kaderwerk!
Het is uiteindelijk de plaatselijke vereniging, waar het Jeugdwerk zich op moet richten. Dáár gebeurt het.
Sinds enkele jaren organiseren we weer speciale kaderweekenden. We geven een soort training aan de jeugdleiders. Gezien hun gunstige respons hebben we de overtuiging, dat dit werk verder uitgebouwd moet worden. Hier ligt een zeer eigenlijke taak voor het Jeugdwerk (ook onze statuten leggen dit accent). We hebben stoute plannen om, naast onze kaderweekenden, ook kaderwerk 'op maat' te leveren. We willen daarmee naar de verenigingen toe. De lezer merkt wel, dat ons afstoten van activiteiten niet bepaald is voortgekomen uit lamlendigheid. Bij dit alles staat ons nadrukkelijk voor ogen, dat op de verenigingen de bijbels open gaan. Dat spreekt vanzelf, zal iemand denken. Maar dan moeten we hem teleurstellen. De huidige tieners vinden het heel moeilijk, om de oude woorden te laten spreken voor de praktijk van hun eigen leven. In de rayons, maar ook op onze cursus, krijgen we heel vaak dergelijke signalen. Er wordt maar wat gepraat op de vereniging, bij een ... dichte bijbel.
Voor de toekomst denken we aan heel gebruiksvriendelijke brochures, waarin gedeelten uit de bijbel worden ingeleid. Met het verdwijnen van Verkenning verdwijnen dus niet al onze redactionele taken. We leggen ons toe op frisse en praktische brochures. Vanwege hun bruikbaarheid verwachten we dat die, in tegenstelling tot Verkenning, wèl ingezien worden.
Bij alle veranderingen is dit de continuïteit in het Jeugdwerk: liefde voor de Here, voor zijn Woord en voor zijn jeugd.

Zestien-minners
De tieners, waartoe ons Jeugdwerk zich tot nu toe altijd beperkt heeft, zijn de 16-plussers. Zestien jaar is namelijk de onderste leeftijdsgrens van de meeste jeugdverenigingen.
Op veler verzoek, en na lang denken, hebben we besloten om voortaan ook te mikken op de jeugd daaronder (12-
15 jaar). Van deze categorie kinderen 'sneuvelt' een groot percentage, voordat zij hun meer zelfstandige verenigingsleven voortzetten. Bij de grens tussen 15 en 16 jaar zit een bottleneck.
Slechts twee keer hebben we tot nu toe iets laten organiseren voor de leiders van deze groep. We hopen hen in de toekomst intensiever en structureler te helpen, voor een gezonder clubleven en voor een betere doorstroom naar de jeugdvereniging. Ook in dit opzicht ontwikkelen we dus initiatieven, zij het dat we hier onze weg voor het grootste deel nog in moeten vinden. Maar dat geldt niet alleen voor dit plan.

Positief blijven
Het ene doen, het andere niet nalaten, zegt iemand? Wij hebben gekozen voor meer duidelijkheid. Wat ons betreft krijgen we niet te maken met een brij van doeltreffende en minder doeltreffende activiteiten, maar met een strak, overzichtelijk en efficiënt Jeugdwerk. Bij al onze ideeën wordt aan de doelstelling van onze statuten volledig recht gedaan - zeker niet minder dan in het verleden. Diezelfde statuten voorkomen ook dat we wilde sprongen gaan maken - mocht iemand daar bang voor zijn.
Misschien is het verdrietig, dat we na 25 jaar het roer moeten omgooien. Maar wijzelf kunnen er ook nog wel de positieve kanten van zien. We hopen dat iedereen, die onze liefde voor Christus' kerkjeugd deelt, het NGJ voor de toekomst een warm en biddend hart blijft toedragen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief