Vechten voor je kind
1997-10-17
Het was een aangrijpende documentaire: Zembla op 2 oktober 1997 over de familie Stomphorst. Twee ouders, 4 kinderen zijn aan de ouderlijke macht onttrokken, het vijfde kind heeft ook al tijdelijk ergens anders gewoond.- Jaargang 41
- nummer 21
De vraag is niet nieuw. Kan een samenleving ouders het recht op kinderen ontzeggen? In Zweden deden ze daar in de jaren '40 en '50 niet moeilijk over: verstandelijk gehandicapten, psychiatrische patiënten en mensen met een zwervend bestaan werden 'gewoon' gesteriliseerd. Ook in Nederland werden dergelijke beslissingen genomen. Tegenwoordig zijn die besluiten aan zeer strikte voorwaarden van de Inspectie gebonden.
Gemengde groepen
De vraag is dus niet nieuw, maar momenteel lopen we er opnieuw in volle vaart tegenaan. De samenleving is namelijk niet voorbereid op de ontwikkelingen in de zorg voor verstandelijk gehandicapten. Tot de jaren '60 bestonden er in instellingen geen gemengde groepen: mannen en vrouwen woonden apart en vaak zelfs in aparte instituten: de vrouwen in Sancta Maria, de mannen in Huize Jozef. Sinds de jaren '60 bestaan de meeste leefgroepen in instituten uit mannen en vrouwen. Dat was wel even wennen: voor het personeel, de ouders, de bewoners zelf. Men was nauwelijks op deze veranderingen voorbereid. Aan het eind van de jaren '80 zet een nieuwe ontwikkeling in: steeds meer verstandelijk gehandicapten wonen zelfstandig in de samenleving. Een niet onaanzienlijk deel van hen woont samen, is getrouwd en wil ook graag kinderen .....
De baby wordt gewekt
Zo ook de heer en mevrouw Stomphorst. Beiden zijn opgegroeid in kindertehuizen. Ze willen ook graag kinderen.
Medisch doen zich problemen voor, ze hebben hulp nodig. De huisarts werkt aarzelend mee. Na een tijdje wordt een dochter geboren. Rebecca krijgt genoeg liefde en aandacht van haar ouders. Toch gaat het niet goed. De ouders blijken niet in staat om aan te voelen wat hun dochter voelt. Zoals alle baby's wordt ook Rebecca 's nachts wakker, tot wanhoop van de ouders. Als ze een keer dóórslaapt, wordt ze om 4 uur 's nachts door haar vader gewekt. Dan voelt ze tenminste wat het is om 's nachts wakker gemaakt te worden .... Op 5-jarige leeftijd wordt Rebecca op last van de kinderrechter uit huis geplaatst. Ze heeft dan al zoveel geestelijke en lichamelijke achterstand opgelopen, dat ze uiteindelijk in een tehuis voor verstandelijk gehandicapten moet worden opgenomen.
Vroeg uit huis?
Bij de volgende kinderen herhaalt de geschiedenis zich. De kinderen worden al op jonge leeftijd uit huis geplaatst.
Hoe jonger het kind elders kan wonen, hoe beter het zich lijkt te ontwikkelen. Het derde en het vierde kind worden jong in een pleeggezin geplaatst. Eén van deze kinderen bezoekt inmiddels de gewone basisschool. Op grond van dit gegeven zou je dus kunnen redeneren dat het leven bij deze ouders zondermeer schadelijk is voor de kinderen. Uit de literatuur is ook bekend dat psychische schade op jonge leeftijd later maar moeilijk ingehaald kan worden. De ouders zijn daar het slachtoffer van: ze zijn blijvend beschadigd door hun ervaringen in het eigen gezin, in pleeggezinnen en kindertehuizen. Met hun kinderen gaat het ook weer dezelfde kant uit. De oudste dochter heeft inmiddels al weer 5 tehuizen achter de rug .....
Thuishulp
Ouders kunnen hun kinderen geestelijk en lichamelijk beschadigen. We hebben daarbij vaak het beeld van schreeuwende, intimiderende, chanterende en geestelijk en lichamelijk mishandelende ouders. Daarvan is niets te merken bij de ouders Stomphorst. Het zijn geen ouders die hun kind liefde onthouden. De documentaire liet ook op dit punt aangrijpende beelden zien. Het is heel duidelijk dat deze ouders van hun kinderen houden en ook hun best doen om de kinderen zorg en aan dacht te geven. De jongste dochter (Cynthia, die nog thuis woont) ziet er niet direct verwaarloosd uit, er wordt met haar gespeeld, gepraat, ze zit lekker in haar badje. Daarbij worden de ouders begeleid door een mevrouw die het gezin pedagogische adviezen geeft. Zij komt meerdere malen per week naar het gezin om 'voor te doen' hoe je met peuters om moet gaan.
U mag geen kinderen!
De kans is groot dat, na de (verwachte) uithuisplaatsing van Cynthia, de ouders een zesde kind willen. De kans is ook weer groot dat dat zesde kind uit huis geplaatst zal worden. Vader: "We gaan net zo lang door totdat ze zien waar ze mee bezig zijn." Op zo'n moment wringt er iets. Welke schade breng je aan bij de kinderen die nog geboren zullen worden? De aarzeling is zonneklaar bij de huisarts en bij de maatschappelijk werker die het gezin begeleidt. De laatste zegt: "Het idee om deze ouders de mogelijkheid om kinderen te krijgen te onthouden, komt steeds weer bij me op. Ik heb er ook met de ouders over gepraat. Maar in een samenleving waar we mensen kunnen verbieden om kinderen te krijgen, zou ik niet willen wonen.,
Geïsoleerde gezinnen
Het is geen wonder dat Bertus en Yvonne Stomphorst niet weten hoe ze kinderen op moeten voeden. Van wie zouden ze dat hebben moeten leren? Ze groeiden op in kindertehuizen, werden van het ene naar het andere kindertehuis overgeplaatst. Er is ook geen vader of moeder beschikbaar, die hen nog zou kunnen helpen. Net zoals zoveel gezinnen leeft ook dit gezin geïsoleerd. En opvoeden doe je niet in je eentje .... Daar heb je -aldus Prof. dr. W. ter Horst- een opvoedingsgemeenschap voor nodig: de kerk, de buurt, je familie. Het falen van de ouders Stomphorst in de opvoeding laat ook een zwakte van de westerse samenleving zien: er bestaan nauwelijks opvoedingsgemeenschappen meer ... Misschien zou een omgeving zoals de Arkgemeenschap (begeleiding van verstandelijk gehandicapten in een christelijke leefgemeenschap met anderen) juist voor zo'n gezin nog iets hebben kunnen betekenen. Ze wonen echter in een anonieme straat in een anonieme wijk in een grote stad.
Recht op kinderen'?
Hebben mensen recht op kinderen? Of moet je de vraag in een stelling omdraaien: kinderen hebben recht op pedagogisch vaardige ouders! Maar dan nog: wie bepaalt er wat goede ouders zijn? In sommige communistische landen werd aan christenen het recht op de opvoeding van hun kinderen ontnomen, omdat het systeem van mening was dat je 'zo' geen kinderen op kunt voeden. Als mensen een verhoogde kans hebben op het krijgen van een gehandicapt kind: mógen ze dan geen kinderen krijgen? En: psychiatrische patiënten? En: verstandelijk gehandicapten? Vanuit mijn werksituatie ken ik kinderen van verstandelijk gehandicapten. Ook die kinderen wonen weer in instituten.
Soms kon de moeder van het begin af aan niet voor het kind zorgen. Soms ging het de eerste jaren goed, maar toen het kind een eigen wil kreeg, wisten de ouders niet meer hoe ze het gedrag van hun kind moesten begrenzen.
Maar er zijn ook zeer intelligente ouders die absoluut niet weten hoe ze met hun koppige peuter om moeten gaan. Moet de hele Nederlandse bevolking dan maar pedagogisch gescreend worden? Laten we maar niet te arrogant zijn. Het is niet zo dat de ouders Stomphorst alles fout doen en dat wij zulke goede opvoeders zijn. Dan worden we ook wat voorzichtiger in ons oordeel.
Voorbereiden
Toch blijft de vraag knagen. Wie de kinderen uit het gezin Stomphorst heeft gezien, zal vermoedelijk denken: 'toch niet nóg een kind?' We zijn onvoldoende op deze ontwikkelingen in de samenleving voorbereid. Misschien zouden we, met een meer intensieve begeleiding van mensen als Bertus en Yvonne Stomphorst, de nood iets hebben kunnen verlichten. Er kan dan gedacht worden aan begeleiding vóórdat er kinderen op komst zijn. Vaak is dit thema namelijk nauwelijks besproken, het is nog teveel taboe. Het is een vreemde vraag (maar ik denk dat hij hier toch gesteld moet worden): waarom wil je kinderen? Soms spelen allerlei overwegingen een rol. Zo wilde een verstandelijk gehandicapte vrouw bij nader inzien toch zelf geen kinderen; ze wilde wel graag kinderen verzorgen en werkt nu mee op een crèche. Bij de ouders Stomphorst heeft vermoedelijk het verleden in kindertehuizen meegespeeld: ze zoeken erkenning en huiselijkheid. Een andere vraag: wat heb je nodig om op te voeden?
Daarbij behoort het ontwikkelen van mogelijkheden en het inzicht geven in de beperkingen. En als mensen wel (blijven) kiezen voor kinderen komt de volgende vraag: in welke omgeving heeft het gezin dan de meeste kans om harmonieus verder te groeien? Bij die vraag past de gezinsbegeleiding en pedagogische thuishulp, of een opvoedingsgemeenschap.
Daarmee zijn de vragen niet de wereld uit. Het thema blijft bijzonder moeilijk. Maar het is de vraag of er in een samenleving die bepaalt wie er wel of geen kinderen mag 'nemen' op den duur nog wel menswaardig valt te leven.