Eenvoudigheidscultus

1997-04-04
  • Jaargang 41
  • nummer 7
In de kritiek op het Seminarie te Amersfoort is meermalen sprake van een 'eenvoudigheidscultus'. Deze zou dateren uit het eerste decennium na de vrijmaking. Het werd ook beschouwd als een hobby van de zogenaamde jansenisten, omdat inderdaad A. Janse sterke nadruk heeft gelegd op de noodzaak van eenvoudige schriftlezing tegenover allerlei ingewikkelde theologische uiteenzettingen.
die in de jaren veertig mede een rol speelden in de verdeeldheid en scheuring binnen de Geref. Kerken.


Deze 'eenvoudigheidscultus' kwam op een overigens sympathieke wijze weer ter sprake in Opbouw van 8 maart 1997, in het betoog van de oud-zendeling ds. Vonkeman. Daaruit bleek hoe men in het begin van de jaren vijftig van een inderdaad goed beginsel weer onbewust op theologische wijze een abstract schema had gemaakt.
Dat was als zodanig nog niet onjuist, maar het ging (achteraf bezien) waarschijnlijk mis, omdat bij sommigen de neiging bestond de theologie als wetenschap niet alleen te relativeren en op haar secundaire plaats te zetten, maar ook te devalueren tot iets wat minder belangrijk was in de organisatie van het kerkelijk leven en/of van het zendingswerk.
Mijns inziens lag dat aan de nog niet of nauwelijks doorgedrongen reformatie van het theologisch denken zelf in en vanuit haar eigen feitelijke basis.
De goede levensbeschouwelijke relativering van de theologie ten opzichte van het 'eenvoudig geloof der gemeente' werd zodoende gemakkelijk weer tot een theoretische devaluatie van de theologie, die in de praktijk niet vol te houden was, zoals ds. Vonkeman vanuit de praktijk demonstreerde.
In het christelijk geloofsleven en geloofsdenken in onze Westerse cultuur speelde van meetaf de invloed van filosofie en theoretische theologie haar dubbele rol (een goede naast een verkeerde), niet het minst in de confessies van de vierde en vijfde eeuw.
Vanuit die diep gewortelde traditie kon ook de theologische onderscheiding tussen gelovige en 'eenvoudige schriftlezing' enerzijds en wetenschappelijke theologie anderzijds, ook in de jaren vijftig bij een deel der vrij gemaakten gemakkelijk tot een abstracte scheiding worden, tot een tegenstelling soms, of tot devaluatie van de theologie. Dit mede uit reactie tegenover het in de vrijmaking als geheel niet voldoende onderkende theologisme in eigen kring, met de elitaire en hiërarchische machtsuitoefening die daaraan onvermijdelijk vastzit in de praktijk van het kerkelijk leven.
Een uitgewerkte en wetenschappelijk verantwoorde visie op de relatie tussen kerk en theologie ontbrak nog.
Men vergat maar al te vaak dat tussen het 'onbevangen verstaan' in de ('eenvoudige') bijbellezing en de praktijk, ook de geloofsmatige levenbeschouwing een belangrijke rol meespeelt, mede omdat daarin ook de levenservaring doorwerkt. Diezelfde tussenschakel werkt ook in de relatie tussen schriftgeloof en theologie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief