Begraven

1997-04-18
  • Jaargang 41
  • nummer 8
Begraven heeft een diepe zin. Christus heeft gezegd: indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, draagt ze geen vrucht. Paulus neemt dat beeld van het zaaien over in 1 Kor. 15 en zegt: er wordt gezaaid in vergankelijkheid, in oneer, maar opgewekt in onvergankelijkheid, in heerlijkheid. Daar zaai je nu voor: om te oogsten. Daarom wil ik ook niet gecremeerd worden. Er zit voor mij iets uitermate vertroostends in begraven worden. Als ik begraven word, word ik gezaaid. Ik word niet zomaar in de grond gestopt en daarmee uit. Nee, ik word gezaaid als een graankorrel.
Want als ik gestorven ben, is het nog niet met me afgelopen. Ik word gezaaid om vrucht te dragen, om geoogst te worden.
Begraven worden is enerzijds een dieptepunt.
Het staat voor vergankelijkheid: stof zijt ge en tot stof zult ge wederkeren.
Maar dankzij Christus is dat dieptepunt tegelijk beginpunt van iets nieuws. Op het moment waarop de graankorrel in de aarde valt, begint een proces van vrucht dragen. Dankzij Christus' dood en begrafenis hebben mijn dood en begrafenis niet meer die fatale betekenis. Wie in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid, zei Christus.
Dat is een heel kras woord. Het wil niets minder zeggen dan dat onze dood nu niet meer volop dood is. Hij is losgemaakt uit zijn oorspronkelijke samenhang.
Hij stond in het kader van Gods oordeel. Binnen dat kader liggen de eerste en de tweede dood in elkaars verlengde en vormen ze samen Gods vloek over de zonde. Maar Christus heeft die samenhang verbroken. Door het geloof ben ik onder het oordeel uit. Daarmee is mijn dood als een deur die uit zijn hengsels is gelicht.
Toen Simson de deuren van de stadspoort van Gaza uit zijn hengsels lichtte en ermee naar Hebron sjouwde, waren die deuren nog wel deuren, maar ze functioneerden niet meer als deuren. Ze konden niet meer doen waarvoor ze bestemd waren. Zo heeft Christus de dood uit zijn hengsels gelicht. Mijn dood is nog wel dood, maar hij kan mij, dankzij Christus, niet meer aandoen wat hij zou willen. Hij kan mij niet meer van God lossnijden.
Daarmee is de dood geen sprookje geworden. Maar toch is zijn karakter grondig gewijzigd. Zijn angel en zijn overwinning zijn weg. Als wij toch nog moeten sterven en begraven worden, is dat meer dan alleen maar een nederlaag.
In onze dood en begrafenis mag al iets aanwezig zijn van Christus' triomf over de dood.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief