Een moeder over haar zoon

1997-05-02
  • Jaargang 41
  • nummer 9
Lieve Marijke,
Hoewel we regelmatig 'bij praten' is het voor mij, omdat het vandaag een bijzondere dag is, nu weer tijd om even 'bij te schrijven'.
Drie jaar is het nu al weer geleden dat Mark zich onttrok aan de kerk. Vanmorgen heb ik even in m'n dagboek gelezen over toen: "Vanmiddag kwam, alsof het zo getimed was, op het zelfde tijdstip als Mark 21 jaar geleden geboren werd, onze predikant ons meedelen dat zondag zal worden afgekondigd dat Mark zich aan de gemeente heeft onttrokken.
Het brak me, en riep in één klap alle herinneringen bij me op aan het moment van z'n geboorte. Er was door medische onachtzaamheid iets fout gegaan. Na meer dan een uur vechten voor z'n leven, durfden ze ons, nog aarzelend, te feliciteren en werd er gezegd: hij redt het wel.
Nu werd ons exact 21 jaar later meegedeeld: "Sorry, hij heeft het niet gehaald. Zondag is de begrafenis."

Zo voelt het! Ik voel me wanhopig!
Vertwijfeld vraag ik me af: waar gaat dit over? Ik kan niet nadenken, dit gaat boven m'n krachten.
Om een beetje grip op m'n verwarring en emoties te krijgen zoek ik z'n geboortekaartje op en lees: "God alleen, Die je schiep, weet het waarom, het waartoe het waarheen... "
Ik zet dat kaartje op een duidelijk zichtbare plaats neer. Ik moet voor mezelf een stukje 'houvast' hebben, en op dit moment lijkt dat kaartje m'n houvast."
"Ik moet zo meteen naar z'n verjaardag. Er moet feest gevierd worden. Maar hoe doe je dat....?"
"Z'n verjaardag en de dagen erna zijn in een roes aan me voorbij gegaan.
Zondags vierden we de verjaardag van onze kleinzoon in Utrecht.
Daardoor waren we niet in de kerk, en hadden we niet de mogelijkheid om er bij aanwezig te zijn. Achteraf heb ik daar spijt van. Hoe pijnlijk dan ook, het was voor mezelf beter geweest om er wel bij te zijn.
Van vrienden heb ik gehoord, "dat het netjes gedaan is", maar ik kan me er niets bij voorstellen. Hoe doe je zoiets 'netjes'?"
"Nu is het gewone leven er weer met drukke werkzaamheden: huishouden, kerkenwerk... De kinderen lopen, al of niet met aanhang, in en uit. Er moet gegeten en gedronken worden en geslapen. Ik leef en laat me leven.
Maar ergens, ver weg is er steeds de gedachte:O God, het doet zo'n pijn, ik voel me zo alleen en verdrietig.
Het is rijden op twee sporen die nergens bij elkaar komen. Ik probeer het voor mezelf te relativeren en draaglijk te maken, maar het lukt me niet."
Drie jaar is het nu alweer geleden.
Wat heb ik me in die tijd erna eenzaam gevoeld en het meest eenzaam in de kerk. Terwijl ik gehoopt had dat daar begrip en troost zou zijn te vinden.
Maar het enige wat ze boden waren 'open deuren' en dooddoeners.
Ook dat vond ik terug in m'n dagboek.
"'Hij leeft nog', zeggen ze. 'Wie weet komt hij nog wel eens weer tot andere gedachten', zeggen ze. 'Hij is nog jong', zeggen ze. 'Een klein beetje vertrouwen hebben', zeggen ze. 'Hij is gedoopt', zeggen ze. 'God laat niet varen het werk Zijner handen', zeggen ze. 'Ook al heeft hij God losgelaten, daarom laat God hem nog niet los', zeggen ze. 'Je bent niet de enige die dit overkomt', zeggen ze."
Ik hoorde het allemaal wel, ik keek ze aan en wist dat ze het niet begrepen.
Van jou kreeg ik toen het gedicht van Ida Gerhardt, 'Kwade dagen':
Ga niet naar anderen als dàt leed u slaat
dat de mens kromt, of als een wig hem splijt;
ga niet naar anderen: raak uw kracht niet kwijt,
die harde kern waarmee ge het bestaat.
En houd uw huis in stand, gelijk altijd.

