Het dubbelzinnige is-gelijk teken (=) in de schriftleer

1997-10-03
  • Jaargang 41
  • nummer 20
Talrijk zijn binnen de lutherse en vooral ook binnen de gereformeerde orthodoxie, overal ter wereld, de keren dat de schriftleer een korte tijd even in heftige discussie komt. Echte, open, vrije en broederlijke discussie is echter zeldzaam. Daarvoor ligt de zaak nog steeds te gevoelig en zijn er teveel posities en reputaties in het geding, soms ook een carrière. In dit artikel wil ik me beperken tot een poging het belang te dienen van de theologische waarheid, die wel te onderscheiden is van de geloofswaarheid. Een paar voorbeelden die ik mij uit de periode van de laatste halve eeuw herinner, zal ik hier noemen, waarbij namen niet ter zake doen. Elke naam zou door enige andere vervangen kunnen worden.

Een predikant die nogal wat exegetische opvattingen lanceerde die vrij sterk afweken van wat onder gereformeerden gangbare opinie was, werd ervan beschuldigd dat hij vlak langs de schriftkritiek scheert, of er zelfs al een beetje aan toegegeven heeft, in elk geval er onvoldoende weerstand tegen biedt. Het ging over de 'historische betrouwbaarheid' (bedoeld was historicale betrouwbaarheid) van bepaalde bijbelgedeelten. Zijn antwoord was: er is geen sprake van schriftkritiek bij mij: ik belijd volop de betrouwbaarheid en de waarheid van Gods Woord. De bijbel is voor mij Gods Woord, het boek met goddelijk gezag. Tussen beide plaats ik uit overtuiging een = teken. De Bijbel = Gods Woord. Zijn kerkelijke omgeving nam er genoegen mee, maar als honderd procent betrouwbaar wordt hij niet meer aangezien. Beroep naar bepaalde gemeenten, of benoeming op een docentenpost kon hij wel vergeten. Zijn reputatie was aangetast. Een volgend voorbeeld. Ook een tweede predikant zegt dat voor Hem de Bijbel Gods Woord is, maar hij voegt er aan toe dat dit niet betekent, dat hij akkoord gaat met de onder ons gangbare inspiratietheorie. Afgezien nog van het feit dat er onder ons nog minstens drie verschillende nuances van inspiratieleer worden aangehangen, is deze uitspraak voor sommigen 'in strijd met de belijdenis', voor anderen ook in strijd met de Schrift zelf. Anders gezegd: ook zijn schriftgetrouwheid (of 'bijbelgetrouwheid' of confessionele trouw) is een beetje verdacht, de waarheid van zijn erkenning dat de Bijbel Gods Woord is, kan subjectief nog wel eerlijk bedoeld zijn, maar objectief klopt die erkenning niet met wat hij zegt over de inspiratieleer. Een derde voorbeeld, ook 'uit het leven gegrepen'. Een predikant zegt: ik wil volop bijbelgetrouw zijn, maar ook eerlijk: er staan zoveel echte tegenstrijdigheden in de Bijbel dat beslist niet elk woord waar kan zijn of door de Heilige Geest ingegeven. Ik kan niet langer het = -teken aanvaarden tussen Bijbel en Gods Woord. De Bijbel is "* Gods Woord. Wel geef ik graag toe dat, zoals vele 'ethischen' dit vroeger uitdrukten, Gods Woord volop in de Bijbel staat, dat de boodschap die de bijbelschrijvers brengen de boodschap is van Gods werkelijkheid, van zijn daden en genadewerk, maar het = -teken gaat mij te ver. Er staan ook teksten in de Bijbel waarop dit niet van toepassing is. De exegese van tegenstrijdige teksten is zo gekunsteld en vaak onwaarschijnlijk en onlogisch, dat onmogelijk elke bijbelse mededeling volop waar kan zijn. Daarom, in het algemeen gesproken, de Bijbel is "* Gods eigen Woord.

Schriftkritiek
Waarschijnlijk zijn er ook nog varianten te noemen op deze drie voorbeelden, maar voor ons doel zijn deze drie voldoende. Voor menigeen onder ons kunnen alleen reeds deze drie standpunten worden samengevat onder het berucht geworden trefwoord 'schriftkritiek', meer of minder radicaal, meer of minder consequent. Ook ben ik mij bewust dat alleen reeds het bespreken van deze drie standpunten menig theoloog met een zekere argwaan de oren doet spitsen. Alles wat bij dit onderwerp afwijkt van de oude, in een lange theologische en kerkelijke traditie gewortelde theorie, is bij voorbaat verdacht. AI een paar eeuwen lang is er op grote schaal aan dit standpunt 'getornd', maar tegen elke wijziging daarvan is de strijd aangeboden en heeft de 'orthodoxie' stand gehouden, vaak onder het motto 'principiis obsta': zet je schrap al tegen de eerste stappen op een verkeerde weg.
Met andere woorden: het onderwerp is onder ons orthodoxen nog grotendeels onbespreekbaar, alleen de gevestigde theologische opvatting is gelijk te stellen aan wat Schrift en Confessie ons op dit punt leren en dat behoort daarom tot het fundament van de kerk, waarmee zij staat of valt. Als het = teken wegvalt tussen Bijbel en Gods Woord, dan zijn we volgens de heersende opvatting op een hellend vlak waarop alles mogelijk is. Kijk maar naar alle grote volkskerken in eigen land en daarbuiten. Het afglijden naar tal van theologische en confessionele ketterijen is dan niet meer te stuiten.
Maar omdat ook binnen de orthodoxie (reformatorisch of evangelisch) van tijd tot tijd de strijd hierover oplaait, zoals ook weer in onze dagen, zal die bespreking of strijd ook onze huidige generaties niet ontgaan. Wel zullen de diverse nieuwere argumentaties die thans van geheel verschillende kanten worden aangevoerd, geanalyseerd, gewogen en beoordeeld moeten worden, anders gaat, zonder dat de zaken in openheid en liefde zijn uitgepraat, ook het traditionele proces der kerkscheuringen gewoon door.

Een alternatief
Het is niet zonder meer een prettige bezigheid zich in een dergelijke situatie los te moeten maken van deze gangbare mening. Ter wille echter van het zoeken naar theologische waarheid in dit opzicht, waag ik het toch een alternatief te verdedigen. Daarvan geef ik om te beginnen een paar duidelijke conclusies, zonder de illusie dat die onmiddellijk door alle lezers begrepen kunnen worden. Maar zo gaat dat vrijwel altijd met nieuwe wetenschappelijke opvattingen die de tijd van meerdere generaties nodig hebben om door te dringen tot de aanvaarding in een wat bredere kring.
Het alternatief dat ik wil verdedigen staat evenzeer tegenover de gangbare traditie van de orthodoxe schriftleer, als tegenover wat we gewend zijn 'de' schriftkritiek te noemen. Een uitspraak als 'de Bijbel = Gods Woord', kan waar zijn en kan ook niet waar zijn. De uitspraak dat 'de Bijbel niet Gods Woord' kan eveneens waar zijn en niet waar zijn. Conclusie: deze twee uitspraken zijn elk van beide dubbelzinnig. Zij kunnen onmogelijk nog langer dienst doen als een scherp en beslissend theologisch criterium, als een shibboleth, om te toetsen of de gebruikers van deze formuleringen al dan niet echt schriftgetrouw zijn, echt God op zijn Woord geloven, zij kunnen niet als een test dienst doen om te meten of we met theologische orthodoxie op dit punt te maken hebben, of met ketterij, met heterodoxie. Beide uitspraken mogen namelijk niet losgemaakt worden, niet los gehoord worden, van degene die zich aldus uitspreekt. Ze mogen geen van beide 'een eigen leven gaan leiden', als een op zichzelf staande 'objectieve waarheid' die zonder nadere toelichting altijd en overal geldig is en aanvaard zou moeten worden. Het gaat om de aard en de strekking van die uitspraken, en die kan zeer verschillend zijn. De genoemde uitspraken kunnen een christelijke geloofsuitspraak zijn, en zij kunnen ook een logische, wetenschappelijke en zo ook theoIogische uitspraak zijn. Het hangt er maar van af in welke persoonlijke context die uitspraken worden gedaan, in welke spreek- en denkhouding, in welke 'geest', en met welk doel. Het verschil tussen deze beide denkhoudingen en de uitingen daarvan in de twee genoemde uitspraken is beslissend, zodat ik daar nog iets meer over moet zeggen.

Geloofsuitspraak of theologische uitspraak
We zeiden al: of de genoemde uitspraak waar is of niet, hangt er primair van af of de genoemde uitspraak 'De Bijbel is Gods Woord' een echte existentiële geloofsuitspraak is, dan wel of het een abstracte, theoretische, zogenaamd 'objectieve' uitspraak is, in dit geval dus een theologische. Beide zijn mogelijk, beide zijn geoorloofd. Ook is de een niet van een hogere of meer geestelijke of meer christelijke kwaliteit dan de andere. Het gaat dus zeker niet om een tegenstelling te suggereren tussen theologie en geloof, noch om de verbanden daartussen te negeren, maar allereerst om het praktische, noodzakelijke en zeer nuttige van het onderscheiden (dus niet identificeren) van zaken die gewoon niet hetzelfde zijn.
Dat dit verschil bestaat is voor medegelovigen in eerste instantie wel duidelijk.
Iedereen weet dat geloof niet hetzelfde is als wetenschappelijke theologie. Wat dan precies het verschil en het verband is, dat is een (voor velen) moeilijke filosofische kwestie, die nu niet behandeld kan worden. Je kunt in de uitspraak dat de Bijbel Gods Woord is, als gelovige je hartelijk en apriorisch vertrouwen uitdrukken dat wat God ons in de Schrift openbaart, goddelijke waarheid is, dat je de Bijbel vertrouwt en praktisch 'identificeert' met Gods woord en dat je dan ook daaruit dagelijks leeft, God liefhebbend 'met geheel uw verstand'. Zo erkennen en belijden (niet 'stellen' of 'poneren', noch minder 'veronderstellen') we dat de Bijbel Gods Woord is, een licht op ons pad, een aanwijzer van 'de weg der zaligheid', geen theologische encyclopedie of zoiets. Dit gelovig belijden is geen wetenschappelijke hypothese, en biedt ons veel meer zekerheid dan een eventueel theologisch betoog dat zou proberen ons aan te praten dat dit (bv. vanwege historicale onjuistheden) niet echt waar kan zijn. Ook veel meer zekerheid dan een (toch maar volstrekt onmachtig) theologisch betooq dat zou willen 'bewijzen' dat de Bijbel Gods Woord is. Als ons hart voor Gods spreken is toegesloten, dan helpt daar het scherpzinnigste theologische betoog niets tegen. Dit geloof is de alleen door God ons genadig geschonken beleving van de persoonlijke verbondenheid met Hem, en die geloofsverbondenheid biedt ons een zekerheid van een apart soort, dat we 'geloofszekerheid' noemen. In onderscheiding van andere soorten van zekerheid. Geloofszekerheid is iets anders dan logische zekerheid, of wetenschappelijke, theoretische of nog andere soorten van zekerheid, zoals gevoelszekerheid, ingebeelde zekerheid, juridische zekerheid, artistieke zekerheid, enz. Hetzelfde onderscheid moet gemaakt worden als we het woord 'waarheid' gebruiken. Het is een waarheid van een typisch eigen soort. In dit geval: dat de Bijbel het Woord van God is, is geen wiskundige waarheid!
Het is een (nog veel zekerder) geloofswaarheid. Daarom is het wat ongelukkig wanneer men meent de duidelijkheid te dienen, door hier het wiskundige = -teken te gebruiken. Alsof deze wetenschappelijke zekerheid nog superieur is boven de geloofszekerheid. Dat roept van de zijde van andere rationalisten de reactie op van het niet-gelijk-aan-teken. Even ongelukkig, even fout! Het is echter geen wiskundige, d.w.z. geen theoretische, wetenschappelijke waarheid en zekerheid.
Zelfs geen theologische! De tot ons sprekende God en zijn gesproken woord laten zich niet als wetenschappelijke 'objecten' onderzoeken of behandelen, analyseren of definiëren.
Wie zijn wij eigenlijk? Omgekeerd, wanneer men niet gelooft dat de Bijbel het levende Woord van God is waardoor Hij ons aanspreekt, dan moest men gewoon zeggen: ik geloof niet dat de Bijbel Gods Woord is. En niet zeggen: het is wetenschappelijk niet bewezen dat God bestaat of dat de Bijbel Gods Woord is. Want het christelijk geloof berust niet op wetenschappelijk onderzoek. Ook het ongeloof niet! Beide zijn van een andere orde, die aan alle wetenschappelijke theologie ten grondslag ligt, en niet andersom. Onze primaire, algemeen menselijke en noodzakelijke reactie op de openbaring van de levende God is fundamenteel die van geloof of ongeloof. Dàt beheerst ons leven en denken.

Geloof en theorie
Wanneer men echter in het geloof getuigenis aflegt en belijdt dat de Bijbel het boek is waarin God tot ons spreekt, dan moet men dit geloof niet intellectualistisch beschouwen als theologie, dit geloof niet rationalistisch omturnen tot een theorie. Gods waarheid is geen theorie, ook geen wetenschappelijke theologie. De theologie, die (terecht) een wetenschap wil zijn, moet de grenzen van het menselijk wetenschappelijk denken erkennen, en zich niet verbeelden uitspraken te kunnen doen over God, over wat wel of niet Gods Woord is, noch over Gods 'eigenschappen' of 'daden', en de waarheid van deze uitspraken dan proberen te 'bewijzen' met het 'materiaal' van 'gegevens' uit zgn. bewijsplaatsen, 'Ioca probantia'. Wetenschappelijke theologie kan God niet 'onderzoeken', niet 'analyseren'. Wat een hoogmoedige inbeelding zou dat zijn!
Wat wetenschappelijke theologie wel kan, met name in haar hermeneutiek, exegese en daarmee verband houdende hulpwetenschappen, is een literair-historicaal, en dus kritisch, onderzoek doen naar de precieze betekenis van een woord of een tekstgedeelte, naar wat mogelijk de bedoeling van de auteur(s) is geweest. De taak van de theologische dogmatiek is weer een ander verhaal. Dat moet hier moet blijven rusten. In het genoemde theologisch werk kan echter niets 'bewezen' worden van de 'stelling' dat de Bijbel Gods Woord is. Dat is een zaak van geloof, niet een taak of zelfs geen mogelijkheid van wetenschappelijke theologie. Daarom kan de wiskundig geformuleerde stelling, dat de Bijbel' niet aan' Gods Woord, ook nog waar zijn. Dat is nl. een juiste theoretische stelling indien er mee bedoeld zou zijn, dat niet met wiskundige zekerheid vast staat dat elk woord in de Heilige Schrift, de bijbel dus 'van kaft tot kaft', Gods Woord is, met goddelijk gezag ons meegedeeld, onfeilbaar aan de auteurs geïnspireerd. De argumentatie en de denkhouding is hier echter weer beslissend voor het al of niet juist zijn van die dubbelzinnig geformuleerde uitspraak. Als het geen ongeloofsuitspraak is, dan kan de stelling als theologische stelling goed bedoeld zijn. Maar dan wel aanvechtbaar geformuleerd. Want theologie moge dan wetenschap zijn, het is een andere wetenschap dan een natuurkundig of wiskundig vak. Zij vergt andere denkmethoden. Onze conclusie moet dan ook blijven, zoals zij in het begin van dit artikel is geformuleerd. Uitspraken als de Bijbel = Gods Woord of niet gelijk aan Gods Woord, zijn dubbelzinnig. Ze kunnen goed bedoeld zijn, of onjuist. Ze zijn in elk geval ontheologisch geformuleerd. Het woord 'is' kan met verschillende strekking worden uitgesproken. Laten we in elk geval probleemloos en vrijmoedig ons geloof blijven belijden dat de Bijbel Gods Woord is. En laten we de theologen ruimte en rust gunnen deze geloofskennis theologisch-wetenschappelijk te preciseren, theoretisch te nuanceren, en het resultaat daarvan bewust te onderscheiden van de Schrift zelf en van de Confessies. Want de uitspraak zelf dat de Bijbel Gods Woord is, staat nergens zo in de Bijbel en heeft God zelf nergens zo geopenbaard. Zij is slechts een onderdeel van één of meer der theologische inspiratietheorieën. Een theologische interpretatie dus. En daarover moest men als christenen vrij en genormeerd kunnen discussiëren. Ook in 'Opbouw’ !

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief