2. Wat gebeurt er?
1997-04-04
Als we onze rondreis door het Midden-Oosten vervolgen, is het van belang op te merken hoeveel er in die wereld gebeurt dat ons ontgaat of waar we meestal nauwelijks weet van hebben. Ondanks alle berichtgeving in onze media over de Arabische wereld is er ook heel veel niet bekend. En dat terwijl die factoren soms een grote rol spelen in het geheel van het leven en ook van de positie van onze Arabische broeders en zusters.- Jaargang 41
- nummer 7
De betekenis van bevolkingsgroei
Daarbij moeten we in de eerste plaats aan Egypte denken. In de tijd van de farao's kende het land, schatten geleerden, tussen de vier en zes miljoen mensen.
Nu zijn dat er ongeveer zestig miljoen!
En elk jaar komt er naar schatting één miljoen bij. Egypte is ontegenzeglijk een uitgestrekt land, maar nagenoeg allen wonen bijeen in de buurt van de Nijl. Die is natuurlijk niet qua omvang toegenomen sinds de tijd van Mozes.
Wat wil de toename van één miljoen zielen (en lichamen!) per jaar zeggen?
Het betekent een ongekende trek naar de steden, vooral naar Caïro. Het betekent een enorme sociale druk en zoeken naar banen. Het betekent kansarmoede bij velen. Het betekent een steeds groter probleem voor de overheid om al die monden te voeden. Het wil zeggen dat de bevolking van Caïro jaarlijks met een miljoen mensen toeneemt (bijna althans). Nu zijn het er ongeveer 16 miljoen, maar, zeggen deskundigen, het kunnen er inmiddels ook al wel 17 miljoen zijn. Deze cijfers hoorde ik ruim een jaar geleden... Het houdt ook in dat de gemiddelde leeftijd van dat volk steeds lager komt te liggen.
Steeds meer relatief jonge, onervaren mensen komen op voor hun rechtmatig verlangen naar een zekere mate van welzijn en geluk. Dat vervulling van die wens steeds moelijker wordt, betekent een rijke voedingsbodem voor romantisch hunkeren naar een rechtvaardiger samenleving en voor islamitisch fundamentalisme en bijgaand extremisme.
Als de Egyptische staat eerst maar eens genormeerd zou zijn door de Islam, dan werd alles wel beter!
Politieke en etnische tegenstellingen
Laat geen moslim naar ons toe te dierbaar doen over de Oemma, de verenigde Islamitische natie. Die bestaat inderdaad tijdens de Hadj, de pelgrimstocht naar Mekka, enigszins, tijdelijk. In de praktijk van het dagelijks leven en de dagelijkse politiek zijn er de tegenstellingen tussen politieke systemen en ook wel etnische of religieuze groeperingen.
Men kan wijzen op de gruwelijke en langdurige oorlog tussen Irak en Iran, die in de jaren '80 vele honderdduizenden levens gekost heeft. Dat zijn dan Arabieren (Irakezen) tegen niet-Arabieren (Iraniërs). Denk aan de Iraakse inval in het kleine, maaro zo rijke Koeweit.
Beide landen zijn gelijkelijk Arabisch. Irak en Syrië hebben elk een eigen Baath regime, maar wel zo dat ze elkaar naar het leven staan! Vorig jaar mocht ik Syrië niet in en vermoed dat dat kwam door een Irakees stempel in mijn paspoort. Duizenden, zo niet tienduizenden Jordaniërs moesten in het begin van de jaren '90 de Golfstaten verlaten, vanwege de positiekeuze van koning Hoessein ten gunste van z'n oosterbuur Saddam Hoessein in de crisis rond Operatie 'Desert Storm'. De buren Egypte en Lybië hebben diverse malen grote aantallen onderdanen, die in het andere land werkten, de grens overgezet, als aanduiding van ernstige conflicten tussen beide regeringen. De Egyptische overheid heeft een en andermaal haar ernstig bezwaar tegen het Soedanese bewind kenbaar gemaakt, vooral na de moordaanslag op President Moebarak, die, naar in Egyptische kring aangevoerd wordt, op instigatie van het zeer Arabische bewind in Khartoem zou zijn gepleegd. En ga maar door!
Wie weet nog van de zeer bloedige onderdrukking van opstanden tegen President Assad van Syrië, die in het begin van de jaren '80, het leven heeft gekost aan tienduizenden mensen? De stad Hama aan de rivier de Orontes die voor een groot deel verwoest en uitgemoord is? Wie weet van tegenstellingen tussen zuivere Soennitische Moslims en Alawieten, een 'ketters' geachte groep binnen de Islam, waar President Assad toevallig toe behoort? Toen een groep Nederlanders een Christelijke Vredesconferentie in Bagdad bijwoonde, twee jaar geleden, viel ons op hoe enkele aanwezige Sjiitische sjeiks, duidelijk vertegenwoordigers van de meerderheid der bevolking, door verteqenwoordiqers van de Soennitische minderheid die wel de macht heeft, met grote en kleine pesterijen werden bejegend. (Hoe valt anders ook te verklaren dat de wereld Saddams regime ondanks alles toch een beetje is blijven steunen? Omdat men doodsbenauwd is voor een Sjiitisch regime dat gemene zaak met het Sjiitische buurland Iran maakt dat overal z'n fanatieke en terroristische vorm van geloof wil exporteren.) Dan is hier nog niet gesproken over de grote etnische en religieuze tegenstellingen in Soedan: een Arabische Islamitische overheid die al vele jaren probeert om het christelijk of animistische Zuiden te onderwerpen en daar de meest waanzinnige gruwelen voor heeft aangericht. Samenvattend: de Arabische wereld is op politieke, religieuze en etnische gronden zeer complex.
Een ijzersterk geheugen en een cultuur van 'eer'
Daar komt nog een ding bij. In de Arabische wereld weet men na lange tijd zich dingen te herinneren. Al zijn de Kruistochten nu negen eeuwen geleden, daarmee zijn ze natuurlijk nog niet uit de herinnering geweken. Men weet er nog alles van en het voedt de latent aanwezige anti-westerse gezindheid. Maar nog verder terug reikt de herinnering. In het lezenswaardige boek van een Koptische priester Tadros Malaty, Introduction to the Coptie Chureh, maakt deze Egyptenaar zich nog vreselijk kwaad over alle vermeend of reële onrecht dat Egyptische Christenen is aangedaan bij het Concilie van Chalcedon, in 451. Ook al stamt het boek uit 1993 en is het dus bijna vijftien-en-een-halve-eeuw geleden, wat heeft dat ermee te maken?
Onrecht is en blijft immers onrecht! Denken we ter vergelijking eens aan de opstelling van Ronald Reagan, die ten tijde van het Irangate schandaal serieus voorstelde de discussie maar te stoppen; het was inmiddels twee jaar geleden!
Er is een kloof in waarneming tussen Arabieren en niet-Arabieren. Een goede naam moet men te allen tijde hoog houden, gezichtsverlies is het ergste dat er maar bestaan kan. Soms willen christenen vanwege verlies aan 'eer' naar het buitenland emigreren.
4-5%van de bevolking
In het Arabische leven moeten we derhalve vele dubbele bodems vermoeden en ermee rekenen dat we vooral niemand voor 't hoofd stoten. We moeten ons ook hoeden voor snelle generalisaties.
De situatie, op allerlei gebied, ligt altijd weer verscheiden. Dat geldt ook, en zeker, voor de situatie van de Kerk aldaar. Wel lijkt het juist te stellen dat zo'n 4-5% van de totale bevolking van het Arabische Midden-Oosten Christen is, waarbij de totale schakering meegerekend is: alle gezindten! Wat we ook vernemen is dat de christelijke bevolking van het Midden-Oosten steeds verder afneemt, in elk geval procentueel. We volgen die ontwikkeling voor een paar landen.
1. De Kerk van Egypte
De grootste Christelijke Kerk treffen we in Egypte, vanouds een bolwerk van de Kerk. Het cijfer van acht miljoen leden is reëel, zeggen deskundigen. Neemt hun aantal echt af? Moeilijk om te zeggen.
Toch zijn diverse dingen op te merken.
Er wordt zelden vergunning afgegeven voor kerkbouw of restauratie van een bestaand kerkgebouw. En dat in een tijd waarin letterlijk vele honderdduizenden moskeeën worden gebouwd! Dat is een dramatische wanverhouding die weinig goeds voor de toekomst voorspelt. Elk aanpassen van een kerkgebouw, tot de aanleg van een toilet toe, moet bij het Bureau van de President worden gemeld en aangevraagd. Zelfs voor deze kleine zaken komt vaak geen toestemming.
Anderhalf jaar geleden was er commotie over het feit dat buitenlandse toeristen entree zouden moeten gaan betalen voor bezoek aan kerken, zelfs voor het bijwonen van diensten.
De Koptische Kerk ageerde daar fel tegen. (Ik was op dat moment net in het land, maar weet niet hoe het conflict afgelopen is.) Voeg daarbij dat er juist de laatste tijd herhaaldelijk van de moordaanslagen op Koptische boeren of handelaars melding wordt gemaakt, vooral in Opper-Egypte, het Zuiden waar de Christenen relatief talrijk en niet zelden behoorlijk gegoed zijn. Er zijn verhalen van mafiose beschermings-taktieken: je moet voor 'bescherming' een fors bedrag gaan neerleggen. Zijn echter al die stellig trieste verhalen voortgekomen uit de kloof tussen Christen en Moslim?
Dat laatste is niet altijd duidelijk. Dat geldt ook voor de talrijke verhalen die de ronde doen over het kidnappen van Christelijke meisjes. Het valt niet mee om daar een objectief juist beeld van te krijgen, al kan men meldingen onmogelijk afdoen als stemmingmakerij. Ook lijkt duidelijk dat een aanzienlijk aantal Koptische christenen jaarlijks naar de Verenigde Staten of Europa wil vertrekken.
Soms lukt dat, soms ook niet; de trend op zich lijkt echter vol betekenis.
2. De kerk van Jordanië
In het vorige artikel is al gewezen op het tolerante karakter van de Islam in Jordanië.
Toch vernam ik ook daar van vertrek van vele Christenen uit hun geboorteplaats en dikwijls ook uit Jordanië.
Opnieuw, ik kan de juistheid en reikwijdte van het verschijnsel niet beoordelen, maar de verhalen waren er wel. In de Christelijke stad Madaba, ten Zuiden van Amman, bestond de bevolking twintig jaar geleden voor 90% uit Christenen; nu zou dat percentage 35% zijn.
De mensen vertrekken uit de stad waar je in de St. Georgioskerk 't beroemde mozaïek van het Land kan zien met Jeruzalem in het midden. Moslimse buren nemen hun landerijen over, waardoor de druk op de achterblijvers lijkt toe te nemen om ook te vertrekken.
3. De kerk van Libanon
Libanon gold vanouds als het land met de sterkste christelijke bevolkingsgroep.
De getalsmatige verhouding tussen Moslims en Christenen was ongeveer 50-50, wat weerspiegeld werd in het feit dat de hoogste politieke functies in het land verdeeld werden op vergelijkbare schaal. Libanon was het voorbeeld hoe het in het Midden-Oosten tolerant en vreedzaam kon toegaan. We weten inmiddels welke verschrikkingen het land de afgelopen twintig jaar heeft doorgemaakt. Een van de gevolgen is dat de christelijke bevolking van 50% naar 35% is teruggelopen. Die tendens lijkt door te zetten.
4. De Christenen op de West Bank
Hetzelfde valt te melden van de West Bank. Bij een gesprek dat ik vorig voorjaar had in Bethlehem, waar de Palestijnse vlag toen nog niet zo lang wapperde, kwam ook het vertrek van vele christenen uit de stad aan de orde. Ze zien geen toekomst in de huidige ontwikkelingen.
De stad waar Christus geboren is en de Geboortekerk een toeristische attractie is, is, als deze trend doorzet, straks bijna geen christen meer te vinden. Zo ver is het nu nog niet.
(Overigens, in geen enkele regio van het Midden-Oosten is de terugval in het aantal Christenen in deze eeuw dramatischer geweest dan in dit gebied, rond en na de stichting van de Israëlische staat...) Voeg daar nog aan toe de vele Nestorianen oftewel de Assyriërs die uit Irak of Iran uitgeweken zijn, of de Jakobieten, Kerkturken, en we zien hoevelen uitwijken naar het Westen. Dat betreft echter geen Arabieren.
Voorzichtige conclusies
Eén conclusie lijkt gewettigd: veel mensen willen graag naar het Westen, hun eigen regio uit. Dat zegt iets over politieke instabiliteit, bevolkingsdruk, en afname van het democratisch gehalte van beleidsbeslissingen door nationale regeringen. Het zegt ook wat over het wereldwijd bestaand verlangen van mensen naar groter welvaart en kansen voor hun kinderen. Wie vindt dat onze familieleden in de jaren '50 legitiem naar de States, Canada of Australië emigreerden, moet het ook deze mensen gunnen te streven naar verbetering van levenssituatie. Wat nu opvalt is dat het vaak christenen zijn die willen gaan en die er ook in slagen. Dat zegt wellicht iets over hun nood, maar het kan ook een indicatie zijn dat ze beter opgeleid zijn en betere kans maken om te vertrekken.
Maar ook in dat geval, dat relatief gunstige geval, blijft het een groot probleem dat steeds meer Moslims steeds minder Christenen ontmoeten van wie ze zouden kunnen horen wat het Evangelie inhoudt.