Het gezin is weer in
1997-03-07
Dag- en weekbladen, televisieprogramma's melden het ons meer dan frequent. Het gezin is terug van weggeweest.- Jaargang 41
- nummer 5
Onderwerpen van familie- en gezinspolitiek zijn populair en kunnen weer op de politieke agenda prijken.
Tot voor kort leek het publieke beeld van de samenleving aan de ene kant gedomineerd door het bestaan van geïndividualiseerde, voornamelijk voor zichzelf zorgende burgers. En aan de andere kant werd dit beeld bepaald door burgers die zich in allerlei alternatieve samenlevingsvormen begaven. Nederland leek nauwelijks geïnteresseerd in gezinsvorming. Veel beleidsmakers beschouwden het gezin als een relict uit lang vervlogen tijden. Departementale directies die zich met gezins- en familiezaken bezig hielden werden gesloten.
Vanuit de verschillende christelijke fracties in het Parlement is er in het verleden, overigens met wisselend succes, aandacht voor dit thema gevraagd. Er verschenen onder andere partijrapporten en publicaties vanuit de studiecentra GPV en RPF. Ook de vakbond CNV liet geregeld van zich horen. Het jaar 1995 bracht een kenteririg, zo lijkt het.
Het internationale jaar van het gezin, uitgeroepen door de Verenigde Naties ondervond brede politieke ondersteuning.
Bij de Algemeen Politieke Beschouwingen van najaar 1995 vroeg fractievoorzitter Heerma met een indringend pleidooi, aandacht voor dit thema.
Ook in kringen van de paarse coalitie, waar het gezin over het algemeen niet 'bon ton' was, neemt men dit woord nu zonder enige gêne weer in de mond.
De verzwegen keuze
Het wetenschappelijk instituut voor het CDA publiceerde onlangs over het nieuwe item familiepolitiek een rapport met de veelzeggende titel 'De verzwegen keuze van Nederland'.
Hoofdstelling van dit rapport is dat "de Nederlandse bevolking massaal en koppig is blijven kiezen voor het gezin, ondanks het voor gezinnen steeds harder wordende maatschappelijke klimaat".
De opstellers van de studie zijn ervan overtuigd dat de overgrote meerderheid van de Nederlanders wil blijven kiezen voor een levenslange huwelijksrelatie, voor voldoende aandacht en zorg voor kinderen alsook voor betrokkenheid bij directe familieleden. Het voorgaande neemt niet weg dat het overheidsbeleid ten aanzien van gezinnen zich al geruime tijd in een soort 'niemandsland' bevindt. Kostwinnersfaciliteiten werden verder afgebouwd en de overheid stimuleerde de arbeidsparticipatie van zowel mannen als vrouwen, waarbij de economische zelfstandigheid van de vrouw een belangrijk uitgangspunt vormde.
De conclusie moet wel zijn dat het overheidsbeleid enerzijds daardoor mensen die zorgtaken vervullen de arbeidsmarkt dwingt op te gaan en anderzijds financiële zekerheden van hen afneemt.
In dat opzicht is het dan ook niet zo verrassend dat de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen in ons land hun eerste kind krijgen (29 jaar) nu al het hoogste van de wereld is. Ook kent ons land een relatief hoog perceqtaqe kinderloze vrouwen.
Hoewel hierover meer te zeggen valt, is het voor onze samenleving als geheel thans kennelijk zo dat het steeds minder aantrekkelijk wordt om op jonge leeftijd kinderen te krijgen.
Gezinsvriendelijke samenleving
Een belangrijke uitdaging is nu het opnieuw inrichten van een gezinsvriendelijke samenleving. Dat is tegelijkertijd een zorgvriendelijke samenleving. Het overheidsbeleid dient zodanige voorwaarden te scheppen en stimuleren dat mannen en vrouwen weer in staat gesteld worden werk en zorg te verdelen, net zoals het kostwinnersmodel dat in het verleden mogelijk maakte. Ook het bedrijfsleven kan in de sfeer van de arbeidsvoorwaarden, zoals verlofregelingen en deeltijd-banen hieraan bijdragen.
Het geldt trouwens evenzeer voor de lagere overheden, die hier een belangrijke voorbeeldfunctie kunnen vervullen.
Andere beleidsspeerpunten, die verder uitwerking verdienen, zijn opvoedingsondersteuning, gezinsondersteunende regelingen in de sfeer van financieel en fiscaal beleid en de verankering van gezinsbeleid op het niveau van de rijksoverheid.
Gelukkig hangt niet alles van de overheid af. Ook voor kerken en identiteitsgebonden organisaties is een rol in deze discussie weg gelegd. Ik noem mogelijke bijdragen op het vlak van bezinning en meningsvorming over waarden en normen, het appel naar eigen leden en de sociale omgeving.
Ook de grote betekenis van kerkelijk jeugd- en levensbeschouwelijk jongerenwerk mag niet onvermeld blijven.
Hier worden de toekomstige dragers van onze gezinnen gevormd!