God als verkoopargument

1997-03-07
  • Jaargang 41
  • nummer 5
Mijn God, het thema van de boekenweek lijkt Opbouw op het lijf geschreven, maar van de meeste boeken die in dat kader verschijnen kun je dat niet zeggen. Voor maar weinig auteurs is mijn God de Vader van Jezus Christus. De bedenkers van het thema vatten de betekenis dan ook veel ruimer op: alles wat maar met één of ander geloof, religieus gevoel of spiritualiteit te maken geeft, laten ze er onder vallen. En zeker met het begrip spiritualiteit kun je alle kanten op: esoterie, occulte verschijnselen, New Age en de Celestijnse belofte staan volop in de belangstelling. ‘Creatief geloven heeft de toekomst’. In de doos Rainbow Pockets ligt Legendarische Bijbelverhalen ingeklemd tussen Het pas van Zen, In de leer bij de Sjamanen, De andere Weg, en andere.

Want dit is mijn lichaam
De uitgaven die rechtstreeks met de boekenweek te maken hebben vertonen enigszins hetzelfde beeld. Er zijn dit jaar weer twee 'geschenken': het officiële, van de CPNB (Collectieve Propaganda Nederlandse Boek) en één van de christelijke uitgeverijen.
Het eerste - je krijgt het cadeau als je voor f 19,50 aan boeken koopt - is van de hand van Renate Dorrestein en heet Want dit is mijn lichaam.
Opbouwlezers zullen de titel onmiddellijk associëren met de avondmaalsformule.
Ten onrechte, slechts één keer wordt in een terloopse gedachte dat verband gelegd en dan ook nog in een banale betekenis, als water gedronken is waarin via het grondwater lijkenvocht van een geliefde dode terecht gekomen is. De christelijke betekenis is er uit weggehaald, de titel verwijst naar de aandacht en zorg die de verhaalfiguren stuk voor stuk voor hun lichaam hebben. Maria Olson bij voorbeeld, een 45-jarige kreupele vrouw die samen met haar vader Job (70), een internationaal bekende schilder, in Oude Brug (N.H.) woont. Op al zijn schilderijen speelt Maria een rol, waardoor haar gezicht, sedert dat van Mona Lisa het meest beroemde ter wereld is. Veel meer dan een model is ze niet voor haar vader. Hij is gewend te bevelen en zijn eigen gang te gaan: "Ik vraag je niet om opinies, ik vraag je om je aanwezigheid". Haar leven wordt volledig door hem bepaald: Hij besliste dat ze geen abortus mocht plegen toen haar vriend haar zwanger achterliet. Ook wat haar persoonlijkheid betreft is ze van hem afhankelijk: Zijn blik geeft haar het gevoel van belang te zijn; haar afbeelding is van meer waarde dan zij zelf. Zonder haar vader zou ze een onbetekenende invalide zijn geweest. Als hij haar laat vallen zal ze vervluchtigen. En dat gevaar bestaat.

Haar eigen creatie
Want Job trouwt 36 jaar nadat zijn vrouw Claudia overleden is met de 40 jaar jongere Felicity. Zij is haast het tegenbeeld van Maria: ze heeft een volmaakt lichaam, kan alles. Terwijl Maria van zichzelf denkt dat ze "een toevallige hoop ledematen is naar Jobs beeld gerangschikt" heeft Felicity de overtuiging van zichzelf dat ze "niet zo maar een verzameling spieren en botten is, maar haar eigen creatie.
Ze had haar lichaam naar haar eigen beeld herschapen." Ze begrijpt niet waarom Job háár niet als model neemt. En inderdaad weet ze hem uiteindelijk zo ver te krijgen dat hij haar gaat uitbeelden, op het moment dat hij de computerkunst ontdekt.

Isabelkleurige mustang
Ook Cas, de zoon van Maria, en zijn vrouw Xandra zijn ervan overtuigd dat je je leven zelf in de vingers kunt. Ze vormen een typisch yuppie-achtig modern echtpaar dat het 'gemaakt' heeft: "je kunt zijn wie en wat je wilt".
"Geen foutje van moeder Natuur of het valt te verbeteren.". De spot van de schrijfster kent hier geen grenzen meer. Alleen de beroepen van Cas en Xandra al: Hij is de coming-man bij een computerbedrijf en zij leidt kleurenconsulenten op. Hun woonkamer is naar "haar geraffineerde smaak" ingericht in de kleuren aubergine, agave en woestijnzand; hun auto is een isabelwitte mustang. Op haar 22ste verjaardag maakt Cas zijn vrouw dolgelukkig met een nieuwe neus, d.w.z. ze krijgt een kaartje waarop de afspraak met de plastisch chirurg geregeld is.
Heel hun leven hebben ze gepland. Ze willen graag een jongen en een meisje, maar wel in die volgorde; dus zijn ze voor de bevruchting naar het genderinstituut geweest. Sinds elf dagen weten ze dat ze zwanger is. De jongen zal Jason heten. Sindsdien hebben ze het in hun zakelijk jargon over J.O., die ze ook al hebben laten inschrijven voor de crèche.

Onvolmaaktheid als realiteit
Tegenover de maakbaarheid van het leven laat Job Olsen in zijn Mariaschilderijen zien hoe het leven werkelijk is, in al zijn onvolmaaktheid. Juist omdat ze niet mooi is en invalide, is Maria zijn ideale model. In haar kan hij de reële situatie van de mens uitbeelden.
Dat is het wezen van zijn kunst.
Zijn keuze voor Felicity als model is dan ook maar tijdelijk; hij ziet het kitscherige van haar afbeeldingen in en keert weer terug tot Maria, wat Felicity als verraad ervaart.
Dat is het begin van de ontknoping.
Want juist op dat moment is Cas tot het inzicht gekomen is dat hij ook nog iets heeft af te rekenen met zowel zijn moeder als zijn grootvader; hij vindt dat hij een daad moet stellen. Hun wraakneming vinden Cas en Felicity in een wederzijds overspelige verhouding.
En dat brengt Maria en haar vader tot het besef van hun wederzijdse afhankelijkheid.
AI zijn de rollen wel omgedraaid: Maria is boven zichzelf uitgegroeid: ze voelt dat ze meer is dan een tweedimensionale afbeelding op een schilderij, ze heeft afgeleerd zich te identificeren met haar lichaam. Ze zou er voortaan voor haar vader zijn zoals hij er altijd voor haar geweest was. Dat moment wordt schitterend uitgebeeld. Het hele jaar heeft het niet geregend. De grote droogte heeft veel situaties mee bepaald en nu, in december op het meest dramatische moment in hun leven begint het geweldig te regenen. En Job en Maria zitten bij elkaar als "de enige overlevenden in een wereld die nooit meer dezelfde zou zijn".

Complex verhaal
Ik laat veel dingen liggen. Er zijn veel meer verhaallijnen en verbanden dan ik hier genoemd heb. Want dit is mijn lichaam is een complex verhaal in compacte vorm. Maar het zit knap in elkaar en zeker bij herlezing blijkt alles met alles samen te hangen en ontdek je telkens nieuwe dingen. Vlot leesbaar is het in elk geval: Renate Dorrestein weet situaties trefzeker weer te geven; en doordat ze zaken tot in het absurde uitwerkt, bereikt ze mooie hilarische effecten. En ze kan de dingen prachtig zeggen. Over het gebit van Xandra voor het gesaneerd werd lezen we: haar kiezen en tanden die oorspronkelijk als kruiend ijs schots en scheef in haar mond stonden.

Voor de grenzen van de ernst
Wie wil kennis nemen van wat in Nederland massaal verspreid gaat worden (640.000 exemplaren!), moet het boekje zeker lezen. Vervelen zul je je er niet bij, ergeren wel, zo nu en dan, en ook aanstoot nemen aan bepaalde passages, want Renate Dorrestein tekent het moderne leven.
Is het boekje daarmee ook aanbevelenswaardig?
Wie een boek leest om emotioneel betrokken te raken bij gebeurtenissen of personen, zal teleurgesteld raken. Net als in andere boeken van Dorrestein blijven de personen meestal voor de grenzen van de ernst steken. De spot en de luch- tige toon verhinderen de betrokkenheid.
Slechts een enkele keer doorbreekt ze dat.

Autonome mens
Maar wie wil weten waar een moderne levenswijze in zijn uiterste consequentie toe leidt, kan hier terecht. Want het boekenweekthema is wel degelijk Mijn God en al wordt God zoals wij Hem kennen in dit boek meer in vloeken dan in ernst genoemd, het verhaal tekent wel de religie, het geloof dat in de plaats gekomen is van het geloof in God. Bij Job Olson zie je nog het bewust afstand nemen: hij spreekt over God als zijn oude vijand die hij denkt de baas te kunnen worden. Is er bij hem nog sprake van strijd, omdat hij nog iemand van de oudere generatie is? Bij de anderen, Felicity, Cas en Xandra, heb je te maken met het geloof van de volledig geëmancipeerde, volstrekt autonome mens. In extreme vorm vind je dat getekend in het reïncarnatiegeloof van Felicity.
Tussen je incarnaties in kies je zelf voor je volgende leven precies die ouders en die omstandigheden uit die je doel het best zullen verwezenlijken.
Zelfs met oorlogen en ongelukken kan ze op die manier uit de voeten. Ze is ervan overtuigd dat je met de juiste instelling je kanker kan voorkomen.
Maar uit de kritische vragen van Xandra blijkt hoe dat denken wat hààr betreft te kort schiet. Zij haakt af: voor haar is de gedachte onverdraaglijk dat bij de geboorte van haar kind "niet een opperwezen met welgevallen op hem neerziet", maar alleen een deskundige van de genderkliniek hem bijschrijft op de lijst geslaagde chromosomenmanipulaties.

Beschermend
"Beschermend vouwde ze haar handen om haar buik." Ik vind dat knap gezegd: in dat ene woord beschermend neemt ze volledig afstand van het hele moderne denksysteem zoals Felicity dat verwoordt.
De maakbaarheid van het leven is een waan, gelukkig maakt ze niet.
Bij de presentatie van haar boek hekelde Renate Dorrestein de trend van nu waarin alles draait om jeugd en vitaliteit, fitheid en gezondheid in plaats van om deemoed, overgave. De noties schuld, verzoening, genade had ze liever. Tot mijn spijt heb ik van dat laatste in Want dit is mijn lichaam maar weinig terug kunnen vinden.

Alternatief geschenk
Nergens wordt het thema Mijn God zo duidelijk belicht als in het ClKboekje Eén en anders, schrijvers over God.
ClK staat voor Christelijk Lektuurkontakt, een samenwerkingsvorm van christelijke uitgevers en boekhandelaren.
De deelnemende uitgevers hebben ieder een van hun auteurs gevraagd op het thema te reageren.
Onder hen zijn: A.Th. Van Deursen, Noor van Haaften, H.J. Hegger, W.H.Velema.
De titel geeft aan dat we één God hebben die anders is dan andere goden. Bovendien: de uitgevers hebben één fundament, maar er zijn duidelijke verschillen in hun uitgaven.
Dat laatste is aan deze bundel te zien, het is een zeer afwisselende verzameling geworden. Er staan gedichten in, verhalen, getuigenissen, beschouwingen.
Het ene artikel spreekt uiteraard meer aan dan het andere. De doelgroep wisselt ook per auteur: sommigen richten zich tot ervaren bijbellezers; anderen komen meer met een getuigenis voor ongelovigen. Er zitten gedegen bijbelstudies bij en daarnaast gemakkelijk leesbare verhalen. De mooiste bijdragen vind ik die waarin de schrijvers laten zien hoe God in hun leven mijn God geworden is of hoe ze het mijn God beleven, zoals in De gevreesde ziekte van Henk Fonteijn, De God van mij van Henk P. Medema en Gewoon een verhaal van Wim ter Horst (met de gemeende indrukwekkende slotzin: "overigens ben ik van mening dat God te lang wacht met de komst van Zijn Koninkrijlt).
Titia Lindeboom vertelt het verhaal van Ruth de Moabitische zoals Ruth zelf dat meegemaakt moet hebben.
Geromantiseerd, maar aansprekend.
Eilanddagboek van Joke Verweerd is een prachtig, iets te beknopt verhaal over een domineesvrouw die zojuist haar dochtertje van twee begraven heeft.
Een en anders is niet helemaal gratis.
Het is van 12 maart tot 3 mei voor f 3,95 te koop in de christelijke en in veel andere boekhandels.

Niet te geloven
AI enkele jaren geeft de CPNB behalve het geschenk ook een boekje uit met een verhandeling naar aanleiding van het thema. Dit jaar is Gerrit Komrij ervoor uitgenodigd het te schrijven.
Niet te geloven is het resultaat. Ik wil er niet veel woorden aan wijden.
Natuurlijk weet je bij Komrij bij voorbaat al welke kant het zal opgaan, maar zelfs de stijl valt tegen. Het sprankelende, spitse, humoristische dat je van zijn andere essays kent, mis je hier. Het verhaal komt zeurderig op mij over. De vorm alleen al: Drie heren voeren een prieelgesprek over het geloof. Het zijn Vreemond, die de kerk, het oude geloof vertegenwoordigt, Grijphart, die zoekende is, geen zekerheid kent, maar die ook niet wil en Boksvoet, die niets van geloof en godsdienst hebben moet; achter hem gaat Komrij zelf schuil. Boksvoet heeft de anderen uitgenodigd om voor hem "iets duidelijk te maken over de heropleving van de godsdienst".

Karikaturaal
Twee vragen komen met name aan de orde: Wat is het geloof? en Waarom geloven mensen?
Vreemond komt het minst aan bod.
Bovendien krijgt hij een aantal opmerkingen in zijn mond gelegd die op mij karikaturaal overkomen. In hem zou ik me moeten herkennen, maar aan wat wezenlijk is voor ons geloof, het hart van het evangelie, komt hij niet toe.
Grijphart is zoekende en hoopt dat God inderdaad bestaat en dat hij hem nog vindt; met New Age of de flauwekul van de Celestijnse belofte wil hij absoluut niet geïdentificeerd worden.
Hij heeft zo te zien in elk geval prof. Kuitert goed gelezen. Uiteraard wordt van Vreemond en Grijphart niets heel gelaten. Trouwens "gelovige wetenschappers zijn niet zuiver en niet eerlijk; ze belazeren de kluit". En zo kan het 'gesprek' uitlopen op Komrij's laatste wijsheid: We (de mensen) zijn een waardeloze catalogus van stupiditeiten, naarstig op zoek naar een vergulde band. Dat verguldsel noemen we menselijke waardigheid. Schater, en crepeer. Te koop tijdens de boekenweek voor f 4,95.

De eeuwige kring
Ook uitgever Kok heeft een aantal schrijvers gemobiliseerd naar aanleiding van het boekenweekthema. Hij vroeg tien literaire auteurs een verhaal te schrijven "waarin het gaat om zingeving, religieus perspectief, godservaring".
Dat klinkt vaag en in de meeste verhalen die het verzoek opleverde is de religieuze ervaring dat ook. De eeuwige kring heet de bundel naar één van de verhalen. Het is de kring van leven en dood waarvan de trouwring van de ik-figuur het symbool is. Die ring, "die eeuwige kring waarin wij beiden voorgoed geborgen blijven" verbindt haar met haar gestorven echtgenoot. Voor mij ook al zo vaag is de religieuze dimensie in De God van vuur en wind van Marijke de Bruijne, waarin God lets genoemd wordt, een Aanwezigheid die op je wacht. Heel leesbare verhalen staan er overigens genoeg in de bundel, waarvan een aantal ook wel degelijk heel duidelijk is in zijn 'religieuze verwijzingen', zeker voor de goede verstaanders. In De bezoeker van Meint van den Berg bij voorbeeld, een soort magisch-realistisch, niet helemaal origineel verhaal, waarin wordt verteld hoe een geheimzinnige bezoeker, in wie de lezer al gauw Christus vermoedt, een zakenman tot het inzicht brengt dat hij in zijn carrière-jacht zijn persoonlijkheid verkwanseld heeft. Of in Scherven van Jaap Zijlstra, dat enkel uit telefoongesprekken bestaat van een levensmoede vrouw met een predikant.
Spannend is Hans Bavincks Een verstrooid mens over een vliegtuigkaping.
Erg veel indruk heeft op mij Ik, petieterige middelaar gemaakt van Mance ten Andere, dat het bezoek beschrijft dat de jonge vrouw Eva brengt aan haar versleten, enigszins dementerende Oma. Heel knap weergegeven in mooie trefzekere taal. (Kampen, 1997.120 blz. f 20,-)

Leerzaam
Weinig God, veel spiritualiteit concludeerde Reinjan Mulder in een aankondiging over de boekenweek in de NRC. Zijn opmerking blijkt zeer juist, helaas. Leerzaam is het allemaal wel.

Aan het thema Mijn God is ook een magazine gewijd dat in de meeste boekhandels gratis beschikbaar is (adviesprijs f 1,-) met artikelen van o.a. prof. Van de Beukei waarin deze laat zien dat zelfs wetenschappelijke ontdekkingen langzaam aan toestaan dat je gaat geloven in zinvolheid, in plaats van in zinloosheid. Daarbij mag de ontluistering plaats maken voor de verwondering; verwondering, die zich ook uitstrekt tot de liefde van Hem die "omziet naar het mensenkind". Prof. Kuitert geeft in een artikel van twee bladzijden helder aan wat geloven voor hem betekent.
Verder zijn er verhandelingen over de koran, de islam in Nederland en zo voort. Hoofdbestanddeel van de inhoud wordt gevormd door beredeneerde opsommingen van boeken, die met het onderwerp in al zijn breedheid te maken hebben (het geloof, de bijbel, koran, zin van het leven, esoterie, enz.).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief