1. 'Dementsprechend'
1997-05-02
Op 15 november van 't vorig jaar stond in 'Opbouw' een artikel van mijn hand over het eerste deel van Nico ter Lindens serie 'Het Verhaal gaat'. Ik was in dat artikel behoorlijk sceptisch over de grondslag van Ter Lindens Bijbelbeschouwing: voor alle zekerheid zeg ik er maar bij dat ik sindsdien niet van mening veranderd ben. Naar aanleiding van dat artikel kreeg ik een brief van dhr. Van der Ploeg uit Eindhoven.- Jaargang 41
- nummer 9
Hij had vragen over 'onze Gereformeerde Schrlftbeschouwing', of die niet aan wijziging onderhevig was, of wij al die oude verhalen nog zo stellig geloofden en konden geloven als vroegere generaties.
Met die vraag zat ik wat in mijn maag en niemand kan me er ook van betichten dat ik hem overhaast heb opgepakt!
Naast de reden van intense werkdruk op andere terreinen ligt de reden vooral in een zekere zorg. Zorg om het feit dat je bij zo'n vraag een terrein van reusachtige afmetingen aansnijdt en wie kan dat in zijn geheel overzien? (Ik als niettheoloog al zeker niet!) De tweede zorg betreft de onrust die zulke discussie over het Schriftgezag steeds weer pleegt op te roepen. De laatste tijd is precies dezelfde vraag echter ook op andere manieren tot me gekomen. Dan is het onjuist, of zelfs lafhartig, om hem me van het lijf te houden. Vandaar dat ik, met een ietwat zwaar hart, een aantal noties op papier hoop te zetten die wellicht aanleiding zijn tot een verdere discussie en (naar ik hoop) ook een enkele lezer zal boeien en (nog groter hoop) nieuwe stof tot nadenken geeft.
Overigens kan ik diverse mensen met naam en toenaam noemen die deze vraag met veel meer gezag kunnen aanpakken dan ikzelf. Evenwel, de vraag was aan mij gesteld. Ik wil deze keer maar simpel beginnen en ben van plan mezelf en ook u deze keer op een wat luchtig verhaal te tracteren. Het wordt daama nog wel ingewikkelder en zwaarder, vermoed ik. We kunnen daarbij in de loop der tijd alleen maar aan levensemst winnen...
Misverstanden
We beginnen met de eenvoudige constatering dat de Bijbel een boek is en dat de tekst bestaat uit taal. En taal levert uit zichzelf al moeilijkheden op, niet alleen Bijbeltaal, maar alle taal! Om maar wat simpele voorbeelden te geven, onlangs las ik in een Nederlandstalig boek over de effecten van de Opiumoorlogen in China een Duitstalig citaat. Eén zin had het woord 'dementsprechend'. Onmiddellijk las ik dat als 'dement/sprechend'; het ging over een nogal wonderlijke oude keizerin en ook over allerhande onbetrouwbare politici, dus 'dement/sprechend' leek vanuit de context best haalbaar!
Alleen paste dat op geen enkele manier en binnen een of twee seconden was het duidelijk dat ik het woord als 'demlentsprechend' moest lezen: 'dientengevolge', 'beantwoordend aan'. Het was net als een zoekplaatje: opeens zie je het (of ook niet!) Hetzelfde overkwam me eens toen we in Hongarije waren en op de 'étlap' (toevallig een gemakkelijk Hongaars woord, dat 'menu' betekent) 'Schweinelende' zagen staan; ik interpreteerde dat als Schwein/elende! De goede caesuur was natuurlijk Schweine/lende, een bepaald deel van 's beests torso; het geeft geen pas die uitspraak van zeven jaar geleden profetisch voor de huidige droefenis van varkens te achten!
O Madmen
Ook de Bijbel bestaat uit taal en er is kans op misverstand. Wat moeten Engelssprekenden denken van Jeremia 48:2: "Moabs roem is niet meer; in Hesbon zint men op onheil tegen hen; Komt, laat ons het uitroeien als volk.
Ook gij, Madmen, zult verdelgd worden."
"You too, o Madmen, will be silenced", zegt de New Intemational Version en het voegt eraan toe, in een voetnoot, dat het de naam van een Moabitische stad is. Anders denkt toch de gemiddelde Brit, Amerikaan of Australiër dat hier 'krankzinnigen' (madmen) worden aangesproken. In mijn oude gerenommeerde Cruden's Concordance staat dit 'Madmen' (de plaats dus) onder verwijzing naar 1 Samuel 21:15, waar koning Achis van Gat tegen zijn onderdanen zegt: "Heb ik gebrek aan krankzinnigen (madmen in het Engels), dat gij mij deze man (David) gebracht hebt om bij mij uit te razen". Als op dit niveau al de nodige ambivalentie en verwarring naar voren komt, hoe is het dan met de gemiddelde Bijbellezer? (Zo kwam ik er zelf ook achter, bij het raadplegen van mijn Cruden's Concordance.)
'The Son of Jesse'
Dat heeft allemaal weinig om het lijf, zal de lezer zeggen en hij of zij heeft uiteraard gelijk. Maar dan komt het verhaal van de gestoorde Dennis Rohan, een Australiër die in 1969 een ferme poging ondemam om de wereldvrede te ondermijnen.
Hij was godsdienstwaanzinnig en stak de Al Aqsa moskee in brand, op de Tempelberg. De Islamitische Palestijnen raakten door het gebeuren zeer van de kook en meenden dat het om een of ander sluw Israëlisch plannetje ging, dat beoogde hun heiligdom hun af te nemen. Het ware verhaal was prozaïscher dan deze versie, maar ook illustratief; in de tekst wordt vaak over de Messias gesproken als de 'zoon van lsaï', in het Engels 'the Son of Jesse'.
Dennis was ook een 'zoon van Jessie', want zo heette zijn moeder! De Engelse versie van Isaï, 'Jesse' spreek je net zo uit. Hij was er dus in zijn wanen van uitgegaan dat hij de beloofde Messias was en zijn eerste daad was om te pogen de Derde Tempel te laten oprichten op de Tempelberg! Daarbij was de Al Aqsa moskee een obstakel en dus gooide hij een bom naar binnen. Uiterst gevaarlijke 'klank-exegese' dus, die de wereld in een gewelddadige confrontatie over de Tempelberg had kunnen storten!
'Mededeelzaamheid'
Ik herinner me dat ik een keer op een Bijbelstudieconferentie was, met allemaal heel gemotiveerde studenten. Op een gegeven moment zegt een van hen: "Mensen, we moeten meer dingen met elkaar delen; het is belangrijk dat we echt doorgeven wat in ons leeft. Dat staat in de Bijbel: 'Vergeet de mededeelzaamheid niet'." Gelukkig kwam er toen iemand achter dat dat woord in dat verband vooral sloeg op 'bereidheid om je geld met elkaar te delen'. Wellicht was het ook goed om met elkaar je diepste gedachten te delen. Op de tekst in Hebreeën 13:16 kon je die opvatting in elk geval niet baseren! Zo merken we op dat taal ook verandert, onder andere dat we in een paar gevallen een verschuiving in seksuele zin opmerken.
Een paar meisjes voor me hadden grote lol, toen, al weer jaren geleden, in een bijeenkomst gezegd werd dat een (onmiskenbaar mannelijke) majoor van het Leger des Heils die avond niet spreken kon, "omdat hij ongesteld was". Als je in een folder voor een jeugdkamp van de kerk meldde dat het je oogmerk was met elkaar 'gemeenschap te oefenen', zou je misschien aandacht van sommige lieden krijgen die anders niet gauw aan kerkelijke activiteiten ziet deelnemen.
Dat was nog eens een interessant initiatief! Meer valt te noemen waaruit we merken dat Bijbelse termen voor jongeren volmaakt onbegrijpelijk worden.
Maar dan de vraag aan de ouderen ons: Wat betekent Hosea 14:3 in de Oude Vertaling: "Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede, zo zuIlen wij betalen der varren onzer lippen"?
De NBG zegt wijselijk: "Wij bieden als offerstieren de belijdenis onzer lippen".
Ook ouderen hebben niet veel met 'varren'.
We hebben het hier dus steeds over woorden die een hinderpaal of struikelblok kunnen vormen. In de meeste gevallen valt de moeite daarbij erg mee. We zijn ons meestal bewust dat we een tekst in andere vertaling moeten lezen om tot meer klaarheid te komen, of we kunnen er een commentaar op naslaan. Ook komen weer wel uit of het 'sprengbekkens' of 'springbekkens' zijn, zoals ook sprengbaden of springbaden wel begrijpelijk zijn (de vertaling van het Hebreewse woord 'mikwe').
Schoenen en wasbekkens
Anders wordt het al, als we gaan letten op de specifieke aard van b.v. de poëzie, oftewel de Wijsheidsliteratuur. Ook wie zegt dat hij of zij 'de Bijbel letterlijk neemt' zal, naar ik verwacht, een overdrachtelijke uitleg vermoeden bij een tekst als Psalm 60:10 waar de HERE zegt: "Moab is mijn wasbekken, op Edom werpt ik mijn schoen, over Filistea juich ik." (Psalm 108:10 luidt nagenoeg identiek) Is het overigens de Here die spreekt? We begrijpen (bijna) automatisch dat je zulke uitspraken niet letterlijk moet nemen. Al werd in de dienst van Artemis (of Diana) der Efeziërs geloofd in voorwerpen die uit de hemel waren komen vallen, lijkt het meer een uiting van verachting voor Edom dan een uitspraak dat een schoen als meteoriet op Edomitisch grondgebied is geland. Zo zal ook niemand echt in verwarring komen bij de bekende eerste regel van de Schotse dichter Robert Burns, als die zegt: "My love is like a red red rose". Je kunt denken aan haar eventuele stekelachtigheid, of aan haar hoedanigheid als muurbloempje, veel waarschinlijker haar schoonheid en ongereptheid die de dichter met een roos associeert. Duidelijk is één ding: hier is geen tuinman aan het woord, maar een dichter!
Mot en roest
De Here Jezus bedoelt kennelijk ook niet in die zin letterlijk dat er in de hemel geen motten of zuurstof zijn, als Hij tegen de leerlingen zegt: "Verzamel u geen schatten op aarde waar mot of roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen." In Mattheüs 6:19,20 ligt het accent heel anders dan dat ons de afwezigheid van zuurstof (geen roest) of motten geopenbaard wordt (zie ook Lukas 12:33).
Allegorese
Maar als dat allemaal duidelijk is, blijkt wel dat er andere teksten zijn die ons meer moeite geven. Ik denk aan letterlijk nemen van een Schriftwoord enerzijds of 'allegorische' uitleg, of 'typologische' uitleg aan de andere kant. Zo heb ik in mijn Bijbelschooltijd over geen onderwerp heftiger discussie gehad dan over de vraag of Rachabs koord bij toeval rood was (het had ook blauw kunnen zijn of groen of wellicht was het uiting van haar beroep, zoals wij nu rode lampen kennen) of dat het gaat om verwijzing naar het zoenbloed van Christus, eeuwen voor het Gebeuren op Golgotha! Het eerste was ruwweg mijn suggestie, het tweede de zeer intens beleden opvatting van een nogal 'bevindelijke' student, die ronduit geschokt was dat ik die uitleg niet aanvaardde. (Zie het boek Het Scharlaken Koord van Cornelis Lambregtse.) We kregen zicht op heel interessante verschillen in exegese binnen de Gereformeerde Gezindte. Evenzo de vraag, die al bij de oude kerkvader Augustinus naar voren komt wat het juiste verstaan was van de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan.
"Volgens de vierde-eeuwse kerkvader Augustinus was Adam de man die van Jeruzalem naar Jericho 'afdaalde'. 'Jeruzalem' stelde de 'hemelse stad' voor, de vrede die hij verloor. 'Jericho' moest worden opgevat als de menselijke sterfelijkheid, die hij tengevolge van de zondeval ontving. De rovers waren de duivel en zijn demonen, die hem van zijn onsterfelijkheid ontdeden. De priester en de leviet, die aan de andere zijde voorbijgingen, beeldden de bediening van het Oude Testament uit die uiteindelijk hem niet verlossen kon. De barmhartige Samaritaan stelde natuurlijk Christus zelf voor; als hij de wonden verbindt, wordt de zonde onderdrukt. De olie en de wijn die hij op de wonden goot verzinnebeeldden de troost en de hoop, en de bemoediging om hard te werken. Het beest was het vlees, waarin Christus op aarde kwam. De herberg stelde de kerk voor, terwijl de apostel Paulus de waard van de herberg was. De twee schellingen tenslotte, die de waard ter hand gesteld worden, zijn de geboden om God en de naaste lief te hebben." John Drane, die ik hier citeer merkt op: "Als je Augustinus' verhaal leest, merk je dat de vraag die beantwoord moest worden nooit zelfs naar voren gebracht wordt!"
Van deze dingen wilde ik melding maken voordat ik, de volgende keer, op br. v.d. Ploegs vraag nader in ga. Over deze dingen zal het in het vervolg niet gaan!
Noot:
John Drane. Jezus en de Vier Evangeliën. Gideon. Hoornaar. 1981. pp. 103,104.