'Tel uw zegeningen'

1997-04-18
  • Jaargang 41
  • nummer 8
'Tel uw zegeningen, tel ze één voor één."
Een lied dat mij, tot de begrafenis van een oude zuster uit de gemeente, onbekend was.


Nu ben ik nooit te beroerd om iets in praktijk te brengen, dus laatst begon ik eens te tellen. Een tijdrovende klus, want er zijn nogal wat mensen en dingen waar ik blij mee ben.
Ik noem er één. Lachen met vriendinnen.
Niet weg te denken uit mijn dagelijkse leven. Neem nu mijn vriendin Miek.
We kennen elkaar zo'n 22 jaar en hebben lief en leed gedeeld. Vooral het laatste maakt een band stevig.

Vorige week heb ik haar naar Schiphol gebracht.
Ze ging voor tien dagen naar Washington en moest zo'n smak kado's voor vrienden en familie meenemen dat haar koffers bobbelig uitpuilden en de achterbak van de auto vulden.
Haar dochter Liselot ging mee om op de weg te letten, want Miek en ik zijn allebei van het dolende type en met een vliegreis is het zaak om op tijd te zijn.
We vertrokken dus vroeg.

"Niet op mijn moeder letten. Als die zegt dat we rechtsaf moeten, kun je het best maar linksom gaan," zei Liselot beschouwend vanaf de achterbank.
"Dat is zo'n warhoofd."
"Ik weet niet eens het verschil tussen links en rechts, Lot, het kan dus altijd erger", zei ik naar waarheid.
,,O, ik tik wel op je schouder, dan weet je welke kantje op moet", zei ze geruststellend.
"En jij bent tenminste niet zo verstrooid als mijn moeder. Ken je dat verhaal van de brievenbus al?"
"Vertel", zei ik met mijn blik op de auto voor ons die akelig slingerde.
"Een tijd geleden lopen we ergens in de Daalmeer. Zegt ze tegen me: Lot, gooi jij deze brief even in die brievenbus. Ik kijk en kijk. Nergens een brievenbus te bekennen.
Die daar. Op het hoekje. Die rode daar, suffie, zegt ze."
Miek begon te lachen en nam het verhaal over.
"Ja. Zo dwaas. Ik werd kribbig en ik zei "Lot, daar." Ik wees nog eens... en tot mijn stomme verbazing draaide de brievenbus zich om en kuierde weg. Was het een vrouw in een rode jas. Ik stónd stom te kijken joh!"
"Vertel nou ook meteen maar van die keer in de winkel", zei Liselot. "Hier links, Margreet... Nee... ándere links. Jij bent ook blind zeg."
"Sorry Lot!" Gehoorzaam nam ik de afslag Den Haag-Schiphol en zei: "Winkel", want ik hoor graag van miskleunen van een ander. Dat geeft me een prettig 'Jij ook'-gevoel.

"We waren kleren uitzoeken voor Liselot.
Ze had een beeldige rok aan, maar hij was te wijd," zei Miek. "En dan is het een heldin hoor. Ze piekert er niet over om een pashokje uit te gaan en zelf een andere maat te zoeken. "
"Nee, natuurlijk niet," zei Liselot. "Je bent zo je hok kwijt en dan staat er een vreemde in jou kleren te grabbelen."
"Goed", zei haar moeder. "Ik pak de rok van Lot aan en zeg tegen een keurige dame: "Heeft u deze een maatje kleiner?"
Geen antwoord. Ik zeg nog eens: "Wilt u even kijken of u deze ook in een andere maat heeft... alstublieft." Ja, je blijft netjes hè? Weer geen antwoord. Ik denk nog: Hé, teut! Kijk ik goed naar dat mens. Is het een etalagepop!"

We lachten nog toen ik Miek afzette bij de vertrekhal. Liselot ging met mij mee terug. Voor alle zekerheid. En we zijn thuisgekomen. Via een omweg... maar dat was een bewuste keuze!

Nu zult u misschien denken: "Moet je daar nu dankbaar voor zijn en als zegening opnoemen?"
Nou en of. Want het is een weldaad om met iemand waarmee je leed hebt gedeeld, ook weer ongecompliceerd te mogen lachen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief