Genezing voor de volken

1997-10-17
  • Jaargang 41
  • nummer 21
Van 20 mei tot 10 juni ben voor de derde maal naar Bangui geweest. Uitgezonden door de EvtA naar de hoofdstad van de Centraal Afrikaanse Republiek. Om daar als gastdocent les te geven aan de FATEB, een theologische opleiding voor studenten uit Franstalig Afrika. Het was de tijd dat in Brazzaville, de hoofdstad van het voormalig Franse Congo, hevige onrusten uitbraken. De tijd dat Mobutu, president van het land dat toen nog Zaïre heette, de wijk moest nemen voor Kabila. Hij is inmiddels in ballingschap overleden.

Muiterij
Eerst even terug in de tijd. Vorig jaar zijn er via de EvtA (stichting Evangelische toerusting Afrika) geen gastdocenten uitgezonden naar Bangui. De situatie in en rond de hoofdstad van de Centraal Afrikaanse Republiek was daarvoor te gespannen. Or Benno van den Toren heeft dat aan den lijve ondervonden. In het voorjaar van 1996 kwam hij, vergezeld van de predikanten Van Mulligen en Van 't Spijker, ter oriëntatie naar Bangui. Hij had de FATEB nog maar nauwelijks gezien, toen hij het land hals over kop moest verlaten. In het leger was muiterij uitgebroken. Die steekt sindsdien steeds weer de kop op en is nog steeds niet echt bedwongen. De gevolgen voor de FATEB laten zich raden. Vanwege de politieke onrust werden sommige vaste docenten tijdelijk geëvacueerd en konden gastdocenten hun toezeggingen niet nakomen. Er vielen dus gaten in het collegerooster. Scripties moesten worden geschreven zonder dat er voldoende begeleiding was. Er trad vertraging op in het studieprogramma van veel studenten.

Voortgang ondanks alles
Vanuit de EvtA stond men klaar om meteen in het begin van 1997 weer een gastdocent uit te zenden. In januari zou ds De Jong, in het laatste jaar voor zijn emeritaat, afreizen naar Bangui. Helaas waren de spanningen daar toen weer zo hoog opgelopen dat dit niet verantwoord leek. Tot grote teleurstelling zowel van de studenten aan de FATEB als van ds De Jong zelf.
In de loop van de jaren heeft hij veel Afrikaanse studenten enthousiast mogen maken voor de studie van het Oude Testament. Hij staat onder hen bekend als Ie vieux De Jong, wat in de Afrikaanse context beslist een erenaam is. En past die benaming ook niet bij zijn gedrevenheid om uit de schat van de Schrift nieuwe en oude dingen te voorschijn te brengen?
Toen de politieke onrust enigszins geluwd was, is Or Benno van den Toren in februari van dit jaar met zijn gezin naar de FATEB vertrokken om daar voor langere tijd als docent dogmatiek en ethiek te gaan werken. De ervaringen van zijn eerste bezoek aan Bangui hebben hem daar niet van weerhouden. Voor de studenten aan de FATEB, van wie de meesten daar verblijven met hun gezin, is het heel bemoedigend dat een westerse docent met vrouwen kinderen in deze situatie met hen het leven op de campus deelt. Or Benno van den Toren, zelf van Hervormden huize, is door de Christelijke Gereformeerde Kerk van Gorinchem uitgezonden als missionair docent aan de FATEB.

Eindelijk groen licht
Mede door de informatie via Benno van den Toren besloot de EvtA het licht op groen te zetten voor de uitzending van een gastdocent uit onze kring. Dankzij de medewerking van kerkraad en gemeente van Dronten was ik in staat om nog aan het einde van het academische jaar naar de FATEB af te reizen. Ik trof de campus aan in een betere staat dan voorheen. De gebouwen en de huizen van de studenten stonden goed in de verf. Er waren twee degelijke schoolgebouwen op het terrein neergezet. Daar wordt basisonderwijs gegeven aan de kinderen van de theologische studenten en aan heel wat kinderen uit de buurt. Men was bezig met zwaar materieel een put te boren om voor de eigen watervoorziening te kunnen zorgen. Verder ontmoette ik er, zoals u begrijpt, de familie Van den Toren die in korte tijd al aardig ingespeeld raakte op de situatie in Bangui. Ook begon de staf langzamerhand weer op volle sterkte te komen. Docenten die geëvacueerd waren, verschenen weer op hun post. Kortom: ik trof een theologische faculteit aan die tegen de verdrukking in toch groeide. Een gemeenschap van docenten en studenten die ondanks alle politieke onrust toch bleef arbeiden in het Woord. In die situatie heb ik colleges mogen geven. Een serie over de oudtestamentische geboden (Levitikus 18, 19 en 20). En een serie over de hoofdstukken 19, 20 en 21 van het boek Openbaring.

Weest heilig ...
Het lezen van de bijbelse geboden met Afrikaanse christenen is een spannende aangelegenheid. Omdat Afrikaanse christen qua cultuur doorgaans dichter bij de oudtestamentische situatie dan wij, kunnen zij bepaalde details in de geboden beter plaatsen. Zij leven, net als de Israëlieten, meer in wijder familie- dan in gezinsverband.
Er is echter ook een andere kant. Neem het gebod: "Ge zult uw broeder in uw hart niet haten; openlijk zult ge uw volksgenoot terechtwijzen ..." (Lev. 19,17). Met zo'n gebod heeft een Afrikaanse christen het weer moeilijker dan z'n westerse broeder of zuster. Want in het openbaar iemand op zijn fouten wijzen, dat doe je niet. Terwijl het terechtwijzen van je broeder, mits je op zijn heil bedacht bent, onder bepaalde omstandigheden juist geboden is! Aan de FATEB met Afrikaanse christenen Gods geboden lezen, spannend is het en tegelijk een verademing. Omdat de tekst én de studenten je voortdurend dwingen om lijnen te trekken naar de praktijk van het kerkelijke en het maatschappelijke leven. Om je te bezinnen op de vraag hoe je als vreemdeling op deze aarde het goede zult zoeken voor het volk waar je toe behoort en voor het land waarin je leeft.

Genezing voor de volken
Ik had colleges over Openbaring juist afgesloten. We kwamen uit het gebouw waar de lessen werden gegeven.
Een student uit Tsjaad liep met me op. Hij begon over een tekst uit Openbaring die buiten het bestek van de behandelde hoofdstukken viel. Als Johannes spreekt over de rivier van het water des levens vertelt hij dat hij aan de oevers bomen ziet staan waarvan de bladeren dienen tot genezing van de volken (Openb. 22,2). Een woord dat me vanaf dat moment niet meer heeft losgelaten. Als het gaat om de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, dan liggen ons het meest na aan het hart de woorden uit Openbaring 21: "... en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn; en ook rouw, geklaag of moeite zal daar niet meer zijn ..." (Openb. 21,4). In de opstanding zullen Gods uitverkorenen genezen zijn van al de wonden die de dood in hun leven heeft geslagen. Echter, uit Openbaring 22,2 blijkt: de herschepping krijgt er nog een heel andere dimensie bij. Niet alleen is er de genezing van verdriet en rouw op het persoonlijke vlak, er zal ook genezing zijn voor de volken!
Het is verrassend hoe op de laatste bladzijde van de Schrift hier de lijnen uit de Wet en de Profeten bij elkaar komen. Het geboomte des levens uit Openbaring 22 grijpt uiteraard terug op de boom des levens uit het paradijs.
Maar die bomen aan weerszijden van een rivier roepen tegelijk de herinnering op aan de tempelbeek uit Ezechiël 47: een beek die uitmondt in zee en die het zilte zeewater gezond maakt! Langs die beek zullen bomen staan waarvan het loof tot geneesmiddel zal dienen (Ez. 47,12). In het gezicht van Johannes op Patmos vloeit de lijn uit Genesis samen met die uit Ezechiël. De geneeskracht van het loof van het geboomte des levens wordt aangewend tot genezing van de volken!
Met andere woorden: de verlossing door het bloed van het Lam - het centrum van het laatste bijbelboek - zal zich uitwerken, niet in de opheffing van de volken, maar in de genezing van de volken! Volken, in de geschiedenis bedreigd met genocide, onderdrukte volken, in de herschepping zuIlen ze herstellen van alles wat hen is aangedaan. De naties, ze zullen eens en voorgoed genezen worden van alle rassenwaan.
Zo zal de vernieuwing zijn beslag krijgen, niet alleen op het persoonlijke vlak, maar ook op inter-nationaal niveau! Troost die we hard nodig hebben. Nu we aan alle kanten meemaken dat het ene volk opstaat tegen het andere en de ene stam in het geweer komt tegen de andere.

De inbreng van de volken
Aan de FATEB ontmoet je mensen uit alle windstreken van Afrika. Uit Gabon en uit Senegal, uit de beide Congo's, uit Burundi en Ruanda, uit Tsjaad en Cameroun. Studenten kunnen behoren tot volken die met elkaar in oorlog zijn, en tóch daar de eenheid beleven die van boven is. De verschillen tussen de volken - ook die van Afrika - zijn groot. Niettemin komt die verscheidenheid in het boek Openbaring in een heel bijzonder perspectief te staan.
Johannes profeteert dat de volken zullen wandelen bij het licht van het Lam en de heerlijkheid van de volken zal ingebracht worden in het nieuwe Jeruzalem (zie Openb. 21,24-25). Het mooiste, het meest eigene dat de volken hebben voortgebracht, zal gelouterd in het nieuwe Jeruzalem worden binnengebracht. Gelouterd, want het zal in het oordeel getoetst worden door het Licht der volken! Je stuit vandaag de dag bij de mensen nogal eens op een onkritische bewondering voor alles wat exotisch is. Als het maar anders is, als het maar van ver komt. Van een dergelijke houding vind je in de Schrift geen spoor. Niet alleen alle menselijke redeneringen, ook alle culturen moeten krijgsgevangen worden gemaakt onder de gehoorzaamheid aan Christus (vgl. 2 Kor. 10,5). En zoals het geldt voor de mensen, dat vele eersten de laatsten zullen zijn en vele laatsten de eersten, zo zal het ook zijn met de volken. We moeten daarom maar niet uitsluiten dat de inbreng van de volken van de derde wereld in het nieuwe Jeruzalem wel eens groter zou kunnen zijn dan die van de westerse wereld.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief