Erfdochters

1997-03-21
  • Jaargang 41
  • nummer 6
Achterna gezeten door een paar jongens uit haar klas vliegt het kleine meisje bij ons de tuin in.
'Mag ik even bij u binnen, ze pesten me!' Hijgend en half huilend van angst voor die ellendige jongens zit ze even later in de kamer. Een glas fris en een koekje doen wonderen. Ze kan weer een beetje lachen. Kijkt vrijmoedig om zich heen. Ik kijk ook. Naar haar. Een klein verwaarloosd meisje met veel te wijze ogen. In de daarop volgende weken zie ik haar vaker want ze moet nogal eens vluchten voor de pesters. En ik hoor een verhaal.
Papa weggegaan. Mama nieuwe vriend. Mama krijgt een baby. Vriend boos. Ruzie.
Aan dat kleine meisje moest ik denken toen ik die twee jonge vrouwen ontmoette.
Zusjes, die hun vader vroeg verloren.
Zou er minder woestijn in hun leven zijn geweest als papa niet doodgegaan was?
Mij schoot toen de vaderlijke zorg van God te binnen voor de dochters van Zelafead. Ik zocht de kleine geschiedenis op in Numeri 36.
Een erfdeel voor de dochters. Het land beërven. Als koninginnen heersen. Is dat iets om naar uit te kijken, ook al heb je in dit leven het erfgoed -de aanwezigheid- van je vader gemist?

Ach -
hoe zijn ze geworden
de dochters van de man
die God vreesde

hoe zijn ze eenzaam en bang
gegroeid tot vrouwen
omringd door tranenfloers
en rouwklacht

denk aan Uw beloften o God,
voor de dochters

kinderen van een man
oprecht en wijkende
van het kwaad
bekend in de poorten
van Uw volk
hij die dochters verwekte
en stierf

ach -
hoe zijn ze geworden
de dochters van de man
die God vreesde.

Num.36:2 Matth.5:5 Openb.5:10

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief