Moed en vertrouwen
1997-04-18
Ds. K. Boersma. chr. geref emeritus predikant, heeft een boek geschreven over de kerk. Hij heeft het gedaan vanuit de chr. geref kerken, maar ook met het oog op medegelovigen in andere kerkverbanden, die de christelijke gereformeerden soms zo heel na staan.- Jaargang 41
- nummer 8
Hij tekent de grote lijnen vanuit de Heilige Schrift.
De belijdenis komt ook aan de orde en de kerkgeschiedenis blijft niet buiten beschouwing. De auteur schrijft eenvoudig. Het boek is goed leesbaar. Buiten veel chr. gereformeerde theologen citeert hij zo nu en dan ook andere theologen van gereformeerde origine. Op heldere wijze worden de eenheid en het verschil tussen Luther en Calvijn aangegeven. Het onderwerp: kerkvervreemding en kerkverlating wordt scherp belicht. Wat zegt het begrip kerk vandaag de dag de jongeren nog? Wat heeft de kerk van het waarachtige christendom laten zien?
Met instemming worden enkele regels aangehaald, die wijlen prof. Versteeg aanreikte voor het eerlijk luisteren naar de Bijbel. Punt 7 is zeer belangrijk en appellerend: luisteren leidt altijd tot het doen van het Woord van God.
Uitvoerig gaat de schrijver in op de diverse vragen rondom het Schriftgezag. Het heeft de Heere behaagd om zijn openbaring door mensenhoofden en -handen te laten beschrijven. "Dat betekent ook, dat het er in de Schrift niet om gaat om een verslag te geven, zoals dat in de moderne tijd zou gebeuren via een camera of een cassettebandje.
Ik las van iemand, ik weet niet meer waar: Stel je voor dat iemand een opname had willen maken van de hemelvaart van de Here Jezus, dan zou hij alleen maar een overbelicht filmpje uit zijn apparaat gehaald hebben. Dat is mooi gezegd." (p. 111).
Er worden evenwichtige opmerkingen gemaakt over de gemeente. "In de Schrift vormen schapen en kudde geen tegenstelling. Het persoonlijke en gemeenschappelijke horen bij elkaar." (p. 144) Terecht wordt door Boersma geponeerd en verdedigd. dat we in de trits ellende, verlossing en dankbaarheid met een logische en niet met een temporele volgorde te doen hebben.
Onze chr. geref collega signaleert ook een zwakke plek in ons christelijke bestaan. "Zo heel dikwijls geven wij anderen - en misschien ook wel elkaar - de indruk, dat christen-Zijn iets is, dat boven op ons gewone leven komt. We zijn gewone mensen, zoals iedereen is, maar we hebben enkele dingen extra, en dat 'extra' kenmerkt dan ons leven: we bidden, we lezen in de Bijbel en we gaan naar de kerk. En: we proberen daar iets van te laten zien in ons leven." (p. 156) Ds. Boersma denkt oecumenisch. Dat springt er in zijn boek aan alle kanten uit. Wij weten ons mee daarom door zijn boek direct aangesproken. Hij spaart ook de kerken waarbinnen hij functioneert niet waar hij in het kerkverband o.a. individualistische tendensen ontwaart. Wanneer collega Boersma het heeft over de ruimte van de kerk volstaat hij met de stelling, dat de kerk kerk met het Woord en door de Geest is. Maar hier juist had ik graag wUlen horen hoe je dat nu concreet mag en moet invullen.
Wat het slothoofdstuk, punt 7: 'Het grote uitzicht' betreft, krijg ik de indruk, dat het lijkt op een preek met een thema. maar zonder tekst. Veel Bijbelteksten worden genoemd, maar niet nader besproken. Dat vind ik jammer. Dit alles doet echter niets af van mijn waardering voor dit boek, dat een hartelijke aanbeveling verdient.
N.a.v.: Ds. K. Boersma: 'Moed voor de kerk' - Christelijk en Gereformeerd na honderd jaar - Uitgeverij Kok Kampen - 196 pag. f 39,50.