Lering uit globalisering

1997-04-18
  • Jaargang 41
  • nummer 8
Heineken, Shell en Renault zijn grote ondernemingen met grensoverschrijdende activiteiten. Grensoverschrijdende activiteiten die recentelijk de aandacht hebben getrokken. De voorgenomen vestiging van een Heinekenfabriek in Burma, het plan van Shell om het olieplatform 'Brent Spar' in de oceaan te dumpen, de activiteiten van Shell in Nigeria en de plotselinge sluiting van een autofabriek in België door Renault leidden tot grote beroering.
De vragen die vanuit de samenleving over deze gebeurtenissen werden en worden gesteld m.b.t. het milieu, de mensenrechten-situatie, de werkgelegenheid - kortom: vragen naar de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen - lijken deze bedrijven een beetje te hebben overvallen.

Verlegenheid
Blijkbaar heerst bij bedrijven grote verlegenheid met dit soort vragen. Men lijkt er niet goed raad mee te weten.
Het verantwoord en ordelijk omgaan met deze normatieve vragen die de gewone bedrijfsuitoefening met zich meebrengt, wordt door ondernemers kennelijk beleefd als een verantwoordelijkheid van 'de samenleving', als iets van buiten de onderneming. In Trouw van 1 maart jl. noemde Henk Tieleman dit een tekort aan normatieve professionaliteit bij bedrijven.
Het is zeker van belang hiervoor meer aandacht te hebben. Maar hebben bedrijven niet een beetje gelijk wanneer ze (ook) naar de samenleving kijken?
De vraag naar de verantwoordelijkheid van ondernemingen raakt immers niet alleen die bedrijven zelf, maar ons hele economische denken en handelen. Daarin is het streven naar groei, naar zoveel mogelijk winst met zo weinig mogelijk middelen steeds centraler komen te staan. Nu is spaarzaamheid natuurlijk goed en winst is nodig voor het voortbestaan van ondernemingen, maar vooral de groei van de financiële markten (aandelen, obligaties en andere waardepapieren) is een teken dat het streven naar 'financiële' winst steeds meer een doel op zichzelf is geworden. Het financiële belang van de kapitaalverschaffers, de aandeelhouders domineert dan ook in veel gevallen de bedrijfsvoering.

Doel en middel
Wat is eigenlijk het doel van het economisch handelen? Is alles geoorloofd wanneer maar een zo hoog mogelijk rendement met zo weinig mogelijk middelen wordt gehaald? Gaat het werkelijk alleen om een maximaal geldelijk gewin of een minimaal gebruik van middelen?
Veel mensen leven inderdaad om te werken en hier en nu zoveel mogelijk rijkdom te vergaren. Terwijl christenen leven en werken met het oog gericht op het komende Koninkrijk van God staat voor hen het 'carpe diem', het 'pluk de dag' centraal. Echter: "Wie geld liefheeft, wordt van geld niet verzadigd, noch wie rijkdom liefheeft van inkomsten" (Prediker 5:9). Wie altijd 'meer' wil - ook wel het economisch motief genoemd -, heeft nooit 'genoeg'. Dat men er nooit genoeg van heeft, geeft echter al aan dat goederen of geld niet het ultieme 'goed' vormen. Leert de Bijbel ons juist niet dat rijkdom een zegen van God is om goed mee te doen (b.v. 1 Timotheüs 6:17-19, Handelingen 17:25), onder meer door de schepping (mens en natuur) tot Christus' wederkomst als rentmeesters te beheren?
Maar ook het consequent minimaliseren van 'middelen' - aangeduid als het economisch principe - leidt tot ongewenste uitkomsten. Dit komt misschien wel het sterkst tot uiting in het denken over arbeid: arbeid is verworden tot een productiefactor, een kostenpost, een betrekkelijk willekeurig uitwisselbare 'human resource' (naast grond(stof) en kapitaal). Arbeid is slechts een middel tot het grote doel.
Zó kan een record-winst samengaan met verdere beperking van het aantal arbeidsplaatsen. Maar leert de Bijbel ons niet dat arbeid bij mensen hoort als manier om gaven, talenten en creativiteit te ontplooien en Gods schepping te bewerken en te bewaren (Genesis 1:28)?

Lering uit globalisering
Waarom bijvoorbeeld de politieke en mensenrechtensituatie in een land zo belangrijk is (Burma), waarom een afgedankt olieplatform niet zomaar afgezonken mag worden (Brent Spar), waarom voldoende werkgelegenheid zo belangrijk is (Renault in België), het zijn vragen die in de economie en in de bedrijfsvoering van ondernemingen gewoonlijk buiten beschouwing blijven.
Dankzij de ervaringen van 'globaliserende' ondernemingen als Shell, Heineken en Renault staan deze vragen opnieuw op de agenda. Het zou goed zijn wanneer christenen vanuit bijbels perspectief aan deze herbezinning zouden bijdragen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief