"En zij geloofden het niet"

1997-04-18
  • Jaargang 41
  • nummer 8
Geloof je ’t of geloof je ’t niet? Die vraag komt op een mens af, wanneer hem of haar het paasevangelie wordt verkondigd. Geloof je ’t of geloof je ’t niet? Want met het antwoord op deze vraag staat en valt het geloof van de christelijke gemeente, staat en valt het geloof van iedere christen.
Als je dit evangelie van de opstanding niet gelooft, zegt Paulus in de eerste brief aan de gemeente in Korinthe, dan is je geloof zonder inhoud. Dan kun je net zo goed niet geloven, want waar is je geloof dan nog voor?


Ongelovige discipelen
Er zit dus heel wat vast aan dit evangelie van de opstanding, daar past geen ongeloof bij. Toch is het opmerkelijk, dat ook de eerste getuigen, trouwe volgelingen van Jezus, zoveel moeite gehad hebben om het te geloven. De boodschap 'Hij is opgewekt' stuit af op onbegrip en ongeloof in die kleine kring van Jezus' leerlingen. Lucas verhaalt ons de ontmoeting met de Emmaüsgagers, Johannes vertelt hoe moeilijk Thomas te overtuigen was en ook bij Marcus speelt het ongeloof de discipelen heel duidelijk parten.
Ik ga in deze Schriftoverdenking voorbij aan de vraag of de verzen 9-20 behoren tot het oorspronkelijke slot van het Marcusevangelie. Wanneer u uw bijbeltje openslaat bij hoofdstuk 16, zult u zien dat dit gedeelte tussen haken staat. Dat wil zeggen: veel vertalers en bijbeluitleggers zijn de overtuiging toe gedaan dat dit lange slot een latere toevoeging is en besteden er in hun commentaren weinig of geen aandacht aan.

Drie commentaren
Dat is jammer, want op zich levert dit slotgedeelte interessante informatie op met betrekking tot de reactie van de leerlingen, wanneer zij geconfronteerd worden met het bericht, dat hun Meester is opgestaan uit het graf. En dat sluit, m.i. aan bij de manier waarop Marcus het evangelie van Pasen vertelt.
Marcus geeft niet alleen een heel sober verslag, maar in 'zijn' evangelie speelt het ongeloof van de leerlingen een nog veel grotere rol dan bij de andere evangelisten.
Ik noem één opmerkelijk detail.
Ook Matteüs en Lucas verhalen ons de gang van de vrouwen naar het graf, met allerlei verschillende bijzonderheden, maar de strekking van het woord van de engel tot de vrouwen komt vrijwel overeen: Jullie zoeken de Gekruisigde.
Hij is opgewekt. Hij is hier niet, zie de plaats waar ze Hem gelegd hebben. En Galilea wordt genoemd. Die naam klinkt bij Matteüs en Marcus als het signaal tot hergroepering (Hij gaat u voor naar Galilea), Lucas roept de prediking van Jezus in Galilea over zijn lijden en sterven in herinnering.
Mattheüs verhaalt dat de vrouwen terstond weggingen van het graf, met vrees en blijdschap, en zich haasten om het zijn discipelen te berichten. Lucas zegt dat de vrouwen zich de prediking van Jezus herinnerden, "en teruggekeerd van graf, boodschapten zij dit alles aan de elven en aan al de anderen".
Het geloof breekt door hun verdriet heen. Op dit punt verschilt Marcus met de beide andere evangelisten. In zijn beschrijving van het Paasevangelie breekt er nog helemaal geen licht door in de harten van de vrouwen.
Zij vluchten weg van het graf, "want siddering en ontzetting hadden haar bevangen. En zij zeiden niemand iets, want zij waren bevreesd".

Het breekt door bij stukjes en beetjes
Het is Jezus zelf die het ongeloof van zijn volgelingen stuk breekt door in levende lijve aan hen te verschijnen.
Het eerst aan Maria van Magdala, de vrouw voor wie Jezus zoveel heeft betekent.
De evangelist Matteüs beschrijft uitgebreid hoe deze ontmoeting is verlopen. Maria gaat naar de discipelen toe om hen te vertellen dat Jezus is opgestaan uit het graf en dat zij Hemgesproken heeft. "Maar zij geloofden het niet". Ze geloofden het niet. Het evangelie van de opstanding breekt stuk op de hardheid van het hart. Ze zitten helemaal gevangen in hun eigen beeld van de werkelijkheid en daar past een opstanding van hun Meester niet in.
Vervolgens verschijnt Jezus aan twee van zijn discipelen die op weg zijn naar het land. Maar ook hun getuigenis kan het ongeloof van de jongeren niet stukbreken. "Ook hen geloofden ze niet".

Niets nieuws onder de zon
Ongeloof in de kleine kring van volgelingen, die van het begin af aan getuigen geweest zijn van Jezus' prediking en van de wonderen die Hij gedaan heeft.
Maar dat Hij zou zijn opgestaan uit de doden, dát wil er bij hen niet in.
En eigenlijk is er niets nieuws onder de zon. Ook vandaag kom je onder de volgelingen van Jezus datzelfde ongeloof tegen, omdat hun verstand hen in de weg staat. Een lichamelijke opstanding uit de doden, dat valt toch niet te rijmen met de wetten van de natuur?
En eigenlijk moet het ons ook niet verbazen, dat het evangelie van de opstanding daarop stuk breekt, het is immers ook niet op mensen maat gesneden.
Ook gelovigen blijken er niet aan te willen.
Is dat het wat Marcus ons in dit hoofdstuk wil laten zien? Dat het Paasevangelie niet naar de mens is en daarom voortdurend dreigt stuk te breken op het ongeloof?
Wanneer Jezus aan de elf discipelen verschijnt, dan spaart Hij hen niet. Hij verwijt hen hun ongeloof en hardheid van hart. Hij neemt geen blad voor de mond, want alles wat er met Hem gebeurd is, daar heeft Hij met hen toch over gesproken, toen Hij nog bij hen was? Het moet voor de discipelen een harde en pijnlijke ervaring geweest zijn, deze verschijning van Jezus.

De opdracht
Wanneer zij tot het geloof in de opstanding zijn gekomen, dan kan Jezus hen gebruiken als zijn apostelen om dit evangelie te verkondigen in de wereld.
Het evangelie van de opgestane Heer.
Want dit evangelie is de basis, het fundament onder het geloof. Voor wie dit evangelie niet gelooft, valt alle grond onder de voeten weg. Die houdt geen geloof meer over. Wij krijgen vandaag de opgestane Heer niet in levende lijve te zien om ons af te helpen van ons ongeloof. Wij moeten het helemaal hebben van de prediking van de apostelen, die ons op dit punt laten delen in hun eigen ervaring. Opdat wij daarvan zullen leren. En laat daarbij ook het woord van de Heiland in onze oren klinken: ,,Zalig zij die niet gezien, en toch geloofd hebben

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief