Voor de kinderen

1997-04-04
  • Jaargang 41
  • nummer 7
Nadat het land 40 jaar rust had gekregen deden de Israëlieten weer wat kwad was in de ogen van de Here. Hierover gaat het in het volgende jeugdhoekje. Bij elke vraag vind je twee antwoorden, maar er is er maar één goed. Welk antwoord is goed? Als je het echt niet weet kun je de oplossingen vinden in Richteren 6.

1. De Here gaf het volk Israël over in de macht van...
a. Moab
b. Midian

2. Wat was Gideon, de zoon van Joas, aan het doen toen de Engel bij hemkwam?
a. Druiven aan het uitpersen in de wijnpers.
b. Tarwe aan het uitkloppen in de wijnpers.

3. Waarom deed hij dat?
a. De vijanden roofden alles en er was honger in het land.
b. De druiven waren rijp en moesten geperst worden.

4. Geloofde Gideon direct dat de Engel van God kwam?
a. Nee, hij wilde een teken.
b. Ja, hij geloofde het.

5. Wat moet Gideon doen met het altaar van Baäl en de gewijde paal die erbij stond?
a. Een offer brengen voor de Here op het altaar van Baäl.
b. Omver halen en een stier offeren voor de Here met het hout van de gewijde paal.

6. Waarom brak hij het altaar des nachts af en niet overdag?
a. Hij was bang voor zijn familie en de mensen van de stad.
b. Overdag had hij geen tijd.

7. Wat voor antwoord gaf de vader van Gideon toen de mannen van de stad Gideon wilden doden?
a. Als Baäl een god is moet hij maar voor zichzelf strijden.
b. Gideon is te jong, laat mij maar voor hem sterven.

8. Gelooft Gideon nu dat de Here het volk door zijn hand wil verlossen?
a. Nee, hij wil toch nog een teken.
b. Ja, hij vraagt God wat hij moet doen.

9. Wat gebeurde er met het eerste vlies dat Gideon op de dorsvloer legde?
a. Het vlies was droog en de grond eromheen nat.
b. Het vlies was nat en de grond eromheen droog.

De uitspraak van de paaspuzzel was van de hoofdman en zijn soldaten en deze was: Waarlijk, dit was een Zoon Gods.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief