Radicale rentmeesters gevraagd...
1997-10-03
Het is in wezen nog steeds dweilen met de kraan open, dertig jaar na publicatie van het rapport aan de Club van Rome. Weet u nog welke schok dat rapport, "De grenzen aan de groei", in het algemeen en in Nederland in het bijzonder veroorzaakte? Begin jaren zeventig werd daarmee voor het eerst een poging gedaan de mondiale wisselwerking en onderlinge afhankelijkheid van een vijftal kritische factoren na te gaan. Die factoren waren: bevolkingsgroei, voedselproductie, industrialisatie, uitputting van natuurlijke hulpbronnen en vervuiling. Wat sinds die tijd ook over de uitgangspunten en concrete resultaten van het rapport is gezegd, revolutionair was de poging in ieder geval wel. Volgens de samenstellers van het rapport was het overigens niet meer dan een eerste poging. Het was zeker geen alles omvattende verklaring van een historisch proces, laat staan een voorspelling van de toekomst. Bij de presentatie van het rapport werd de diepste zorg van de Club van Rome verwoord: "Onze zorg betreft de toekomst van de mensheid, die zoveel weet, zoveel heeft volbracht, echter met zo weinig wijsheid en gevoel voor richting." En verder was men er van overtuigd dat: "...ons tegenwoordig waardensysteem niet in staat is de moderne problematiek die steeds Tot opbouw van het gereformeerde leven complexer en wereldomvattender wordt aan te kunnen of zelfs maar de ware aard ervan te doorgronden". Wanneer je dat vandaag de dag nog eens op je in laat werken, dan bekruipt je het gevoel dat we uiteindelijk maar bitter weinig lering hebben getrokken uit dergelijke waarschuwingen. De waarschuwende rapporten volgden elkaar met name de laatste 10 jaar in steeds sneller tempo op. Ik noem het Eerste en Tweede Nationale Milieubeleidsplan (NMP), het rapport "Zorgen voor Morgen", de Nationale milieuverkenningen en de onlangs nog gepresenteerde Milieubalans. Het heeft er alle schijn van dat onder de bevolking, de politiek incluis, de ongevoeligheid voor de sombere boodschap zo ongeveer recht evenredig is met de verschijningsfrequentie van dergelijke rapporten.- Jaargang 41
- nummer 20
Op genot gericht
Toch kan de boodschap van de laatste Milieubalans allesbehalve luchtig worden genoemd: in 1996: 4% meer elektriciteitsverbruik, 11% meer autokilometers, 18% meer afval en 0,5% meer C02. Deze ongevoeligheid heeft niets te maken met een bijkans murw geslagen bevolking, maar alles met de geïndividualiseerde en materialistische, op genot gerichte levensinstelling van de bevolking. Het kabinet is wat dat betreft voluit kind van zijn tijd, het komt aan de materiële wensen van de bevolking tegemoet en meent dat, gezien het gunstige economische tij, ook te kunnen doen. Helaas moeten we constateren dat ook christenen massaal met deze maalstroom zijn mee gesleurd. Ook wij wentelen ons wellustig in de welvaartsgroei. In het licht van de hiervoor aangehaalde en in een bepaald opzicht profetisch aandoende citaten uit het Rapport aan de Club van Rome is dat natuurlijk beschamend. Christenen hadden toch gevoel voor richting en op z'n minst een hoogstaand waardensysteem? Uiteraard is het niet allemaal kommer en kwel en natuurlijk is dankbaarheid jegens de Here God op z'n plaats voor zoveel aardse zegeningen.
Schone woorden
Maar toch zullen met name christenen zich de vraag moeten stellen in hoeverre zij het beeld van een verantwoord rentmeester hebben vertoond. In hoeverre de "schone woorden" ook gevolgd zijn door "schone daden"? Het mankeert christenen toch voorwaar niet aan goede uitgangspunten en ook wij onderschrijven toch volmondig de oproep tot fundamentele verandering van waarden in de hedendaagse samenleving! Zelfs een Roei van Duyn memoreert in zijn boekje "Voeten in de aarde" drie leefregels uit de Institutie van Calvijn die volgens hem een ecologisch beginsel bij uitstek vormen. Hij zegt er veel betekend achteraan: "... indien zij serieus genomen zouden worden". Wat zou er een getuigenis van ons uit kunnen gaan wanneer christenen, u en ik dus, de tekenen van deze tijd zouden verstaan en de samenleving met veel wijsheid en gevoel voor richting de toekomst zouden kunnen wijzen. Het kabinet gaat er (nog steeds!) van uit dat economische groei nodig is om de milieudruk te laten afnemen. Ze sluit de ogen voor het feit dat we op termijn, met name vanwege de toenemende materiele welvaart, keihard met de echte grenzen aan de groei zullen worden geconfronteerd.
Dick Stellingwerf is Tweede Kamerlid voor de RPF