Kwalijke 'tranquillizers'

1997-03-21
  • Jaargang 41
  • nummer 6
Mijn vader, die geen theoloog was maar meer van Kerkgeschiedenis en Kerkrecht wist dan ik ooit zal weten, vertelde me eens, dat het in de eerste tijd na de Reformatie geregeld voorkwam, dat kerkenraden leden van hun gemeente onder ede stelden. Dat gebeurde in conflictsituaties met hun onderlinge beschuldigingen, hun heilloze welles-nietes sfeer, hun onontwarbare probleemkluwens.
Dan moest zo'n lid Hem aanroepen, die als enige ons hart kent en bij machte is al ons bedrog te straffen, om zich zo te zuiveren van de blaam, dieop zijn naam geworpen was.


Ik was over die mededeling van mijn vader erg verbaasd. Want... in de kerk stel je toch niet onder ede en word je toch niet onder ede gesteld! Dat stond voor mij als een paal boven water. Korter gezegd (zij het in minder fraai Nederlands): In de kerk wordt niet gezworen!
Het zou ons allemaal erg verbazen, denk ik, als we zouden horen, dat een kerkenraad in ons heden een eed vroeg van één of meer van zijn leden in een bepaalde conflictsituatie. "Zoiets doet men niet in ons kerkelijk Israël!"

"...uit den boze"
'In de kerk wordt niet gezworen' - die kreet lijkt 'van goede komaf' te zijn. De Here Jezus verbiedt immers maar niet alleen de eedformules, die beoogden de band met de heilige Naam losser en zo de eed zelf minder bindend te maken. Hij zegt ook, dat alles wat een eenvoudig Ja en een eenvoudig Neen te boven gaat 'uit den boze' is (Matth. 5:37). Welnu, 'uit den boze' betekent toch zoveel als duivels, verkeerd, verboden!
En dus...: In de kerk wordt niet gezworen! Jawel, maar nu volgen we al te gemakkelijk en al te oppervlakkig de betekenis, die 'uit den boze' in de praktijk gekregen heeft. De eerste en letterlijke betekenis is altijd nog: voortkomend uit het kwaad! Of - meer persoonlijk - te wijten aan (het succes van) de boze vijand! En wat is dan dat kwaad, dat succes van de boze vijand?
De macht van de leugen in ons mensenleven!
Als de discipelen de onder de Joden gebruikelijke eedpraktijk zouden handhaven, dan zouden ze erin berusten, dat ook in hun leven de leugen nog zo machtig was, dat een eenvoudig ja en neen niet genoegzaam was maar een 'heilige bovenbouw' behoefde. En dat wil de Here niet! In de kring van zijn discipelen moet de troon van de leugen afgebroken zijn. Aan oud Israël stond de Here de eed-bekrachtiging van de woorden nog toe. Maar nu Hij in Christus met de volheid van zijn genadetrouw verschenen is moet de trouwen waarheid ook hun spreken beheersen en moet de 'bovenbouw' van de eed overbodig zijn! Eén van mijn broers poneerde nogal eens iets, dat in zijn omgeving geen geloof vond, en stond dan fluks met twee vingers in de lucht!
Mijn vader - diezelfde vader! - bestrafte hem daarover ernstig: Wie àf en toe zweert is gewóónlijk een leugenaar!
Wie naar bijzóndere bekrachtigingen grijpt zet de leugen weer op een troon in zijn gewóne leven.

"Bij ons is een beschaamd gelaat" (Dan. 9:7, 8)
We moeten niet denken, dat de bedoelde kerkenraden in de na-Reformatietijd maar plompverloren te werk gingen. Zij kenden Mattheüs 5 ook heus wel. De oude Formuliergebeden laten ons zien, hoe onze voorgeslachten in de kerk zich voor de Here konden verootmoedigen! Aangrijpend! Voorbeeldig!
Dit zal ook gebeurd zijn, wanneer een lid onder ede werd gesteld! Ik stel me een ootmoedig gebed voor in deze geest:O Here, hoewel uw Zoon ons heeft voorgehouden, dat de leugen in ons leven geen plaats mag hebben en de waarheid al onze woorden moet beheersen, hebben wij te belijden, dat we in onze gemeenschap aan de ware gehoorzaamheid aan dit gebod niet toegekomen zijn en dat de leugen ons nog in zo ernstige mate beheerst! Vergeef het ons, dat wij daarom grijpen naar het middel van de eed, dat u aan uw oude volk Israël gegeven hebt, opdat de aanroeping van uw heilige Naam onder ons trouwen waarheid mag bevestigen.
Zegen ons in onze nood, hoewel wij U slechts een beschaamd gelaat kunnen tonen en leid ons verder door de kracht van uw heilige Geest op het spoor van de waarheid! Ja, zo stel ik me de gang van zaken voor!

Slecht 'kalmerend middel'!
"In de kerk wordt niet gezworen!" - Oppervlakkig! Maar nog erger! Een kwalijke 'tranquillizer'. Een akelig kalmerend middel! Er wordt niet gezworen, ook als er ... kennelijk wèl gelogen wordt! Heeft de Here dàt bedoeld? Wij 'gehoorzamen' zijn eed-verbod. Maar deze 'gehoorzaamheid' is niet anders dan een farizees formalisme! De terugkeer naar de oude eed - Mattheüs 5:37 voorbij! - bracht met zich mee een diep besef van zonde, verootmoediging voor de Here, hartelijk gebed om de Heilige Geest, krachtige hulp voor hen die aan de leugen was gewend geraakt. De kreet 'In de kerk wordt niet gezworen!' dreigt ons dit alles te doen missenbesef van zonde, verootmoediging, gebed om de Geest - en ons aan de leugen te gewennen! Deze kreet kan net zo gaan werken als de eedformules van de Joden, waardoor de leugen zich kon handhaven! Het iso zo nodig, dat we ons en de ander in conflictsituaties nadrukkelijk en uitdrukkelijk stellen voor Gods heilig aangezicht! Met een beschaamd gelaat! De genoemde kreet dreigt ons dit alles op een kwalijke manier te 'besparen'. We worden niet al te zeer verontrust door de macht van de leugen. We zweren immers niet! Inderdaad, een kwalijke 'tranquillizer', een akelig 'kalmerend middel'!

Tegen geestelijke luiheid!
Onze geestelijke luiheid bezorgt ons een voorliefde voor motto-achtige leuzen, die neerkomen op verabsoluteringen van op zichzelf gestelde elementen van de bijbelse boodschap, voorzover deze leuzen ons de werkelijke confrontatie met Gods heiligheid 'besparen'!
- Als we in de wereld van vandaag met al haar ellende heel egoïstisch goed voor onszelf willen zorgen 'troosten' we ons met de stelling, dat de Here zijn volk heel royaal een goed leven gunt, waarbij we wél denken aan de zegeningen van Deut. 28:1-13 maar niet aan de vermaningen van Jak. 5:1-6.
- Als we ons niet willen laten verontrusten door dorheid in ons eigen leven en in dat van de gemeente 'troosten' we ons met de stelling, dat bijzondere Geestesuitingen in het eerste begin van de christelijke gemeente voorkwamen.
Maar na de afsluiting van de Canon niet meer! Letterlijk een na-canonieke 'waarheid'!
Ik zou verder kunnen gaan. Ons past het gebed om de hulp van de Here. Dat Hij ons laat leven bij de gehele boodschap van de Schrift en niet bij een 'geamputeerd' bestanddeel, dat een eigen leven - óns leven - is gaan leiden!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief