Dopen of opdragen?
1997-10-17
Het is, denk ik, niet de bedoeling om over het onderwerp ‘dopen of opdragen’ een lange discussie in Opbouw te voeren. Maar ik wil toch graag nog een keer reageren op wat ds. J. van ’t Hof in het nummer van 19 september j.l. geschreven heeft n.a.v. mijn artikel ‘Evangelisch en Gereformeerd’.- Jaargang 41
- nummer 21
Allereerst ben ik blij met de verheldering van het standpunt van de kerkenraad van Nijmegen, dat door hem gegeven is. Het is fijn om te lezen, hoe men is blijven staan voor de gereformeerde traditie, dat de kinderen van de gelovigen behoren gedoopt te wezen. Enmet blijdschap heb ik er kennis van genomen, dat men dit in gesprekken met het bewuste ouderpaar ook duidelijk benadrukt heeft. Ik kan me voorstellen, dat sommige lezers zich afvragen, of ik daar dan niet beter eerst even naar had kunnen informeren, alvorens een dergelijk artikel te schrijven. Nu heb ik destijds inderdaad telefonisch contact gehad met ds. Van 't Hof n.a.v. het bericht over het besluit van Nijmegen in het Ned. Dagblad. Maar ds. Van 't Hof heeft toen kennelijk van mij niet begrepen, dat ik van plan was om concreet over de situatie in Nijmegen te schrijven.
Enervan uitgaande dat dat voor hem wel duidelijk was, heb ik niet nader geïnformeerd hoe de vork precies in de steel zat. Ik nam - achteraf gezien te snel - aan, dat het bericht in het N.O. wel zou kloppen als het niet door hem werd tegengesproken. Met de kennis die ik nu heb zou ik een belangrijk deel van mijn artikel niet geschreven hebben. Dat neemt niet weg, dat ik ook na de nadere verklaring van ds. Van 't Hof mijn vragen blijf houden.
Ds. Van 't Hof stelt dat het 'opdragen', zoals dat heeft plaatsgevonden, moet worden gezien in het licht van wat er elke zondag kan gebeuren als bij de voorbede wordt aangekondigd, dat we deze of gene broeder of zuster in gebed opdragen. En, schrijft hij, als een broeder of zuster door één of andere organisatie naar het buitenland wordt uitgezonden, dan maken we er toch ook geen punt van dat we zo iemand in de voorbede aan de Heer opdragen zonder dat hiervoor aan de kerken van de regio toestemming of advies is gevraagd? Nu gebruikt ds. Van 't Hof zelf ergens in zijn artikel een paar keer het woord naïviteit, waarmee door de kerkenraad van Nijmegen gebruik is gemaakt van de term 'opdragen'. Ik meen diezelfde naïviteit te bespeuren in zijn verweer tegen wat ik schreef, met name in de argumentatie die ik in de vorige alinea weergaf.
Want als wat in Nijmegen gebeurd is volkomen op één lijn staat met wat er normaal in de zondagse voorbede plaats vindt, waarom was daar dan kennelijk toch een bijzonder besluit voor nodig? Wat had er inderdaad ooit tegen kunnen zijn, wanneer men op de zondag na de geboorte van het kind God daarvoor had gedankt en men Hem had gevraagd om zijn bijstand en zegen voor de ouders om het op te voeden tot geloof in zijn hemelse Vader?
Maar als ik ds. Van 't Hof in de weergave van de gang van zaken in Nijmegen goed begrepen heb, verlangden de ouders naar meer dan dat. Zij hebben kennelijk de behoefte gevoeld aan een bepaald ritueel, dat voor hen een meerwaarde had vergeleken bij het 'gewone' danken en bidden, zoals dat waarschijnlijk op de zondag na de geboorte al had plaats gevonden. Endan wil ik ten volle honoreren, dat de kerkenraad van Nijmegen ervoor gewaakt heeft dat in de vormgeving niets zou zitten waardoor de kerkenraad haar standpunt over de kinderdoop zou ontkennen of ondergraven.
Zoals ook de ouders niets in de mond zou worden gelegd, waar zij niet achter konden staan. Achteraf denk ik dan ook, dat Nijmegen inderdaad niet kan worden verweten iets te hebben gedaan dat in strijd is met de gereformeerde leer. Dat wil ik dan bij dezen ook graag herroepen. Maar dat neemt m.i. niet weg, dat de Nijmeegse kerkenraad door mee te werken aan een rituele vorm, die in soortgelijke situaties ook door anderen verkieslijk zou kunnen worden gevonden boven de doop, toch de basis voor de alleen geldigheid van de doop in een gereformeerde kerk heeft verzwakt.
Want kan de kerkenraad, als zoiets vaker wordt gevraagd, dan voorkomen dat de indruk wordt gewekt dat dopen en opdragen (dan wel niet in theorie, maar toch) in de praktijk gelijkwaardig zijn? Ik kan ds. Van 't Hof begrijpen als hij stelt, dat het opdragen, zoals dat in Nijmegen heeft plaats gevonden, vooral een pastorale achtergrond heeft. Maar pastoraat heeft toch te maken met de herderlijke leiding van héél de gemeente. En gaat de op zich zelf te waarderen zorg voor sommigen hier toch niet ten koste van de anderen? Deze vragen bleven toch nog bij mij over, nadat andere - en zeker niet de meest onbelangrijke - in positieve zin werden beantwoord.