Deur van het hart wijd open voor de vluchteling
1997-10-03
Vluchtelingenwerk wil de voordeuren van de kerk opzetten voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Als een groot spandoek tegen het overheidsbeleid. Door kerkasiel op deze wijze op te rekken, lopen wij het gevaar dat de overheid het kerkasiel niet meer zal respecteren. Woorden van deze strekking waren in het vorige nummer te lezen in het artikel op de voorpagina van de Opbouw. Vluchtelingenwerk verricht goed werk, maar ze slaat de plank mis met de oproep aan de kerken zich bereid te verklaren uitgeprocedeerde Iraniërs in kerkasiel te nemen. Zo vat ik hetgeen in dit blad over Vluchtelingenwerk gezegd werd, samen.- Jaargang 41
- nummer 20
Dit verwijt aan het adres van Vluchtelingenwerk zoals dat in Opbouw te lezen was, is niet terecht. De oproep vanuit Vluchtelingenwerk en Inlia aan de kerken om uitgeprocedeerde Iraniërs kerkasiel te verlenen, hangt samen met de specifieke situatie rond de uitgeprocedeerde Iraniërs op dit moment. Er is geen sprake van een oproep om alle uitgeprocedeerde Iraniërs nu kerkasiel te verlenen als een signaal aan de overheid dat zij haar beleid ten aanzien van Iran moet veranderen. Daarbij is het jammer dat in het artikel voorbijgegaan wordt aan het feit dat het een actie betreft van (het zeer grote) Vluchtelingenwerk samen met (het kleine) Inlia, terwijl Inlia in een ander verband wel ter sprake komt.
Hoorzitting
Rond de uitgeprocedeerde Iraniërs staat op dit moment de parlementaire hoorzitting, gepland op 20 oktober centraal. Op deze hoorzitting, waarop door Vluchtelingenwerk en Inlia aandrongen is, zal gesproken worden over het tweede ambtsbericht m.b.t. Iran. In dit ambtsbericht wordt de stellingname van het eerste ambtsbericht gehandhaafd: Iran is een veilig land, afgewezen Iraanse asielzoekers kunnen zonder problemen naar hun land teruggestuurd worden.
Om twee redenen vindt Vluchtelingenwerk de parlementaire hoorzitting noodzakelijk. De eerste reden is het feit dat de Tweede Kamer het ambtsbericht over Iran heeft aanvaard, in een van de laatste vergaderingen voor het zomerreces, zonder dat de reactie van b.v. Amnesty op dit ambtsbericht bekend was. Dat is vreemd, omdat juist de reactie van Amnesty en andere mensenrechtenorganisaties op het eerste ambtsbericht de reden was dat er een tweede ambtsbericht kwam. Tweede reden is het feit dat veel van de nu uitgeprocedeerde Iraanse asielzoekers hier in 1994 gekomen zijn. In die tijd was Iran een van de gedooglanden. Dat wil eenvoudig zeggen dat Iraniërs niet teruggestuurd werden. De contact-ambtenaren (ondervragers) van de I.N.D.(de instantie die de asielzoekers ondervraagt over hun vluchtmotieven en die in eerste en tweede instantie over de asielaanvraag beslist) vonden het daarom niet altijd nodig erg diep op het vluchtverhaal in te gaan. Iraniërs mochten toch wel blijven! Nu dit laatste niet meer zo is en Iraniërs wel teruggestuurd worden, zijn er velen wiens asielaanvraag nu op grond van een onzorgvuldig interview wordt beoordeeld en afgewezen.
Uitzettingsbeleid
De politiek is gevoelig gebleken voor de druk van Vluchtelingenwerk en Inlia en natuurlijk ook voor de commotie die ontstond na de hongerstakingen van Iraanse asielzoekers. De hoorzitting komt er. Maar tot die hoorzitting heeft plaatsgevonden gaan de uitzettingen van uitgeprocedeerde Iraniërs gewoon door. Het uitzettingsbeleid is zelfs nog versoepeld. Het ministerie van justitie is niet bereid de uitzettingen op te schorten in afwachting van de uitkomst van de hoorzitting. Dit laatste was reden voor Vluchtelingenwerk en Inlia om de kerken op te roepen om uitgeprocedeerde Iraanse asielzoekers, die direct met uitzetting bedreigd worden, op te vangen in kerkasiel, tot de uitkomsten van de hoorzitting bekend zijn. Er is daarom op dit moment geen sprake van een spandoek tegen het overheidsbeleid. Hier wordt hulp geboden aan mensen in nood die nog een sprankje hoop zien. En als de hoorzitting geen soelaas brengt: Dan zullen deze uitgeprocedeerde Iraanse asielzoekers alsnog moeten vertrekken. Maar ze vertrekken met de wetenschap dat er mensen waren die hun best voor hen deden.
Vreemdelingen met een gezicht
In de Nederlands Gereformeerde kerk van Heerenveen komen elke zondag mensen die asiel in Nederland zoeken.
Enkelen van hen gingen ook in hun eigen land naar een kerk, anderen zoeken contact met Nederlanders, weer anderen zoeken God. Wij leren deze mensen kennen, eerst is het vreemd en zelfs wel spannend, maar na verloop van tijd wordt het gewoon. Wij wennen aan hun andere uiterlijk, wij wennen aan hun andere manieren, wij wennen aan hun, in onze ogen, exotische achtergrond. Deze mensen worden vrienden, wij delen ons leven met hen. Twee Iraniërs, moslims, vinden de God van de Bijbel en willen gedoopt worden. Een broeder en een zuster in de Here. Een schoonmoeder en een schoonzoon, een ongewone combinatie. Wij twijfelen niet aan het verhaal dat zij ons vertellen. Wij twijfelen niet aan de onderdrukking en de machtswellust, de verhoren in het bijzijn van een klein kind. Zij kunnen niet bewijzen dat het waar is, wat ze zeggen. De Iraanse politie geeft geen ondertekende verklaringen van haar doen en laten. Wij geloven hen, maar onze overheid twijfelt en beslist.
Bij Vluchtelingenwerk op het spreekuur zit een Iraans gezin tegenover mij. Ze moeten terug. Hun laatste hoop was het politiebevel met hun naam erop om zich te komen melden, dat een familielid vanuit Iran naar de advocaat gefaxt heeft. Maar voor de rechter is de fax geen bewijs. Er staat immers niet op waarom de familie zich moet melden. De vrouw is in tranen: het familielid dat de fax verstuurde is inmiddels opgepakt en 'verdwenen'. Ik bel de advocaat: Kan de vrouw bewijzen dat het familielid in de problemen is gekomen vanwege de fax die hij verstuurde? Ja, degene die haar het bericht vertelde zei er zeker van te zijn dat het daarmee te maken had. Kan ze dat bewijzen met een officieel document, dat mogelijk naar Nederland gefaxt kan worden? Nee, zo'n document is er niet. De advocaat zegt: dan kan ik hier niets mee.
Machteloosheid
Over mensen zoals ik hierboven verteld heb, gaat het in de parlementaire hoorzitting op 20 oktober. Deze mensen komen voor mijn bureau bij Vluchtelingenwerk. Natuurlijk, er zijn ook mensen die uitsluitend vanwege economische motieven asiel in ons land zoeken. Een Iraanse bewoner van het asielzoekerscentrum zei eens tegen mij dat je in het AZC niemand kunt vertrouwen. Je wordt belogen en bedrogen door iedereen, zei hij, ook door mij. Voor een deel zal dat waar zijn. Niet iedereen kan in ons land blijven, d~t weet ik best. Maar je voelt je als mens wel heel machteloos, als je tegen huilende mannen moet zeggen dat je hen niet kunt helpen. Dat ze dingen moeten bewijzen die ze niet kunnen bewijzen en dat ze anders uitgezet worden. En juist in die machteloosheid, in die zwakheid, zegt God dat wij sterk zijn.
Omdat we het dan van Hem verwachten. Onbegrijpelijk. De tendens van het artikel in het vorige nummer is juist. Wij bewijzen onze Iraanse en andere buitenlandse vrienden geen dienst wanneer wij de kerkdeuren wagenwijd voor hen openzetten en zeggen: Laat ieder maar bij ons in kerkasiel komen. Wij bieden uitgeprocedeerde asielzoekers dan geen toekomst, met werk, scholing en een opleiding voor de kinderen, maar een leven in gevangenschap. De regering, blijkens recente uitspraken van minister Dijkstal, zal zo'n houding van de kerken op den duur niet accepteren en het kerkasiel niet meer respecteren .. Kerkasiel is iets voor de achterdeur. Soms, in een enkel geval, wanneer wij zeker zijn dat wij de overheid nog kunnen overtuigen dat ze een vergissing maakt, zetten we de deur van het kerkasiel open. Echte beleidswijzigingen moeten via de politiek bevochten worden. Zo is ook de mening van Vluchtelingenwerk en Inlia. AI moeten we de kerkdeuren gesloten houden, er is niets wat ons belet de deuren van ons hart wijd open te zetten voor de vluchtelingen, voor de mensen die in ons land rust zoeken en veiligheid. Liefde voor de vluchtelingen en onze machteloosheid om hen te helpen, dringt ons tot God in gebed. Zo is in de N.G.K. van Heerenveen het plan ontstaan om met elkaar te bidden aan de vooravond van de parlementaire hoorzitting waarin de situatie in Iran onder de loep genomen wordt. Of dit zal gebeuren in een aparte interkerkelijke samenkomst of in een van de diensten op zondag is nog niet duidelijk. Ook uw gemeente zou op zondag 19 oktober deze zaak aan God kunnen voorleggen. Wij hebben onze Iraanse en andere buitenlandse vrienden lief, maar staan vaak machteloos. Van Hem zingen wij: Wat zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem zijn vermogen niet.
(Tineke Huizinga-Heringa is werkzaam bij Vluchtelingen werk Heerenveen)