Missie in de gebiedende wijs

1997-02-21
  • Jaargang 41
  • nummer 4
Je hoeft maar één blik op Psalm 96 te werpen om te zien, dat deze psalm beheerst wordt door de gebiedende wijs. De psalm begint met een drievoudig 'Zingt!' en vervolgt met andere werkwoorden in de gebiedende wijs: Boodschapt!, Vertelt!. Geeft!, Brengt!. Buigt!, Beeft! en Zegt!. En dat terwijl deze psalm zich niet alleen richt tot Israël, maar ook tot de volken, de heidenvolken. Psalm 96 is een missionaire psalm. Missie in de gebiedende wijs. Vreemd, de gebiedende wijs past qua stijl toch helemaal niet bij zending en evangelisatie?

Vermoedelijk zijn we allemaal in meer of mindere mate allergisch voor het woordje 'moeten'. Zegt iemand ons: "Jij móét...", dan reageren we: "Ik móét helemaal niks!" Een nog grotere aversie roept 'moeten' op, als het om geloof en kerk gaat. Geloof immers laat zich - net als de liefde - niet dwingen! Goed, je kunt je kinderen een tijdlang aan je hand meenemen naar de kerk, maar eens zul je ze in alle vrijheid een keuze moeten laten maken. AI helemaal niet past de gebiedende wijs bij het zendings- en evangelisatiewerk. Stel, je richt je in navolging van Psalm 96 tot iemand met de boodschap: "Breng eer aan de HEER! Buig je, beef voor God!", dan heb je in deze tijd het pleit meteen al verloren. Vroeger kon dat misschien, tegenwoordig valt er slechts op basis van gelijkwaardigheid en vanuit een open en min of meer vrijblijvende benadering over het evangelie te praten.
En dan zegt Psalm 96 dat het een must is om de HERE te bezingen, Zijn Naam te eerbiedigen, voor Hem te buigen. Niet: Beste mensen, willen jullie alsjeblieft niet vergeten een ogenblik van jullie kostbare tijd te gebruiken om aan Mij te denken, als het jullie schikt tenminste. Nee, krachtig en massief dringt de HERE Zich op. Vanuit de beleving van onze tijd doet deze psalm het dus helemaal verkeerd met dat aansporen en oproepen.

God heeft ook rechten!
Vragen we ons af, waarop die gebiedende wijs stoelt, dan vinden we daar binnen de psalm een aantal aanknopingspunten voor. In het eerste deel van de psalm wordt de HERE met kracht gepredikt als de enige God, de ware God die ver verheven is boven elke andere macht en kracht. Zo vreeswekkend groot is de HERE, dat de goden van de volken bij Hem in het niets zinken.
De HERE immers heeft de hemel - de woonplaats van de goden - gemaakt!
Nu, als de hemel Zijn maakwerk is, dan zegt dit toch alles van zijn positie boven de andere goden? Mensen van alle landen, wat zouden jullie nog jullie eigen goden lofprijzen? Komt en vereert de HERE!
In het tweede deel worden de volken opgeroepen de HERE te dienen vanwege Zijn relatie tot de aarde. Hij is Koning in de volste zin van het woord.
Aan Hem hebben we het te danken dat de aarde vast staat, ja, aan Hem hebben we al onze basiszekerheden te danken.
Dat er vierentwintig uren zitten in een dag, dat op vastgestelde tijden de zon opkomt en ondergaat, dat één plus één twee is enz. Ook met wat recht is en goed heeft de HERE te maken. Hij is namelijk onderweg om deze onder onrecht gekromd gaande aarde te bevrijden van al het kwaad, Hij is onderweg om orde op zaken te stellen in de chaos. En dáárom, gelet op wie de HERE is en alles wat Hij doet, zo predikt Psalm 96, daarom moet alom de HERE geëerd en gediend worden!
We stuiten in deze psalm op de rechten van de HERE. Mensen hebben rechten, dieren hebben rechten, maar de HERE niet minder. Het zijn de rechten die de God der goden kan laten gelden op aanbidding, de rechten die de Schepper kan laten gelden op Zijn schepping. Onze bewondering en verering komen Hem toe. Hij mag ze claimen. Zo spreekt het Oude Testament, zo spreekt het Nieuwe Testament niet minder (Openb. 14:6).

Voor wie in 'iets' gelooft
Het gebruik van de gebiedende wijs past totaal niet bij onze tijd. Toch denk ik, dat we ervan kunnen leren, er zelfs mee kunnen werken. Allereerst als iets wat we - m.n. daar waar luiheid en gemakzucht in de dienst aan de HERE ons bekruipen - op onszelf kunnen toepassen. Maar toch ook als een stijl waarmee te werken valt in het pastoraat en in het evangelisatiewerk.
M.n. daar waar bij onze medemensen , sprake van geloof, van geloof in 'iets' is. Daar waar geen geloof is, is het gebruik van de gebiedende'wijs net zo zinloos, als de vraag aan een kind dat niet kan rekenen, of het de tafels van 1 t/m 10 op wil zeggen. Maar daar waar ook maar een beetje geloof is, kan het gebruik van de gebiedende wijs zinvol zijn.
Zelf val ik er wel op terug in het gesprek met randkerkelijke gemeenteleden.
Vaak geven zij aan wel in 'iets' te geloven. Het leven moet toch ergens vandaan komen?

Maar vervolgens nemen zij tegenover dit 'iets' een volstrekt vrijblijvende houding aan. Er bestaat zelfs geen aandrang om met het 'iets' in contact te treden. Het is hier dat de gebiedende wijs een rol kan spelen. Stel, zeg ik dan wel tegen jongeren, stel dat jij een aardige tante hebt, die jou op je verjaardag een verschrikkelijk leuk cadeautje geeft. Jij neemt dat aan, pakt het uit, maar zegt vervolgens geen woord tegen je tante. Hoe noemen we dat? Het antwoord is duidelijk, dit is gewoon onbeschoft. Even bedanken is een must. Al is het alleen maar uit fatsoen.
En zo is het ook in de relatie tot de HERE God. Laten we eens op een rijtje zetten wie Hij is en wat Hij allemaal voor ons betekent! En als je werkelijk gelooft dat er 'iets' is, dan spreekt het in wezen voor zich, dat je pogingen doet nader tot dit 'iets' te komen. Doe je dat niet, dan betekent dat 'iets' in wezen 'niets' voor je.
Zo'n gesprek voer ik niet in de gebiedende wijs, maar het draagt wel de klem van de gebiedende wijs. Al is het alleen maar om helder te krijgen wat de positie is die iemand inneemt tegenover de Schepper. Op vergelijkbare manier kan de gebiedende wijs een rol spelen in het evangeliserende gesprek.
En ook als zo'n gesprek op korte termijn geen vrucht draagt, kan mogelijk toch het besef blijven hangen, dat we over Godmiet vrijblijvend kunnen spreken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief