Marshallhulp zou nieuwe hoop bieden

1997-02-07
  • Jaargang 41
  • nummer 3
De laatste maanden staan nogal wat Oost-Europese landen in de belangstelling. We hoeven maar te denken aan Servië, Bulgarije en Albanië. In al die landen is momenteel sprake van grote onrust onder de bevolking. De oorzaak daarvan hangt samen met het recent verlaten van het communistische systeem en met de teleurstelling aangaande wat er daarna is gebeurd. Het zijn de naweeën van een systeem dat de mens, beelddrager van God, slechts zag als een productiemiddel, en Gods schepping als het substraat waarop dat productieproces diende plaats te vinden.
Die visie leidde tot uitmergeling van de schepping en tot onvrijheid en armoede onder vrijwel de gehele bevolking.
Het Westen ging na aanvankelijke bewondering over de geweldige ommekeer in het Oostblok al snel weer over tot de orde van de dag. Tot de westerse orde wel te verstaan. De veranderingen in het voormalige Oostblok raakten ons wel, maar alleen oppervlakkig. De beelden waren indrukwekkend. We zaten erbij en keken ernaar en waren blij met het eindresultaat.

Lijdensweg
Dat eindresultaat was voor de inwoners van die landen echter het begin van een lange lijdensweg. De publieke en private armoede werd alleen maar groter.
De kloof tussen arm en rijk groeide.
De landbouwproductie viel in veel gevallen met 50% terug. Voor onderwijs, openbaar vervoer en medische zorg moest voortaan fors worden betaald. Had iedereen in het verleden nog een baan, na de omwenteling sloeg de werkloosheid toe en op dit moment leeft 80% van de bevolking op of onder het bestaansminimum. De lonen zijn zeer laag, met 150 gulden in de maand mag je al niet klagen. En een pensioen is nog veel lager. Veel mensen zijn blij als ze in een dorp wonen. Dan heb je in ieder geval een betaalbaar huis waarin je met twee of drie generaties kunt c.q. moet wonen. Dan kun je ook je eigen varken en kippen fokken en je eigen groenten en fruit kweken. Mensen die begin jaren tachtig, na 40 jaar trouwe arbeid, van een rustige oude dag hoopten te gaan genieten moeten nu de eindjes weer aan elkaar zien te knopen.
Dit alles overziende is het niet zo verwonderlijk dat de corruptie in Oost-Europa welig tiert.

Teleurstelling
AI met al zijn vele mensen in de Oost-Europese landen zwaar teleurgesteld in de resultaten van de omwenteling. Men lijkt van de drup in de regen te zijn gekomen. Dat is ook precies de reden van veel instabiliteit in die landen. De Oost-Europese landen en hun bevolkingen hebben dringend behoefte aan hoop en perspectief. De vraag is wat de rijke westerse wereld gedaan heeft om die hoop en dat perspectief te bieden.
Welnu: bar weinig. Het is ook de vraag of die westerse wereld zich zelf wel bewust is van haar eigen perspectief.
De zegeningen van de vrije markt misschien?
Het recht van de sterkste krijgt in Oost-Europa echter al veel te veel kansen. Het lijkt erop dat men in West-Europa blij is dat men van het communisme is verlost en zich vervolgens weer is gaan richten op de eigen economische groei.

Perspectief
Wat meer perspectief heeft geboden dat zijn de honderden kleinschalige particuliere en kerkelijke projecten. Daarbij wordt hulp geboden voor lichaam en geest. Aan beide is een schreeuwende behoefte. Enkele weken geleden was ik, in het kader van dergelijke contacten, weer eens in Roemenië. Dan ziet het er gelukkig niet allemaal grijs, grauwen corrupt uit. Dan mag je ook lichtpuntjes zien: de verkondiging van het Evangelie, de warme vriendschapsbanden, de gastvrijheid, de blijdschap om de geboorte van een kind. Dan ervaar je ook weer de overweldigend mooie natuur, die 's zomers zo idyllisch kan zijn en 's winters zo verstild. Op de terugreis denk je dan: waarom kunnen de westerse landen de handen niet ineen slaan om ook via grootschalige programma's deze landen daadwerkelijk te helpen? Niet om ze even die lang verwachte materiële welvaart te brengen, maar om ze het gevoel en de zekerheid te geven dat ze niet alleen voor die bijna onmogelijke opgave staan. Oost-Europese landen willen graag aansluiting bij de Europese Unie.
De EU zou schromelijk tekort schieten wanneer ze alleen maar zou wachten tot deze landen zichzelf aan de haren uit het moeras omhoog zouden hebben getrokken. Net zoals de West-Europese landen na de Tweede Wereldoorlog konden putten uit de zgn. Marshallhulp, zo zou er voor Oost-Europa ook een Marshallplan moeten worden opgezet.
Dan kunnen de voorwaarden worden geschapen op grond waarvan de bevolking in die landen weer op een normale manier in hun eigen onderhoud zou kunnen voorzien. De rijke westerse landen hebben naar mijn mening de morele plicht om hiertoe initiatieven te nemen. Dat is dan 7 jaar te laat, maar beter laat dan nooit.

(Dick Stellingwerf is Tweede-Kamerlid voorde RPF)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief