Bidden
1997-02-07
‘Vogels zonder vleugels’: zo noemden de Puriteinen gebeden die te zielloos, te weinig ‘gemeend’ zijn om van de aarde op te stijgen en tot de Here God door te dringen. Als u, lezer(es), het onbevredigende van zulke gebeden herkent, en als de intensivering van het christelijk gebedsleven uw belangstelling heeft, leest u dan verder. Want daarover gaat dit artikel.- Jaargang 41
- nummer 3
Miljoenen weesgegroeten
In zijn roman Bezonken rood schrijft Jeroen Brouwers:
Ik heb nooit geweten wat dat precies is: bidden. Wel is er een tijd geweest dat ik alle gebeden, litanieën en formules van de katholieke godsdienst uit mijn hoofd kende. Ik zag al spoedig in, dat het uitspreken alléétl van deze teksten niet 'bidden' was, maar wat er méér bij te pas moest komen begreep ik niet, - ik ben opgehouden met daarover na te denken. Miljoenen weesgegroeten heb ik opgezegd, maar nooit heb ik één weesgegroet gebeden.
"Van bidden word je rustig", zei mijn grootmoeder. Zo word ik rustig van het staren in de vlammen van een open vuur. Dat bidden, evenals staren in de vlammen van een open vuur, tot niets dient en tot niets leidt, behoort tot mijn 'levensbesef' dankzij mijn kleuterjaren in het Tjideng-kamp (een Jappenkamp voor vrouwen en kinderen in het voormalige Batavia, AvdD). (blz. 41/42)
Dit zijn indringende regels, waarin de ervaring van talloze moderne mensen verwoord wordt. In de eerste plaats is er die ontnuchterende ontdekking, dat je als kind wel gebeden kunt leren opzeggen, maar dat je daarmee nog niet hebt leren bidden. In de tweede plaats wordt de sombere conclusie uitgesproken, dat gebeden geen 'adres' hebben. Een biddend mens is met zichzelf alleen, en vindt in zijn gebedsactiviteit hoogstens een innerlijke rust.
Dat laatste moge een zekere waarde hebben - onder bepaalde omstandigheden is het zinloos.
Het gebed van Jezus
Kijken alleen mensen die niet geloven zo aan tegen het gebed? Dat is inderdaad nog maar de vraag. Menige gelovige zal op zijn minst het gevaar herkennen, dat zijn of haar gebeden ontaarden in het opzeggen van vaste formules, en dat hij of zij al niet meer bidt in het besef en de verwachting dat er Iemand aandachtig luistert. Daarom is het goed om je eigen gebedsleven van tijd tot tijd eens tegen het licht te houden.
Hoe staat het met jouw gebeden?
Zijn het 'vogels zonder vleugels', of ben je echt gericht op God, en is het je intentie om in je bidden zijn tegenwoordigheid te ondergaan?
Ook in dit opzicht is er uiteindelijk maar één vast punt waaraan ons geloof zich kan oriënteren, en dat is wat Jezus Christus ons van God laat zien. De evangelist Lucas vermeldt opvallend vaak dat Hij in gebed was, vgl. 3:21, 5:16, 6:12, 9:18, 11:1. Uit de laatste Schriftplaats blijkt, dat dat bidden van Jezus zo'n indruk gemaakt heeft op zijn leerlingen, dat ze Hem vroegen het hun ook zo te leren. Dit is ongetwijfeld geen opzeggen van formules geweest, en ook geen 'geestelijke oefening' om tot rust te komen. Bij alles wat mensen als Jeroen Brouwers zo suggestief naar voren brengen over de vergeefsheid van het gebed, blijft dit dan ook overeind staan: dat Jezus tot God gebeden heeft op een wijze die overtuigde en jaloers maakte. Naar mijn besef ligt hier de diepste reden om te blijven geloven, dat wij in het gebed werkelijk contact met God kunnen maken en dus niet met onszelf alleen blijven.
Je hart uitstorten
Een zodanige ontmoeting met God in het bidden vraagt wel om oefening en concentratie. Zulk bidden gaat niet vanzelf. Voor je het weet, verzandt het gebed toch weer in frasen, die een eigen leven gaan leiden en niet meer klank geven aan dat wat in je hart is.
Juist daarom is het zo zinvol, om ter wille van de ontmoeting met God momenten van stilte en afzondering te zoeken waarin je weer contact maakt met jezelf. Willen gebeden echt authentiek zijn, dan moet je als bidder jezelf kennen, van jezelf weten wat er in je omgaat, en waar je mee zit. Als je jezelf voorbij loopt en 'geleefd wordt', ontbreekt dat. Het is niet verbazingwekkend als gebeden dan zielloos worden. Wil je in je bidden werkelijk 'je hart uitstorten voor God' (Psalm 62:9), dan zul je zelf eerst toegang moeten krijgen tot je hart...
Voor sommige mensen werkt het dan ook om, ter voorbereiding op hun gebed, in een soort dagboekje te noteren waaraan hun leven de afgelopen dag of dagen is heengegaan. Je kijkt op die manier even vanaf enige afstand naar de dagelijkse drukte. Zo krijg je een beeld van dat wat kennelijk belangrijk was - of juist niet! Vervolgens kun je de mensen en de dingen die zich op de voorgrond van je leven bevonden, opdragen en voorleggen aan God. Het kan niet anders, of je hart is bij zulk bidden meer betrokken.
Zo gezien kun je ook 'produktief' omgaan met allerlei gedachten die je bij het persoonlijk gebed hinderen. U kent dat wel: op het moment dat je voor jezelf gaat bidden tot God, raak je door de meest onnozele dingen afgeleid.
Allerlei gedachten flitsen door je heen: van de lekke band die je nog moet plakken tot de riskante inhaalmanoeuvre van gisteren. Je kunt je dan driftig tot de orde roepen, maar een minuut later spookt die bijna-aanrijding alwéér door je hoofd. Toch hoeft het geconcentreerde gebed op die dingen niet stuk te lopen. Dingen die je tijdens het bidden ongewild bezig houden zijn kennelijk op dat moment belangrijk voor je. Wat is er tegen om even een notitie te maken (niet vergeten: lekke band plakken!) of om ze in het gebed te integreren (dan- ken dat het geen auto-ongeluk is geworden)? Het bijzondere van het christelijk gebed is immers, dat wij ons richten tot de God die met al ons doen en laten vertrouwd is (Psalm 139). Het neerleggen voor God van die kleine, prozaïsche dingen haalt het gebed niet neer, maar maakt juist ernst met de intieme relatie die Hij met ons wil aangaan.
Gods plannen en gedachten
Tegelijk werkt die relatie ook de andere kant op. Er is niet alleen de warme betrokkenheid van de Here God bij ons menselijk wedervaren.
Omgekeerd betrekt Hij ons ook bij zijn eigen plannen en bij datgene wat Hem drijft. Zo neemt de HERE het besluit, Abraham in kennis te stellen van zijn bedoelingen met betrekking tot Sodom en Gomorra. Heel ontroerend is daarbij zijn overweging: "Zou Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen?" (Genesis 18:16). God neemt dus ook in die zin het verbond met ons mensen serieus, dat Hij met ons wil delen wat Hem bezig houdt. Daarin zit iets onuitsprekelijk eervols voor ons. Kennelijk stelt de HERE er prijs op, dat wij weten wat Hij wil gaan doen en er vervolgens op reageren. En dat, terwijl wij zijn nietige schepselen zijn, en Hij aan zichzelf volkomen genoeg heeft! Abraham heeft deze unieke waarde van het verbond begrepen. Hij grijpt de moed om de HERE van repliek te dienen en Hem zelfs voorstellen te doen (Genesis 23-33)! Tegelijk is hij diep doordrongen van de gewaagdheid van zijn optreden: "Zie toch, ik heb mij verstout tot de HERE te spreken, hoewel ik stof en as ben" (Genesis 18:27). Maar zo wil de HERE het dus: Hij is het zélf, die ons uit onze tent lokt om met Hem mee te denken.
Daarmee wordt een bijzonder stempel op ons bidden gedrukt. Het is één ding om je hart voor God uit te storten. Het is heel iets anders, om te reageren op God als Hij ons inzage geeft in wat Hij op zijn hart heeft. Tot zulk reageren spoort de Here Jezus ons aan, als Hij ons leert bidden: "Uw naam worde geheiligd; Uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede." God heeft bij monde van Christus voor ons mensen neergelegd wat Hij op het hart heeft: dat zijn naam wereldwijd met diep respect genoemd zal worden; dat zijn weldadige heerschappij zich zal doorzetten; dat alle kwaadaardig verzet tegen zijn plannen gebroken zal worden. En nu wil God horen wat wij daarvan denken. Hij vraagt in dat alles onze support. Staan wij hierin aan zijn zijde? Kan Hij op onze bijval rekenen?
Waar wij ons zo laten betrekken bij Gods plannen en gedachten (gezang 326:4), komt ons gebed op een andere plaats te staan. Het is dan niet langer egocentrisch van inslag, zoals zoveel gebeden in wezen zijn.
Veeleer doet het recht aan de wonderlijke wederkerigheid die aan de verbondsomgang tussen God en mens eigen is. Aan de ene kant betekent dat, dat je jóuw wensen door gebed en smeking met dankzegging bij Hem bekend mag laten worden (Filippenzen 4:6). Aan de andere kant is er van onze kant het diepe en serieuze ingaan op God. Maar daarvoor is nodig dat wij ook werkelijk open staan voor Hem, en vertrouwd raken met zijn wegen. Vandaar, dat in de christelijke traditie van verborgen omgang met God, het gebed altijd verstrengeld is geweest met de overpeinzing van zijn woord. Meditatief bijbellezen mondt als vanzelf uit in gebed. Want dan pas, wanneer je eindelijk opgevangen hebt wat God tot jou te zeggen heeft, kun je doeltreffend op Hem reageren, zoals eens Abraham dat deed. Dan ook wordt bidden concreter. Naarmate je duidelijker voor ogen staat welke dingen voor God belangrijk zijn en waarin Hij behagen heeft, kun je ook scherper omlijnd dingen vragen.
Voor het open raam
Waar dus voor het bidden belangrijk is dat wij ons bewust zijn van de relatie die God met ons wil aangaan, doet ook de lichaamshouding die wij erbij aannemen terzake. Het is zinvol om na te gaan wat die houding uitdrukt. Bij knielend bidden is dat duidelijk: een mens die knielt maakt zich op een heel sprekende manier klein. In de bijbel wordt zelfs van nog een radicaler gebaar melding gemaakt: Psalm 95:6 roept mensen ertoe op zich "neer te werpen" voor God. Concreet hield dat in, dat men op zijn buik ging liggen en met zijn neus de aarde aanraakte. Het is de uiterste expressie van eerbied en ontzag. Probeer het maar eens, lezer(es), in uw binnenkamer; u zult merken dat zo'n gebaar op verrassende wijze kan bijdragen tot het besef dat u als bidder de Hoogheilige nadert. Een heel andere houding is die welke Jezus aanneemt bij de wonderbare spijziging: "Hij zag op naar de hemel" (Marcus 6:41; vgl. Johannes 11:41).
Daarbij brengt Hij prachtig in beeld hoe Hij zijn verwachting op God stelt.
Wij weten van Luther dat hij op een soortgelijke wijze gewoon was te bidden: tweemaal per dag, 's morgens en 's avonds, ging hij voor het geopende venster staan, blootshoofds, of het nu zomer of winter was. Uitkijkend naar buiten zocht hij zo contact met de Schepper, om aan Hem voor te leggen wat er die dag komen zou of geweest was. Wat is vergeleken daarmee onze gebruikelijke gebedshouding introvert: enigszins voorovergebogen gaan zitten, de ogen toeknijpen en de handen vouwen... Daarmee is natuurlijk niets gezegd over het gebed zelf. De rituelen moeten niet overschat worden, als zou de waarde van het bidden staan of vallen met de uitwendige gestalte die het aanneemt. Maar meer dan wij gewoonlijk beseffen kan ons lichaam meedoen bij het zoeken van de ontmoeting met God. Daarom kan het heilzaam zijn om bij het bidden te zoeken naar andere houdingen en gebaren, om daarmee bewust tot uitdrukking te brengen dat we ons richten op de Heer van ons leven. Daarbij zal het er niet om gaan een pose van iemand anders na te bootsen. Dan wordt het on-echt, en de ontmoeting met God vraagt juist dat wij tot Hem naderen zoals wij zélf zijn. Daarom is het goed dat achter dit artikel nu een punt wordt gezet. Het is aan u, lezer(es), om er uw eigen vervolg aan te geven.