Wat mij bezielt!?
1997-05-02
5 april j.l. werd de eerste zogenaamde Opbouwdag gehouden in de Jeruzalemkerk in Utrecht. Er werden vier brieven voorgelezen. er was een stukje theater van mensen uit de Hoeksteen in Amsterdun, er werd gezongen, er werd gedanst.- Jaargang 41
- nummer 9
De deelnemers werden ook zelf aan het denken gezet. Ze werden uitgenodigd op te schrijven wie God voor ze is en wat de kerk voor ze betekent en beide vragen nog eens te beantwoorden met iemand in gedachten die ze het geloof ook zouden toewensen. In het middagprogrunma praatte men daarover in groepen.
Als afsluiting van het ochtendprogramma werd het volgende praatje gehouden.
Spreken we de taal van onze tijd?
Geen lezing dit jaar op de Opbouwdag, maar persoonlijke verhalen, muziek, theater en zelfs dans. Hoe opbouwend en gereformeerd zijn we eigenlijk vandaag?
Bij het voorbereiden van deze dag wilden we voortborduren op het onderwerp van de Ontmoetingsdag van onze kerken vorig jaar. "Hebben wij, als kerken nog iets te zeggen in onze tijd? Of zijn we onverstaanbaar en irrelevant geworden?"
We hebben Opbouw lezers aangespoord een brief te schrijven en te vertellen wat hen bezielt, wat het wezen van hun geloof is. Veertig brieven hebben we gekregen, vier daarvan zijn hier voorgelezen. Een brief vol van verdriet over een zoon die zich onttrok aan de kerk, een brief aan een Iraanse vluchteling, een brief van een dochter aan haar vader, en een brief van iemand die pas christen is geworden aan haar nieuwe broers en zussen.
Vier belangrijke thema's: spreken ouders en kinderen nog dezelfde taal?
Kunnen we met niet-christenen praten over wat ons bezielt? Wat gebeurt er als mensen van buiten bij ons komen en wat gebeurt er als onze eigen kinderen vertrekken?
Onze tijd is niet anti-religieus meer, maar het algemeen christelijk geloof wordt betwijfeld. Het gaat om mijn geloof, mijn god. Ieder stelt zijn eigen pakket normen en waarden samen.
leder spreekt zijn eigen taal, ook letterlijk, culturen beginnen al meer door elkaar te lopen.
Wat is goed, wat is kwaad? Of zijn het alleen maar twee kanten van eenzelfde zaak, zoals je in het New Agedenken hoort?
Lesly Newbegin, een groot man in de zendingswetenschap, spreekt over de 'heritical imperative' in onze cultuur, de noodzaak ketter te wezen. Tot nu toe was in vrijwel alle culturen traditie van groot belang. Herhalen en bewaren.
In onze tijd moet je juist origineel zijn, niet napraten. 0 wee, als je iets denkt zeker te weten. Je moet dingen op je eigen manier doen en zeggen, grenzen verleggen en taboes doorbreken.
In plaats van over generatiekloof kunnen we beter spreken van communicatiekloof.
In de kerk gaat het om een relatie
Wat doen we daar nou mee in de kerk? Alle blasfemie en verwarring om ons heen is soms ontzettend bedreigend.
We kunnen er zelf door verward worden.
Daarom houden sommige mensen het kleine kaarsje van hun geloof angstvallig uit de wind. Als iemand de kerk verlaat, proberen ze het maar niet te zien. Ze worden er bang van.
Ze houden zich stil waar ze tegengesproken kunnen worden. Ze hebben niet geleerd zich te verweren. Maar zo'n klein kaarsje geeft weinig licht en kon wel eens uitgaan bij gebrek aan zuurstof.
Anderen houden krampachtig vast wat ze hebben en proberen in ieder geval de kerk veilig te houden tegen alle verandering. Maar wat houd je dan vast? De kern, of een lege huls?
Wordt het dan niet het verhaal van Ds. Ganzevoort: de kerk als scheepskapel de Titanic, zingend op weg naar de klippen.
Een crisis doet zeer en is verwarrend.
Maar het kan ook de aanzet zijn voor een evaluatie en uiteindelijk het behoud.
Een man werkte lange dagen omdat hij zijn gezin al het goede wilde geven, totdat zijn vrouw begon te praten over echtscheiding. Een geweldige schok, en alles werd anders, zij het met moeite. Hij besefte weer dat het om de relatie ging.
In de kerk gaat het ook om een relatie.
"Wie zegt gij dat Ik ben?", vraagt Jezus zijn discipelen. We hebben de kerk niet nodig om God in stand te houden, we hebben God nodig om de kerk in stand te houden. God is meer dan de kerk.
God gaat ons voor, ook de wereld in
Toen we in Rwanda werkten stond daar in de kapel van de theologische opleiding een harmonium ('de cirkelzaag der gelovigen' noemt mijn vader dat), ooit meegebracht door een Nederlandse zendeling. We zongen liederen op Europese wijzen die voor de Rwandezen onzingbaar waren. Dat merkten we onmiddellijk op. Maar toen Karin, die zojuist haar brief voorlas, pas bij ons in de kerk kwam kijken, zei ze dat ze de liederen niet kon vinden in onze kerkboekjes, de psalm-wijzen absoluut niet kon zingen, en niks begreep van de taal van de NBG-vertaling.
We zijn onbegrijpelijk, en dat in onze eigen cultuur!
In Afrika beseften we ook hoe misleidend het is om te denken dat we God naar Afrika brachten. Van wie is Afrika eigenlijk? Van wie is deze wereld?
Van God immers. Wij zijn zijn arbeiders in de wijngaard. Onze tuin in Rwanda maakt me dat eens duidelijk: ik probeerde eens tomaten te platen.
Er kwam niets op. Tot mijn verbazing zag ik heel ergens anders wel tomatenplantjes groeien, waarschijnlijk van zaadjes die ik het huis uit gebezemd had.
"Zending", zei iemand eens, "is de ene bedelaar die de andere bedelaar wijst waar brood is". Wij hebben niet genoeg brood om uit te delen, wij hebben Iemand om mensen naar toe te brengen.
Ook voor onszelf hebben wij niet genoeg, we moeten telkens terug naar die bron.
In de verwarring en het zoeken naar het wezen van het geloof, ontstaan ook nieuwe kansen. In veel kerken zijn mensen aan het zoeken naar de kern.
Er ontstaat oecumene op een heel nieuwe manier. Niet officieel afgevaardigden die discussiëren over de vraag: 'Kunnen onze kerken bij elkaar komen?' maar gelovigen uit verschillende tradities die samen God zoeken en elkaar daarin herkennen.
We leren nieuwe talen. Niet alleen die van de rede, ook die van het gevoel en heel voorzichtig... die van het lichaam.
Het is een Heer en Hij heeft de leiding.
Dat maakt het spannend, want de geest gaat waar Hij wil, maar het geeft ook een stuk ontspanning. Het is niet ons werk, het is Gods werk. We zijn geen christenen omdat we het allemaal zo goed weten, maar omdat we geliefden zijn van Christus.
We hoeven de wereld niet te redden, God zoekt de mensen. Als we de schoenen van de bereidheid het evangelie te vertellen aan hebben, zal Hij wijzen waar we staan moeten en wat we moeten zeggen.
Tussen ons en de ander staat Christus.
'Heer wat wilt U dat ik doe?' Hij wijst ons ook onze plek in het lichaam.
Soms kunnen we zelf weinig doen, zeker als het gaat om hen die ons lief zijn.
Zo kunnen we God over onze kinderen praten, ook als we met onze kinderen niet meer over God kunnen praten.
"Vader dit is uw kind.
Zou ik hem soms meer liefhebben dan U hem liefheeft?! Volgens mij is hij de weg kwijt. U hebt uw engelen en kinderen overal.
Zet ze in en geef mij een teken als ik iets mag doen.
Help me te zwijgen."
De vraag is niet: hoe behouden we het geloof? Maar: Hoe blijven we dicht bij Jezus, geënt op Hem. Op Hem gericht met al onze zintuigen.
De vraag is niet: hoe houden we de kerk in stand? maar: hoe worden we persoonlijk en samen voortdurend weer vervuld van Gods Geest, zodat Gods Liefde en zijn kracht door ons heen werken.
Daar zullen we niet minder orthodox van worden. Want wie zal het wagen, oog in oog met de Levende Heer, onzin over Hem te vertellen.
Ongetwijfeld komen we wel voor schokkende ontdekkingen te staan, zoals Petrus die deed toen hij een laken vol onreine dieren gepresenteerd kreeg. Niet omdat de Joden ineens anders moesten gaan leven, maar zodat er ook plaats zou zijn voor de niet-Joden.
Is het eigenlijk al niet de charme van onze kerken dat ze de vrijheid hebben om de kleur aan te nemen van de plaatselijke situatie, terwijl de leer wel goed beschermd wordt?
Je krijgt zo minder het idee van een logge Titanic en meer van vissersbootjes, die het net ook nog eens aan de andere kant uit kunnen gooien.
De Heer van de kerk is de Heer van de oogst, de Heer van het talenwonder van Pinksteren, de Heer die golven en wind aan kan en de dood openbreekt, de Heer van de profeet die overboord ging toen hij dacht dat het evangelie niet besteed is aan de heidenen en per vis op zijn plek gezet werd. Die Heer is getrouw, Hij zal het doen.