Maranatha! Hoe blijf ik 'bij de tijd'?
1997-03-21
De vorige keer maakten we kennis met de Maranatha-boodschap van Johannes de Heer.- Jaargang 41
- nummer 6
Deze keer gaan we in op de vraag: maakt het voor de keuzes die je maakt in het hier en nu verschil of je naar Jezus'komst uitkijkt of niet? De Opbouw-lezer die mij in een Amsterdams café n.a.v, mijn eerste artikel fijntjes liet weten dat het ,,óók belangrijk kan zijn je met het hier en nu bezig te houden" had gelijk. Devraag is: waarméé hou je je in het hier en nu bezig? Als een visie op het komende Koninkrijk ontbreekt, kan je leven naar alle kanten openwaaien maar toeh potdicht blijven.
Je tijd vooruit
Het geheim van Johannes de Heer was zijn christelijke werkelijkheidszin.
Hij stond met beide benen in het Koninkrijk Gods. En zijn boodschap was zó bezielend, dat er veel christelijke aktie uit is voortgekomen. Ik noem de NCRV en - na zijn doodde Evangelische Omroep. Op 1 juli 1919 verscheen het eerste nummer van Het Zoeklicht, het orgaan van de Maranatha-beweging. De eerste zinnen van het hoofdartikel (van de hand van Prof. J.H. Gunning Jr.) drukten meteen de kern van de Maranathaboodschap uit: "De verwachting van de Toekomst des Heeren Jezus is het eigenlijk leven der Gemeente. De gemeente is dat deel der mensheid hetwelk de zekerheid heeft dat de levenskracht welke zij in zich draagt, eerlang ook, zichtbaar voor aller ogen, de wet des heelals zal zijn." Een lange zin, maar het gaat dan ook over de eeuwigheid en de gedachte die het bevat is duizelingwekkend. Wij hebben vaak het gevoel dat ons geloof en onze opvattingen sterk verouderd zijn en dat we al blij mogen zijn als we ze zonder al te veel kleerscheuren door de tijd kunnen heendragen. Schaamte houdt ons heel vaak tegen om het ook uit te dragen. Wat Het Zoeklicht hierboven zegt, komt hierop neer: christenen lopen niet achter, maar zijn hun tijd ver vooruit. Wat nu nog onzichtbaar aanwezig is in het hart van de gelovige en daar z'n werk verricht, vormt straks de wet van het heelal. En iedereen zal het zien! Dan zijn de rollen omgekeerd: dan schamen de christenen zich niet meer (ja, voor hun schaamte!), maar dan zal iedereen, binnen en buiten de kerk, zich doodschamen die wel 'bij de tijd' maar niet uit verwachting heeft geleefd! De werkelijkheid die in een kind van God leeft, de werkelijkheid waarin een kind van God leeft, blijkt straks in het heelal dé werkelijkheid, de enige werkelijkheid te zijn. Die visie geeft bezieling en brengt élan in het leven van christenen.
"Het zichtbare is tijdelijk, het onzichtbare eeuwig," schreef Paulus (2 Kor. 4: 18) en hij schaamde zich niet voor het evangelie.
Buiten de werkelijkheid
Als Satan christenen wil verzwakken en hun hun élan ontnemen, is het voor hem zaak éérst hun werkelijkheidsbeleving te veranderen. Christenen die niet meer op de Toekomst gericht zijn, gaan verkeerde prioriteiten stellen. Om dat te bereiken moet Satan eerst hun horizon vernauwen. En dat kan het beste door hun horizon ogenschijnlijk te verwijden. Gooi het leven van christenen naar alle kanten open en het komt uiteindelijk potdicht te zitten voor het Koninkrijk Gods.
En dat is precies wat er is gebeurd.
Wij hebben 'zicht' gekregen op allerlei zaken, waardoor het zicht op Jezus' toekomst flauwer werd. En tenslotte kwamen we erachter dat we op tal van zaken het zicht zijn kwijtgeraakt. Veel christenen moeten voor zichzelf bekennen: ik zie het niet meer, en ik zie het niet meer zitten. De geestelijke verwarring waarin we zijn terecht gekomen is dat onze blik van Jezus' Toekomst is afgeleid. Johan de Heer zei het zó: ,,'Jezus zien' wil zeggen: een blik hebben op Zijn toekomst. En de juiste blik op Zijn toekomst is: Jezus zien." Ook veel pogingen tot verdieping van het persoonlijk geloofsleven stranden, omdat ze in het hier en nu blijven steken. We zijn buiten de werkelijkheid komen te staan en zijn daardoor moeilijk inzetbaar geworden.
Dat proces heeft zich de afgelopen decennia volgens mijn eigen waarneming voltrokken in drie fasen. De eerste fase beschreef ik in de beide vorige artikelen: de fase van de horizontalistische theologie. Christenen moesten zich niet meer richten op de komende wereld, ze moesten déze wereld proberen te verbeteren: samen met niet-christenen, in de eerste plaats met marxisten. Dit moest mislukken, zoals alle eerdere pogingen om Gods Koninkrijk op aarde te stichten mislukt waren. Die mislukking wordt intussen erkend, maar het kwaad is geschied: men heeft alleen nog déze wereld over en de wankele hoop dat het ooit beter zal worden.
In orthodox-christelijke kring verliep die eerste fase natuurlijk anders: wij wisten dat wij geen hemel op aarde konden brengen, maar ook bij ons werd, naar de geest van de tijd, evenredig sterke nadruk op het hier en nu gelegd. Ook bij ons werd de blikrichting van de Toekomst afgeleid.
Met het resultaat dat er een generatie opgroeide die niet meer in staat is het hier en nu te relativeren en die, trendmatig gesproken, de verkeerde prioriteiten stelt. In m'n eerste artikel (Het einde van het hiernamaals?) schreef ik al over de torenhoge verwachtingen die we aan dit leven zijn gaan stellen, niet alleen wat materiële dingen betreft, maar ook - en misschien wel vooral - in relaties. Vriendschappen, huwelijken, de gemeente: alles moet perfekt zijn (behalve wij zelf natuurlijk, want wij moeten "onszelf kunnen zijn"). Weigeren wij "ons te laten troosten" met de eeuwige heerlijkheid, omdat we in wezen het gevoel hebben dat we "er straks niet meer zijn"? (In de hemel is geen bier, daarom zuipen wij het hier?) Totdat we een infarct(je) krijgen en elke - versoberde - dag daarna als een cadeautje aan de voor avond van de Grote Verjaardag ervaren.
Om blij te kunnen zijn moet veel ballast overboord.
Hoe blijf je 'bij de tijd'
Deze keer wilde ik nadruk leggen op een ander aspect; het veld van interesses komt steeds meer buiten het Koninkrijk te liggen. Ik doel niet op het feit dat christenen er hobby's op na houden die niets met godsdienst te maken hebben. Zulke hobbies heb ik zelf ook, de schepping is rijk geschakeerd.
Maar waar het mij om gaat is dit: dat onder jong volwassen christenen de betrokkenheid bij het Koninkrijk Gods steeds· verder afneemt. De televisie speelt daarin een belangrijke rol.
De teevee brengt ons het nieuws uit de wereld door de ogen van de wereld: zij schotelt ons voor wat we belangrijk moeten vinden. Dat klinkt zelfs door in de gebeden en preken van jonge predikanten die graag aktueel zijn: je vindt er de hot items van het journaal en de aktualiteitenrubrieken in terug. Ik zag liever dat die dominees hun aktuele informatie uit het maandblad van Open Doors en Zwart-wit van Dorkas haalden: daar vind je de hot items van het Koninkrijk.
De wereldse media berichten ons dat in Afrika milioenen mensen op de vlucht zijn als gevolg van burgeroorlogen, maar ze vertellen ons niet dat de islamitische regering van Soedan in het zuiden van het land het christendom probeert uit te roeien en dat in Mexico duizenden protestantse indianen uit hun dorpen hebben moeten vluchten voor hun roomse vervolgers.
De media vertellen het ons wanneer een islamitische minderheidsgroepering in Pakistan wordt onderdrukt, maar als in een door het Leger des Heils gestichte stad ruim tienduizend inwoners op de vlucht slaan voor het geweld van fanatieke moslims die plunderen en brandstichten, kijken die media de andere kant uit. Als in China een politieke dissident wordt veroordeeld, schenken radio en teevee er alle aandacht aan; als voor de zoveelste maal een bekende huiskerkleider wordt opgepakt en kerkgangers in elkaar worden geslagen en zelfs uitgekleed door de veiligheidspolitie, zwijgen de media. De christen die het journaal en een 'gewone' krant als informatiebronnen heeft, komt er nooit achter dat de kerk in China explosief groeit: per dag gaan zo'n twintigduizend Chinezen over tot het christelijk geloof. Evenmin krijgt hij te horen dat uitgerekend in het noorden van Soedan(!) een toenemend aantal moslims de Koran vaarwel zegt en de Heer Jezus aanneemt.
Er is in onze kerken (en bij de vrijgemaakten en chr. gereformeerden is het niet anders) een toenemend aantal jonge christenen die geen christelijk dagblad lezen en niet geabonneerd zijn op een christelijk tijdschrift of een kerkbode. Zij sluiten zich daarmee af voor informatie over wat er omgaat in Gods Koninkrijk. Ook de geestelijke ontwikkelingen in ons eigen land en ons eigen werelddeel zijn voor hen een onbekende wereld. Ze kunnen geen dwaalgeesten meer onderscheiden en ontvangen geen impulsen meer van goede zijde. Ze willen best in hun hart de Heer Jezus liefhebben, maar de aderen waardoor bezieling en stimulans hun hart zou kunnen bereiken, zijn afgeknepen. 'Als het met je hart maar goed zit': geen cardioloog zal het er mee eens zijn, het probleem begint bijna altijd in de bloedvaten! Als die zijn dichtgeslibd met 'ballast', krijgen hart en hersenen geen voeding meer.
Creatief gebedsleven
Waarom is dat zo erg? Hierom: omdat we op deze manier voor God verminderd inzetbaar zijn. Hij kan ons dan niet meer inschakelen op momenten en in situaties waar christenen nodig zijn. Ik heb in deze serie steeds benadrukt dat wij, christenen, niet in staat zijn op aarde Gods Koninkrijk tot stand te brengen. Tot Christus' terugkomst is de 'overste dezer wereld' de Satan.
Maar daar zit een keerzijde aan.
Christus' Koninkrijk komt en is komende in deze wereld, daar hoeven we niet aan te twijfelen. De vraag is: zijn wij daarbij betrokken, laten wij ons daarbij door Christus inschakelen?
Wie zich voor informatie over de komst van dat Koninkrijk afsluit, amputeert zijn mogelijkheden op dat punt.
Hij vergooit z'n kansen en maakt zichzelf onbruikbaar.
Allereerst is er de mogelijkheid om als bidder te worden in geschakeld. Wij gereformeerden hebben altijd veel nadruk gelegd op Gods souvereiniteit, en terecht, maar van de evangelischen hebben we moeten leren dat de Here vaak wacht met zijn ingrijpen tot zijn kinderen erom gaan vragen. "Op het zendingsveld werd de stagnatie .
pas doorbroken als het thuisfront weer begon te bidden," heb ik Ds. Van den Brink eens in een preek horen zeggen.
Ook in de Lijdende Kerk blijkt deze eenvoudige waarheid steeds weer waar. Hoeveel rijker en 'creatiever' wordt het gebedsleven van een christen die zich voedt met informatie over Gods Koninkrijk en daaruit de impulsen voor zijn gebedsleven ontvangt.
Ds. A. v.d. Dussen schreef onlangs in dit blad nogal vrijmoedig dat God zijn kinderen uitnodigt "om met Hem mee te denken". Dat kan alleen als we ergens bij betrokken zijn en ons laten inschakelen. Anders verzandt ons gebedsleven in algemeenheden en verpietert het op den duur.
Paulus schreef zijn blijdschapsbrief aan de gemeente van Filippi, waarvan de leden "zowel bij mijn gevangenschap als bij mijn verdediging en bevestiging van het evangelie, deelgenoten" waren van "de mij verleende genade". Zo'n gemeente kan hij bemoedigen en bezielen met de wens dat haar liefde "nóg overvloediger wordt in helder inzicht en fijngevoeligheid: dan zult ge rein en onberispelijk zijn tegen de dag van Christus, vervuld van de vrucht van gerechtigheid, welke is door Jezus Christus, tot eer en prijs van God". Aan een gemeente waar 'geestelijke inteelt' heerste, had hij zó niet kunnen schrijven!
Giftenpatroon
Begrijpt u me niet verkeerd: ik bedoel niet dat alle christenen zich bij àlles in Gods Koninkrijk moeten betrokken weten of dat alle christenen dezelfde geestelijke interesses moeten hebben.
Ook daarin is er verscheidenheid.
Soms is het voor een intens gebedsleven nodig je tot enkele onderdelen, of zelfs tot één onderdeel te beperken.
Bovendien heeft niet iedereen evenveel tijd en kan niet iedereen evenveel verwerken. Zelf werd ik een kleine twee jaar geleden weer eens met mijn beperkingen geconfronteerd door een licht herseninfarct: des te noodzakelijker werd het opnieuw mijn prioriteiten te stellen!
Wat mij verontrust is dat een toenemend aantal christenen, vooral onder de jong-volwassenen, zich niet meer betrokken voelt bij de voortgang van het Koninkrijk Gods. Wie zijn leven niet meer bekijkt in het oneindige per spectief van de eeuwige heerlijkheid, sluit zich met z'n interesses op in deze wereld. Het meest schrijnend uit zich dat in het giftenpatroon. Steeds meer jonge christenen geven niet meer aan christelijke, maar aan algemene doeleinden, waar ook de mensen van de wereld aan geven: het Rode Kruis, Artsen zonder grenzen, Amnesty International.
Hun argument daarbij is dat je met hulpverlening niet mag discrimineren: je moet goed doen aan àlle mensen. Daarmee geven ze te kennen zich niet meer verantwoordelijk te voelen voor het specifieke christelijke werk dat samenhangt met de voortgang van Gods Koninkrijk. Hier ontbreekt opnieuw een eeuwigheidsvisie.
3xM, het christelijk mediaproject dat door evangelisatie-uitzendingen tal van landen in de wereld bedient en cursussen verzorgt voor de vele mensen die reageren, wijst er regelmatig op dat de beste ontwikkelingshulp bestaat uit de verspreiding van het evangelie: daardoor ontwaken mensen uit hun lethargie, worden 'zelfredzaam' en komen ook in maatschappelijk opzicht tot verheffing. De wereld komt vaak niet verder dan dweilen met de kraan open: het evangelie vormt een remedie aan de bron! Als de boven beschreven ontwikkeling zich doorzet, zal veel christelijk werk, dat zo veel rijke vruchten afwerpt en zo veel levens voorgoed heeft vernieuwd, moeten inkrimpen en tenslotte moeten stoppen. We kunnen straks niet bij Christus en zijn vervolgde broeders aankomen met de verontschuldiging dat we 'goed gedaan hebben aan àlle mensen', wanneer we dat niet in het bijzonder "aan de huisgenoten des geloofs", aan de 'minsten van Zijn broeders' hebben gedaan! "Ik heb je nooit gekend," zegt Hij dan.
Volgende keer hoop ik, kort, de derde fase in genoemde ontwikkeling te beschrijven en meer aandacht te besteden aan de blijmoedige remedie, opdat "uw harten niet door droefheid wegkwijnen." En dat is dan ècht het slot, onder de titel: "Maranatha! De bruid zingt: KOM!"