Ga niet naar anderen: hun blik verraadt
weigering te beseffen wat er is.
Straks woelt hun onrust om in uw gemis.
Mijd hun bedisselen, hun ergernis
dat ge u blijkbaar niet gezeggen laat.

Zoek het bij een goed vriend, u toegewijd,
een die u niets verwijt, niets vraagt, niets raadt,
maar u verdraagt met uw beschreid gelaat.
Die, zèlf zwijgzaam, u kent voor wie gij zijt,
en merkt dat het, nog bevend, berg-op gaat.

Het was een eye-opener voor me. M'n huis in stand houden, dat was belangrijk, en niets verwachten van mensen van wie er niets te verwachten viel.
Uren lang hebben we daarna gepraat.
Samen gepraat, wilde ik eigenlijk schrijven. En dat is ook wel zo, maar wat je vooral gedaan hebt is luisteren.
Luisteren met je hart.

En nu zijn we dus drie jaar verder.
Jaren waarin veel is gebeurd. Veel wat ook weer m'n aandacht vroeg, waardoor ik dan weer werd afgeleid van dit grote verdriet in m'n leven.
Maar, ook al zijn de scherpste kantjes er nu wel wat van gesleten, het blijft een, wat de kerk betreft, ondeelbaar verdriet.
Heel lang heb ik geprobeerd om er achter te komen: wat is dat nou, waarom is er zo weinig aandacht en begrip voor ouders die op deze manier een kind verliezen?
Want dat is het wel. Omdat je met dat kind de essentie van wat voor jou het belangrijkste is in het leven - de levende relatie met God - niet meer kunt delen.
Ik ben er niet achter gekomen. En soms denk ik wel eens, het lijkt wel of het niemand wat gedaan heeft, alsof het alleen mij aangaat. Niemand praat over hem, nooit wordt er eens naar hem geïnformeerd, alsof hij nooit heeft bestaan, alsof hij nooit lid geweest is, alsof hij nooit gedoopt is temidden van de gemeente, en géén belijdenis had gedaan, zó kort voor hij zich onttrok.
Naar de andere kinderen en de kleinkinderen wordt wel gevraagd, maar naar Mark, nee!
Laten we het er maar op houden dat onze predikant gelijk heeft, en dat het is uit verlegenheid met de situatie.
Alhoewel ik soms denk dat ook dat een dooddoener is. Want juist in de kerk mag je toch iets verwachten...?
En diep van binnen blijf ik erbij: het klopt niet, er zou in de kerk meer aan- dacht voor - en meeleven moeten zijn met ouders die dit overkomt. Of zijn we er al aangewend dat jongeren opstappen?
Natuurlijk wordt er in de kerk, in het algemeen wel gebeden voor leden die niet meer mee doen, maar het gaat dan meestal over die leden die niet meer in de kerk komen maar zich nog niet hebben onttrokken. En het is goed dat daar voor gebeden wordt, maar mij doet het elke keer weer pijn en elke keer weer denk ik: 'alweer niet' En weet je wat me, de laatste tijd, nu het meest bij dit alles 'plaagt'?
Dat iedereen om me heen zo druk is met 'de vreemdeling in ons midden', de asielzoekers. De preek wordt voor ze in het Engels samengevat. We zingen vreemde liederen in hun taal. Er wordt voor ze gebeden. Als één van hen dreigt uitgewezen te worden, worden we zelfs in de dienst opgeroepen om mee te gaan naar Den Haag om te protesteren. We rijden af en aan om ze te halen en te brengen. Ze worden omhelst en gekust als ze binnenkomen en vertrekken. En, we prijzen onszelf, omdat dat bij ons allemaal kan."
En verdrietig denk ik dan: maar die huisgenoot des geloofs dan? Waarom werd en wordt er voor hem geen verstaanbare taal gesproken? Wie kwam er in actie toen hij verloren en kapot liep? Wie kijkt er nog naar hem om?
Hij is toch ook een vreemdeling... geworden?
