Wees stil voor de Here
1997-10-17
Ongeveer 30 jaar geleden, in 1968, verscheen een Nederlandse vertaling van de psalmen van Ernesto Cardenal, de Nicaraguaanse priester-revolutionair. Deze psalemn vormen een belangrijk document van de toen opkomende theologie van de revolutie. Ze zijn heel indringend en hebben een enorme zeggingskracht. De bijbelse psalmen hebben duidelijk als stramien gediend voor deze herdichtingen.- Jaargang 41
- nummer 21
Psalm 37 komt ook in die bundel voor (zie voor de tekst hieronder).
Verlies niet je geduld
als je ziet dat ze miljoenen maken
hun aandelen zijn als hooi op het veld
Benijd geen miljonair of filmster
grote foto's in de kranten
leven in luxe hotels
eten in dure restaurants
maar weldra verdwijnt hun naam uit alle kranten
zelfs de geleerden kennen niet hun naam
want ze worden gemaaid
als hooi op het veld
Verlies niet je geduld
als je hoort van hun knappe technische prestaties
De leider die je ziet vandaag
zie je morgen niet meer
je zoekt hem in zijn paleis
je vindt hem niet
de nieuwe leiders zullen mensen zijn van vrede
De concentratiekampen worden uitgebreid
ze zoeken nieuwe martelingen
nieuwe methoden van 'ondervraging'
's nachts slapen ze niet want ze maken plannen
om ons nog dieper in de grond te trappen
ons te beroven van de laatste cent
maar de Heer lacht erom
want Hij ziet dat ze spoedig zullen vallen
de wapens die zij fabriceren
keren zich tegen hen
geen spoor blijft over van hun politiek systeem
hun partijen bestaan niet meer
de plannen van hun technici liggen braak
De machtigen zijn als de bloem op het veld
de wereldrijken als rook
Spionnen beloeren ons heel de dag
ons vonnis staat al vast
maar de Heer levert ons niet uit aan hun politie
Hij duldt niet dat wij veroordeeld worden door hun rechters
Ik zag het beeld van de dictator op alle pleinen
als een krachtige boom spreidde het zijn takken
weer kwam ik langs
het was er niet meer
ik zocht het en kon het niet vinden
zijn beeld was overal verdwenen
en het was verboden zijn naam nog te noemen.
Verdwenen binnenkant
Ik denk dat u het wel met me eens bent, dat dit een zeer indringende tekst is. En het is goed te begrijpen dat de mensen in Nicaragua in hun verzet tegen de dictatuur door deze psalmen van Cardenal geïnspireerd werden en zich eraan optrokken. Onwillekeurig moet je bij het bovenstaande denken aan de televisiebeelden, waarin getoond werd dat na de ineenstorting van het communisme op allerlei plaatsen standbeelden van Lenin omver gehaald werden. Maar ondanks zijn indrukwekkendheid is deze psalm van Cardenal bij nader inzien toch veel armetieriger dan de oorspronkelijke Psalm 37 in onze psalmbundel.
Als we ze met elkaar vergelijken, blijkt namelijk dat het hart van de oorspronkelijke psalm in de bewerking van Cardenal niet terug te vinden is. Het is eruit weggefilterd. De bewerking van Cardenal heeft alleen de buitenkant van de oorspronkelijke psalm geactualiseerd. De binnenkant ervan is grotendeels verdwenen. En daarmee is deze psalm uitgehold. Het meest wezenlijke is zoekgeraakt. God komt er nog wel in voor, maar uitsluitend als partijganger van de onderdrukten.
Van een je aan Hem toevertrouwen (vs. 3), van een je weg op Hem wentelen (vs. 5), van een stil zijn voor Hem (vs. 7), van een je verlustigen in Hem (vs. 4), dat wil zeggen: van een je diepste geluk in Hem vinden, is in de bewerking van Cardenal helemaal niets meer overgebleven.
Verdwenen binnenkant
Ik denk dat u het wel met me eens bent, dat dit een zeer indringende tekst is. En het is goed te begrijpen dat de mensen in Nicaragua in hun verzet tegen de dictatuur door deze psalmen van Cardenal geïnspireerd werden en zich eraan optrokken.
Onwillekeurig moet je bij het bovenstaande denken aan de televisiebeelden, waarin getoond werd dat na de ineenstorting van het communisme op.
Uithollingsproces
Dat betekent dat deze psalm door Cardenals bewerking voor een belangrijk deel geseculariseerd is, gereduceerd tot een sociaal-maatschappelijk manifest. Dat is natuurlijk niet niks en het is dan ook een kant die in de oorspronkelijke psalm eveneens aan de orde komt, maar daar staat dat heel nadrukkelijk in het kader van een vertrouwelijke relatie met de HERE. De belofte van de nieuwe aarde is er uitsluitend voor mensen die zich midden in hun ellende verlustigen in de HERE.
Van die kern van de psalm is in Cardenals bewerking niets terug te vinden. Het merg van de oorspronkelijke psalm is vervluchtigd. Hoe komt dat? Ik denk dat het samenhangt met het moderne levensgevoel, waarvoor het absurd is dat je je zou kunnen verheugen in God. Stil zijn voor God, je diepste geluk in Hem vinden, dat zijn zaken waarvoor men geen antenne meer heeft, waarmee men niets meer weet te beginnen, waardoor helemaal niets meer aan het resoneren gebracht wordt.
Dat levensgevoel vindt onvermijdelijk ook zijn neerslag in de belevingswereld van christenen. Er zijn vandaag tal van christenen voor wie de buitenkant van het geloof nog wel iets te zeggen heeft, maar voor wie de binnenkant vervluchtigd is, verdampt als een grondnevel. Waar dat het geval is, blijft ook die buitenkant uiteindelijk niet overeind staan. Als de buitenkant niet meer gevoed wordt door de binnenkant, zal hij na verloop van tijd eveneens afsterven. Ik denk dat we voor dit uithollingsproces, dat zo kenmerkend is voor onze tijd, op onze hoede moeten zijn en dat het goed is daar eens aandacht aan te geven aan de hand van psalm 37.
Wijsheid
Er staat boven: van David. Dat opschrift betekent lang niet in alle gevallen dat de betreffende psalm van David zelf afkomstig is. Het kan ook aanduiden dat het een psalm is in de trant van David, of een psalm die was opgenomen in een bundel van David, of een psalm die raakvlakken heeft met situaties waarin David verkeerde. Ik ben van mening dat we hier aan iets dergelijks moeten denken. De psalm vertoont een nauwe verwantschap met enkele verzen uit Spr. 24 en ademt dezelfde geest. De dichter is, zoals hij in vs. 25 zelf aangeeft, inmiddels een oudere man. In onze turbomaatschappij, waarin technische, theoretische kennis hoger aangeschreven staat dan wijsheid, is dat geen aanbeveling meer. Daarin tellen ouderen niet meer voor vol mee. Maar in bijbelse tijden werden ouderen gerespecteerd vanwege hun levenservaring en wijsheid. Salomo vraagt God dan ook niet om kennis, maar om wijsheid (1 Kon. 3:4-12). Die wijsheid is in de bijbel trouwens nooit alleen maar het resultaat van levenservaring. Wijsheid is daar altijd primair het gevolg van een levende omgang met de HERE en zijn richtlijnen, waardoor jongeren zelfs wijzer kunnen zijn dan ouderen bij wie het, ondanks hun levenservaring, daaraan ontbreekt (vgl. Ps. 119:99,100). In vss 30,31 van Psalm 37 komt dit karakter van de wijsheid heel duidelijk uit.
Waarom is wat een rechtvaardige zegt, doortrokken van wijsheid? Dat komt omdat hij dicht bij de HERE leeft, omdat hij Gods wet in zijn hart heeft. Die wet is voor hem geen wetboek in een bibliotheek, waar hij af en toe eens heengaat om er iets in op te zoeken. Nee, die bevindt zich in zijn hart, in zijn levenscentrum, en beheerst zo heel zijn doen en laten. Dat preludeert al op 2 Kor. 3:3. Als dat het geval is, is iemand in de bijbelse zin van het woord wijs. Dan weet hij hoe hij in de wirwar van dit leven moet optreden, welke beslissingen hij moet nemen, welke weg hij moet gaan en dan begaat hij geen misstappen.
Bedrijvers van ongerechtigheid
Vanuit die wijsheid spreekt de dichter van Psalm 37. En vanuit die wijsheid, die ook in het boek Spreuken aan het woord komt, zegt hij: wees niet afgunstig op de bedrijvers van ongerechtigheid en benijd niet wie onrecht plegen.
Bedrijvers van ongerechtigheid zijn mensen die Gods richtlijnen naast zich neerleggen en zich daar niets van aantrekken, waardoor ze erin slagen rijk te worden en in overvloed te leven (zie vs. 16). Een paar voorbeelden uit onze tijd: Je hebt een afvalverwerkingsbedrijf. Door de milieuvoorschriften aan je laars te lappen weet je miljoenen in de wacht te slepen, terwijl je collega die zich er wel aan houdt, moeite heeft zijn hoofd boven water te houden. Je wilt als vrouw carrière maken en daarom ga je naar bed met één of meer mannen die je in het zadel kunnen helpen. Op die manier streef je je collega die daar niet toe bereid is, voorbij.
Je hebt zwart een goed betaalde baan en strijkt bovendien een werkloosheidsuitkering op. Zo zit je behoorlijk in de slappe was en kun je je allerlei luxe veroorloven, terwijl je overbuurman die alleen van een uitkering leeft, elk dubbeltje moet omkeren.
Het is heel menselijk om jaloers en afgunstig te worden op dergelijke figuren, vooral als je het zelf niet al te breed hebt. Het is ook heel erg menselijk om je op te winden en boos te worden, als je ziet dat mensen zich door middel van louche praktijken verrijken. Dat kan zich in je vastzetten als wrok en je agressief maken, vooral wanneer dat soort praktijken jou benadelen en tegen jou gericht zijn. Van dat laatste is in deze psalm sprake. Dat blijkt bijvoorbeeld uit vs. 12: de goddeloze smeedt boze plannen, die in vs. 7 al genoemd werden, tegen de rechtvaardige. Die goddelozen hebben ~ het voorzien op de armen en oprechten van wandel, zegt vs. 14. De goddeloze loert op de rechtvaardige (vs. 32) en brengt hem in het nauw (vss. 39,40).
Geen ruimte geven aan woede
Als dat het geval is, is het heel erg menselijk dat zich een grote woede tegen zulke figuren in je opbouwt en dat het daar diep van binnen in je begint te koken als een vulkaan die op uitbarsten staat. Vaak komt het dan ook werkelijk tot een uitbarsting. Maar daar maak je de zaak niet beter van. Dat sticht louter kwaad, zegt vs. 8.
Laat het niet zover komen, zegt de dichter van deze psalm. Geef jaloersheid en afgunst geen kans in je leven. Houd je ver uit de buurt van woede en oplaaiende agressiviteit. Wie afgunst en woede de ruimte geeft, is niet wijs (vgl. Spr. 29: 11) en laat zich niet beheersen door de richtlijnen van de HERE. Afgunst, wrok, woede en agressiviteit zijn negatief en destructief. Ze worden in de bijbel nergens positief gewaardeerd, want ze ontwrichten het leven, in de eerste plaats dat van jezelf, maar ook - wanneer ze naar buiten breken - dat van anderen.
Je kunt tegenwoordig regelmatig in de krant lezen dat de agressiviteit in ons land toeneemt, niet alleen in het verkeer, maar ook elders. Ambtenaren van sociale diensten, doktoren en leraren krijgen er steeds meer mee te maken. Iemand die zijn bovenbuurman aansprak wegens verregaande nachtelijke geluidsoverlast, werd pardoes in elkaar getimmerd. Dat zijn allemaal signalen die aangeven dat de wijsheid uit de samenleving verdwijnt. De meeste mensen keuren dit soort uitwassen nog af. Maar ze komen wel voort uit een klimaat waarin woede meer en meer de ruimte krijgt. Ik noem daar een klein symptoompje van. U moet er eens op letten hoe vaak er in nieuwsuitzendingen gesproken wordt over mensen of instanties die woedend zijn. Als je die nieuwsuitzendingen mag geloven, zijn zelfs instanties daartoe in staat! Als regel gaat het over niets anders dan een zakelijk verschil van mening. Twee partijen zijn het niet met elkaar eens. Maar in de nieuwsberichten wordt dat gepresenteerd alsof ze woedend op elkaar zijn. Het is werkelijk frappant hoe vaak dat gebeurt. Nu lijkt dat tamelijk onschuldig, maar dat is schijn. Het effect van een dergelijke berichtgeving is namelijk dat men het uiten van woede normaal gaat vinden.
De suggestie die ervan uitgaat is, dat je zelfs bij een gewoon zakelijk meningsverschil al woedend moet worden. Een dergelijke terminologie draagt ertoe bij dat de wijsheid steeds meer uit de samenleving verdwijnt.
Stil zijn voor Jahwe
Dat klimaat, waarin woede de ruimte krijgt, staat haaks op het onderwijs van de Schrift. Wie zijn woede de vrije loop laat, is een dwaas, zegt Spr. 29:11. En Psalm 37 zegt: sta af van toorn, houd daar afstand van en laat de grimmigheid varen, want als je daaraan toegeeft, neemt het kwaad in de wereld toe. Een samenleving die van mening is dat woede zich ongehinderd moet kunnen uiten, werkt haar eigen destructie in de hand. Moet je je woede en agressie dan maar opzouten? Vraagt God dat van ons? De protesten daartegen klinken luid. Je woede opkroppen is verkeerd, zegt men. Dan raak je psychisch verknipt en uit je evenwicht. En dan raak je uiteindelijk nog veel verder van huis. Daarom moet je die woede uiten. Gooi je woede er maar uit. Slinger het de wereld maar in. Dat is gezond.
Maar een dergelijke reactie gaat toch van een levensgroot misverstand uit, namelijk van dit, dat geen ruimte geven aan woede hetzelfde zou zijn als die woede opkroppen. Nou, dat gebeurt inderdaad wel vaak, maar dat is helemaal niet wat de bijbel bedoelt. De bijbel zegt niet: in plaats van je woede de ruimte te geven moet je je woede opkroppen. Nee, de bijbel zegt: in plaats van aan woede de ruimte te geven moet je je verwachtingen op de HERE stellen (vss 7,34). Ruil je afgunst en je woede in voor het stil zijn voor Jahwe. Stil zijn voor Jahwe is iets heel anders dan woede opkroppen. Stil zijn voor de HERE is iets totaal anders dan van je hart een moordkuil maken. Stil zijn voor Jahwe is: bij Hem tot rust komen, bij Hem je rust vinden. Onrustig is ons hart totdat het rust vindt in U, zei Augustinus. Als je ruimte geeft aan woede of woede opkropt, is je hart niet rustig. Het lijkt er niet op. Dan is er sprake van een enorme opwinding en onrust. Of je staat innerlijk zo strak gespannen als een vioolsnaar, die elk moment kan afknappen. Maar dat is Gods bedoeling niet. Zo wil Hij ons niet hebben. Hij zegt tot ons: neem afstand van afgunst en woede en kom tot rust bij Mij.
Alles wordt nieuw
Hoe vind je die rust? Door je aan Hem toe te vertrouwen. Door in zulke situaties, waarin de goddelozen je aan alle kanten de loef afsteken, naar Hem toe te gaan, je leven in zijn handen te leggen en tot Hem te zeggen: HERE, U bent mijn hoogste geluk, mijn grootste rijkdom. Wat in deze wereld gebeurt en wat mij aangedaan wordt, deugt van geen kant, maar ik breng het bij U, want U bent de enige die iets aan die wantoestanden kan doen en ervoor kan zorgen dat die brutalen niet de hele wereld hebben. Op die manier vind je rust bij Hem. U hebt natuurlijk ook al aan de Here Jezus gedacht. Die zei het ook: houd toch op met al die pogingen om in eigen kracht de dingen op een rijtje te krijgen. Vertrouw je aan Mij toe. Ik zal je rust geven (Matth. 11:28). Trouwens, als God je grootste rijkdom is, waarom zou je dan nog afgunstig zijn en je woede koesteren? Dat past toch niet bij elkaar? Als Hij je hoogste geluk is, is het voor jou waar wat in vs. 16 staat: beter is het weinige van de rechtvaardige dan de rijkdom van al die goddelozen. Als rijke grootgrondbezitters en fabrieksdirecteuren die tekst gebruiken om arbeiders met een hongerloontje af te schepen, is er iets grondig mis en dan is het een misdadige leugen. Maar als zo'n arbeider het zegt, als het, zoals in deze psalm, uit de mond komt van iemand die het heus niet zo breed heeft, maar die zich verlustigt in Jahwe, dan is het een diepe waarheid. En bovendien, als je Hem vertrouwt en alles van Hem verwacht, trek je uiteindelijk ook nog aan het langste eind. Want die goddelozen zullen de hele wereld niet hebben. Geen sprake van.
Ook al hebben ze zich nog zo breed gemaakt, ook al gedragen ze zich alsof de hele wereld hun toebehoort, toch zullen ze door God van de aarde worden weggevaagd als kaf door de wind. Maar de ootmoedigen, dat wil zeggen: de mensen die het nu niet breed hebben, en zich toch niet door afgunst en woede laten beheersen maar hun rust in God vinden en hun heil in Hem zoeken, zij zullen het land beërven. Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, zegt deze psalm, de hemel en de aarde. Er komt een dag waarop God de dingen recht trekt. Wees maar stil voor God, wacht maar op Hem. Eens komt het goed.
Wentel uw weg op de HERE
Stil maar, wacht maar: er zijn mensen die dit lied niet willen zingen, omdat ze vinden dat het een vlucht uit het heden in de toekomst is. Het is een lied dat je passief en ongeschikt voor het heden maakt, zeggen ze.
Die kritiek is niet terecht. Psalm 37 snijdt een dergelijke houding namelijk helemaal af. Vertrouw op de HERE en doe het goede, zegt vs. 3, woon in het land en betracht getrouwheid. Wijk van het kwade en doe het goede, zegt vs. 27. Er is geen sprake van afwending van het heden, want we hebben hier en nu een opdracht. In vs. 5 wordt dat zó gezegd: wentel uw weg op de HERE.
Deze laatste woorden worden vaak verkeerd begrepen. Meestal - ook in de berijming van deze psalm! - hoort men daarin: leg alles wat je in het leven overkomt maar in Gods handen. Nou, dat is natuurlijk ook een goede zaak, en dat moeten we vooral doen, maar dat staat hier toch niet. Onze weg, dat is in de bijbel niet de aanduiding van de dingen die ons in dit leven overkomen, maar van ons doen en laten, niet van onze levensloop, maar van onze levenswandel. Wentel uw weg op de HERE wil zeggen: oriënteer je in alles wat je doet, op God, op zijn richtlijnen. Laat Hij in heel je leven je koers bepalen. Het zal duidelijk zijn: dat zet ons aan het werk. Het 'stil maar, wacht maar' van deze psalm maakt niet passief en betekent niet de veronachtzaming van deze aarde. Vs. 3 zegt niet: veronachtzaam de aarde, trek je uit de wereld terug. Nee, er staat: woon in het land, doe daar het goede, wees deze aarde trouw, nu vandaag.
De aarde beërven
Maar denk niet dat je op die manier zelf een nieuwe aarde tot stand kunt brengen. Dat heeft de mens niet in zijn macht. Dat is aan God voorbehouden. En daarom: wacht op Hem. Zie uit naar zijn toekomst. De goddelozen, de brutalen, die zich gedragen alsof de wereld van hen is, hijsen het niet. De toekomst is voor de rechtvaardigen. Zij zullen het land beërven. Dat kunnen de goddelozen niet belemmeren. Daar kan zelfs de dood geen stokje voor steken.
Met dat land wordt het land Kanaän, het beloofde land bedoeld. God had dat land bedoeld als een plek waar geen plaats was voor goddelozen, waar Hij alles zou zijn in allen. De werkelijkheid zag er anders uit. De bejaarde dichter van Psalm 37 wist daar alles van. Maar het wordt anders, zegt hij. De tijd komt waarin Gods bedoeling werkelijk gerealiseerd wordt. De Here Jezus heeft die belofte met betrekking tot het land Kanaän uitgebreid tot de hele aarde. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven. Ook de aarde was door God bedoeld als een plaats waar het onrecht en de goddelozen geen voet aan de grond zouden krijgen. Zover komt het ook, zegt Jezus. De aarde valt toe aan de zachtmoedigen.
Dat zijn dezelfde mensen als in Psalm 37, die daar aangeduid worden als: de rechtvaardigen, de ootmoedigen, de ellendigen en armen, de oprechten van wandel, de vromen. Heel de aarde is voor hen. En buiten zullen zijn de honden en de tovenaars, de hoereerders, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet.
Er is geen sprake van dat deze toekomst ons passief maakt en ongeschikt voor het leven hier en nu. Het is juist omgekeerd. Dank zij dit perspectief heeft het zin' nu vandaag de aarde trouw te zijn en hier en nu het goede te doen en Christus te volgen. Er zou nog veel meer over deze psalm te zeggen zijn, maar ik laat het hierbij. De kern is genoemd: wees stil voor de HERE. Vind je rust in Hem. Laat Christus je grootste rijkdom zijn. Dan kun je je, zelfs in je verdriet, als je geconfronteerd wordt met de bitterheid van de dood, toch nog verheugen in je Heer. Stil zijn voor de HERE: dat is het geheim van het waarachtige christelijke leven.