'Paars' vraagt om een antwoord, maar ook de kerken mogen niet zwijgen

1997-03-21
  • Jaargang 41
  • nummer 6
In het blad 'Opbouw' is onlangs een artikel verschenen van Mirjam de Rooy, waarin zij pleit voor een christelijk antwoord op 'paars'. Het zal geen verwondering wekken dat de RPF-fractie in de Tweede Kamer, waarin immers christenen politiek actief zijn, zich door deze oproep voelt aangesproken.
Als je dan als RPF reageert, zal je echter om te beginnen een valstrik moeten vermijden. Ik bedoel dit. Het is gevaarlijk om zo'n reactie als deze aan te grijpen voor zelfrechtvaardiging.
ln de trant van: waar spreekt Mirjam de Rooy eigenlijk over? We hebben toch een christelijk antwoord op paars en dat is de RPF. Die kant wil ik niet op.
Wel wil ik opmerken, dat er een gespreksbasis is. Immers, de analyse van 'paars', zoals in het artikel is gegeven, stemt voor een belangrijk deel overeen met de wijze zoals 'wij' in Den Haag daar tegenaan kijken. Er zijn vele paarse wapenfeiten waar de RPF-fractie de laatste jaren kritiek op heeft uitgeoefend. Dat loopt uiteen van het sociaal-economisch en milieubeleid tot het beleid met betrekking tot abortus en euthanasie. De rode draad in die kritiek is dat paars, verhuld in een wolk van mooie woorden als eigen verantwoordelijkheid, flexibiliteit, meer dynamiek in de economie, decentralisatie, en zelfbeschikking, verantwoordelijkheden laat liggen, en zelfs bewust van zich afschuift. Zonder er zich van te vergewissen of anderen die verantwoordelijkheden op een goede wijze kunnen oppakken. Dit proces laat de zwakkeren in de samenleving in de kou staan, waar het vanouds een kernpunt is in de christelijke politiek dat de overheid de zwakke dient te beschermen.
We kennen inmiddels allemaal wel zo'n beetje de gevolgen: de bijstandsmoeder die een arbeidsplicht krijgt opgelegd; de werknemer die niet (meer) de arbeidsprestatie van een topatleet kan neerzetten; de gedeeltelijk arbeidsongeschikte die nergens meer kans maakt op een baan omdat de sociale zekerheidsrisico's voor de werkgever te groot zijn; het milieu dat in de 'altijd evenwichtige' afweging bij de grote infrastructurele projecten toch altijd weer het onderspit delft tegenover de economische belangen; de euthanasieregelgeving die heeft geleid tot een klimaat waarin ook van wilsonbekwamen het leven blijkt te kunnen worden beëindigd (terwijl het toch 'alleen maar' was begonnen om zelfbeschikking) en een abortuswet die het weghalen van de vrucht vanwege het geslacht of de wintersport mogelijk maakt (terwijl het toch 'alleen maar' was begonnen om baas in eigen buik).

De gespreksbasis is dus aanwezig.
Dat betekent dat we kunnen bezien of 'de politiek' (in dit geval onder meer de RPF) en 'de kerken' (in dit geval de Nederlands Gereformeerde Kerken) van elkaar kunnen leren. Is het mogelijk het gesprek met elkaar aan te gaan, met behoud van en respect voor ieders eigen verantwoordelijkheden als politicus aan de ene kant en kerk aan de andere kant?
Een gesprek is echter wel tweerichtingsverkeer, gaat twee kanten op.
Opbouw mag zich in een oproep tot de politiek richten. De politiek mag zich ook met een oproep tot de kerken richten. En ook dat wil ik graag doen op deze plaats en wel als volgt.

Op 1 november 1996 vond een congres over theologie en economie plaats in Utrecht, onder de naam 'Riding the Juggernaut'. Ofwel, kan de christelijke theologie een bijdrage leveren aan bijsturing van de moderne, globaliserende economie?
Kunnen we de Juggernaut van de economie besturen?
Vier theologen van verschillende snit zouden op dit congres ingaan op de vraag wat zij, vanuit hun vakgebied, zouden willen aanreiken aan de mensen vanuit de praktijk. Kortom, wat hebben (christelijke) organisaties in politiek en samenleving aan de theologie.
Het antwoord was ontluisterend. Verdiep u in de theorie en relativeer de maakbaarheid van de samenleving, zei er een. (Ofwel: ga heen en wordt warm.) Ik wil de mensen uit de praktijk niets aanreiken, zei een ander. Theologie moet niet vertaald worden naar ethische handreikingen voor de praktijk, zei een derde. Ook nummer vier had geen antwoorden voor de maatschappelijke en politieke organisaties.
Kortom, als het aan deze vier theologen ligt, moet de praktijk, de christelijke organisatie in politiek of samenleving het doen met de eigen theologie van de koude grond.

Nu kunnen de lezers van Opbouw in die zin gerust zijn dat geen Nederlands Gereformeerde theologen aanwezig waren. Zou desalniettemin er niet alle reden zijn de oproep van Mirjam de Rooy ook om te draaien en de vraag te stellen: wat hebben de theologen en dominees uit de kerken de politiek te melden? Hoe vaak wordt op de preekstoel eigenlijk aandacht geschonken aan politiek en maatschappelijk belangrijke onderwerpen?
Zijn er predikanten die ook verder durven gaan dan bijbel uitleg voor de zondag en ook de maandag in hun preken betrekken? Met andere woorden, kan de politiek rekenen op 'handreikingen' vanuit de kerken? Een christelijk antwoord op 'paars'.
Prima. Maar dit antwoord formuleren 'wij' in de politiek liever niet alleen.

Jacob Pot,
voorlichter RPF-fractie
Tweede Kamer

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief