Predikanten in de problemen
1997-09-19
Het vak van predikant moet je leren, niet alleen op de universiteit, maar ook in de dagelijkse praktijk van de gemeente.- Jaargang 41
- nummer 19
Dat schrijft Nelleke Slootweg, in een artikel 'Stil, de dominee gaat voorbij...", in het september-nummer van Kerkinformatie, het officeel orgaan van de drie SoW-kerken. En hoewel zij uiteraard uitgaat van de situatie in die drie kerken, is veel van wat ze schrijft herkenbaar; ook in onze kerken doen zich soms situaties voor waarin de verhouding tussen gemeente en predikant problematisch geworden is. Een paar dingen uit haar artikel. Hierboven stond al dat je het predikant-zijn ook moet leren in de praktijk; veel (oudere) predikanten hebben daarom fijne herinneringen aan hun eerste gemeente. Maar juist op dat punt is er in de loop van de tijd nogal wat veranderd:
Ooit had je typische kandidaatsgemeenten, bijvoorbeeld in Friesland. Daar begon je, laag gesalarieerd, maar met een doorgewinterde kerkenraad, met veel bestuurlijke ervaring en mensenkennis. In zo'n toen nog gesloten gemeenschap werd weinig verhuisd.
Wie er woonde, was er ook geboren. Een kerken raadslid trad na zijn periode af, om een of twee jaar later weer terug te komen. Zo iemand kende het dorp en de (kerk)mensen die er woonden en als jonge dominee kon je daar je voordeel mee doen. Die gemeenten bestaan nauwelijks meer. De grotere mobiliteit maakt dat de kerkelijke gemeenschap een vlottende geworden is. Ook komt het steeds vaker voor dat ambtsdragers al na een jaar om allerlei redenen afhaken. Langzamerhand wordt de dominee de bijna enige, nog min of meer continue, factor in een gemeente. Daarnaast is hij/zij dan ook nog eens de enige professionele kracht, naast een groot aantal vrijwilligers, die allemaal mondig geworden zijn.
Maar, eerlijk is eerlijk, het ligt niet alleen aan dit soort veranderingen in de gemeentenhoewel die stellig een rol spelen. Het ligt ook aan de dominees zelf en aan wat ze hebben meegekregen in hun opleiding:
...dominees zijn vaak eigenzinnig. Dat ligt ook aan hun opleiding: ze hebben niet geleerd om samen te werken met collega's of vrijwilligers. Vaak zijn ze geneigd om de problemen eerder bij 'de anderen' te zoeken dan bij zichzelf. "Het eigen functioneren wordt zelden onder kritiek gesteld. Als er problemen zijn zeg ik vaak tijdens de begeleiding: Maar hoe zit dat dan: is er contact geweest tussen jou en de ander, kennelijk is daar iets verkeerd gegaan. Kijk nou eens wat je eigen aandeel daarin was. Dat is tenslotte het enige dat je kan beïnvloeden. Dan zijn ze vaak heel verbaasd als ze zien dat ze daarin wel degelijk een eigen rol vervuilen", zegt drs. H.J. Oortgiesen van het Mentoraat en de Werkbegeleiding NHK.
lets als dat laatste - om daar nog even bij te blijven: een begeleidingsinstantie binnen de kerken - hebben wij uiteraard niet in ons kerkverband, wars als we nu eenmaal zijn van alles wat ooit zou kunnen gaan rieken naar hiërarchie. Dat maakt ons echter, juist in de fase dat problemen bezig zijn te ontstaan (dus voordat kerkvisitatoren of regionale commissies zich ermee bemoeien), wel erg afhankelijk van de goede persoonlijke relaties die iemand heeft. Op zichzelf is dat ook niet zo erg - als die relaties er dan ook maar zijn op het moment waarop je ze nodig hebt. Juist het ontbreken daarvan is naar mijn indruk binnen onze kerken de laatste jaren een aantal malen oorzaak geweest van problemen.