Zondag luisterde ik naar een kerkdienst op de radio. Het ging over: hoe Jezus de tempel schoonveegde en in het verlengde daarvan over: schijnheiligheid in de kerk.
In die preek liep het uit op: je kunt dit wel doen en dat, maar als je er niet bent voor de vreemdelingen, de asielzoekers dan ben je voor God een schijnheilige!
Alsof dat het enige nog is waarin je schijnheilig kunt zijn En dit was niet de eerste keer dat ik zo'n toepassing hoorde.
Maar deze keer maakte het me opeens zo boos, dat ik van mezelf schrok.
Daar zat ik, onder weg in de auto! Ik hoorde mezelf woedend uitvallen tegen die predikant en al m'n verdriet en boosheid op hem afreageren.
Ik hóórde mezelf en zag mezelf. En ik realiseerde me: je moet oppassen!
Oppassen dat je niet bitter wordt en de dingen niet meer in de juiste proporties ziet.
En ik realiseerde me: het is minder 'gesleten' dan je wel zou willen. De rest van de zondag voelde ik me lamgeslagen en verdrietig! Om het verlies van Mark... Maar ook omdat ik zó niet wil worden, zó bitter.
Maar het is zo verschrikkelijk moeilijk soms om dat van Mark, los te laten.
Los laten, het uit handen geven, voor hem bidden en het verder aan God overlaten.
Niet dat dat zou betekenen dat ik dan verder niets meer hoef te doen, maar met Mark zelf hierover praten is nu eenmaal onmogelijk. Je weet dat hij dat absoluut niet wil en dat ik hem echt helemaal zal verliezen als ik met hem over het geloof wil praten.
Heel duidelijk was hij toen daarin: "Ik wil graag thuis blijven komen, ik hou van jullie, maar laat me hierin met rust. Ik heb heus nog wel iets van een Godsbesef en ik zal proberen om goed te leven maar de rest heb ik afgesloten, zeker dat stuk wat te maken heeft met 'het instituut kerk'."
Ik kan het hem dus alleen nog maar voorleven. En dat is soms best moeilijk.
Zeker als ik zelf een beetje vastloop.
Een goede reden dacht ik om jou weer eens te schrijven, want schrijvend zeg ik altijd veel meer dan wanneer we bij kletsen, ook omdat we dan in een korte tijd zovéél dingen bepraten.
Ik dacht, misschien dat jij er iets van mee kunt voelen en met me mee kunt denken.
Natuurlijk is het goed dat ook de kerk en kerkmensen zich ontfermen over 'de vreemdeling in ons midden'.
Maar ben je met mij ook niet van mening dat je het ene moet doen en het andere niet laten?
Dat je ook te eenzijdig bezig kunt zijn, en dat er zelfs het gevaar bestaat dat je dit doet, het je ontfermen over asielzoekers, omdat je daarmee 'eer' kunt behalen of om een leegte in: het gemeente-zijn mee op te vullen?
Begrijp me goed, ik zeg niet dat de mensen bij ons in de kerk het daarom doen, het is niet aan mij om een oordeel daarover te hebben. Maar ik zie dat wel als een reëel gevaar.
Zijn we met z'n allen misschien niet een beetje hierin doorgeschoten, alsof we geen andere verantwoordelijkheden meer hebben.
Hoor jij in je eigen omgeving wel eens wat ik hoor bij zieken en bejaarden: Er komt nauwelijks meer iemand van de kerk, want allemaal hebben ze het druk met 'de asielzoekers'. Dat klopt toch niet?
Ik hoop dat we gauw weer eens tijd hebben om samen uitgebreid hierover van gedachten te wisselen.
Binnenkort bel ik je wel om een afspraak te maken. Wat denk je van een paar dagen in een klooster? Ik proef de sfeer al. Het bidden en het zingen, de rust en de stilte...
Samen praten, samen lachen, misschien ook wel samen huilen, maar vooral samen 'de accu van het geloof' weer opladen.

Doe de groeten aan je man en je kroost.

Liesbeth

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief