De weg weten

1997-03-07
  • Jaargang 41
  • nummer 5
In Joh. 14:2vv zegt Jezus: In het huis van mijn Vader zijn vele woningen. Ik ga heen om voor jullie een plaats te bereiden. Als Ik daarmee klaar ben, kom Ik weer en zal jullie tot Mij nemen.
En waar Ik heenga, daarheen weten jullie de weg. Thomas reageert daarop met de woorden: Heer, wij weten niet waar U heengaat. Hoe weten we dan de weg? Wat is er met Thomas aan de hand? Is hij wel een van de snuggersten?
Heeft hij niet opgelet toen Jezus aan het woord was? Jezus heeft nota bene net gezegd waar Hij heengaat. En dan zegt Thomas: we weten niet waar U heengaat!
Thomas' reactie ligt echter meer voor de hand dan onze verbazing erover. Wij begrijpen zijn reactie niet meer, omdat wij vertrouwd geraakt zijn met de uitdrukking 'huis van mijn Vader' in de betekenis van: hemel. Bij Thomas was dat niet het geval, want Jezus gebruikt deze uitdrukking hier voor het eerst in die betekenis. Een Jood dacht bij 'huis des Heren, huis van mijn Vader' aan de tempel. In die betekenis gebruikt Jezus zelf deze uitdrukking ook in het verhaal over de tempelreiniging (Joh. 2: 16). Dat doen de discipelen ook en daarom kunnen ze wat Jezus verder nog zegt, niet plaatsen.
Daar komt nog bij dat Jezus in Joh. 13:33,36 tot hen gezegd had: waar Ik heenga, kunnen jullie niet komen. Dat alles maakt het voor de discipelen raadselachtig.
En als Jezus dan ook nog zegt: waar Ik heenga, daarheen weten jullie de weg, kunnen ze er geen tóuw meer aan vastknopen. Thomas denkt aan een weg in de letterlijke betekenis, zo'n stoifige weg die bijvoorbeeld door het bergland van Judea liep. Jezus denkt aan zichzelf: Ik ben de weg. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief