Koninginnedag...
1997-05-02
Voor mij begint Koninginnedag op de avond ervoor met het unieke verschijnsel van de laatste jaren: De Vrijmarkt!- Jaargang 41
- nummer 9
Vorig jaar ging ik er naar toe met Janneke, mijn dochter. Gelukkig houdt zij er ook van. Vraag niet waarom, want wat is er nu aan om de zolderinventaris van je buren uitgestald op straat te zien. Niets toch? Er zijn mensen die klam worden bij het idee en ik geef ze volmondig gelijk. Alleen... wij blijven het heerlijk vinden.
Zingend stapten we die avond tegen tienen op de fiets. Het was donker en uitgesproken koud. "Nemen jullie niet te veel troep mee terug?" riep mijn man ons na en ik ketste terug: "Kijk jij nu maar naar jezelf', want hij is met oude boeken niet te vertrouwen. Hij lachte en verdween huiverend in huis.
Ondanks de kou was het druk in de stad. In het licht van de straatlantaarns stonden kraampjes, opgetast met spul len: bloempotten, boxen, meubels, boeken, serviesgoed. Op een oude barbecue stond iemand hamburgers te bakken. De rook kringelde langs de ronde vleesschijven omhoog. We haaIden onze zaklantaarns te voorschijn (afgekeken van de antiekhandelaar die vorig jaar zo de markt afstroopte).
"Ik heb het gevoel of we meedoen met de vijf wijze en vijf dwaze maagden", zei Janneke monter. "Dan maar hopen dat de olie niet op raakt", murmelde ik.
"Batterijen. Je moet met je tijd meegaan, Mam", zei ze.
We kwamen bij een enorme uitstalling.
De eigenaar zat kleumend op een tuinstoel naast de kraam. Janneke grabbelde tussen een paar schalen naar twee beeldschone bordjes. "Hoe vind je deze, mam?" "Mooi. Kopen!", adviseerde ik en viste een paar roze schaaltjes uit een andere hoek. "Hoe vind je dit voor Gerda?"
Gerda is een vriendin die roze porselein spaart. Janneke nam ze van me over en begon geestdriftig te onderhandelen.
Ik liep langzaam door. Even later kwam ze me achterop met het in kranten gewikkelde porselein. "Ziezo,"
zei ze tevreden, "naar zulke bordjes heb ik tijden lopen zoeken."
Een paar meter verder bukte ik me bij een verzameling pannen en bestek op een oud vloerkleed en pakte een pan op die er ingewikkeld uitzag. "Een prima stoompan, mevrouwtje. Mijn vrouw heeft er veel plezier van", zei de man die het kleed beheerde. Ik draaide de pan om. "Waarom doet u hem dan weg?", informeerde ik. Hij haalde de schouders op. "Ach, ja, je krijgt zo veel troep", zei hij vaag.
"Mam," waarschuwde Janneke. Met tegenzin liet ik de pan los. Het leek helemaal gaaf. "Ik vind hem mooi.
Maar wat moet ik er mee?", aarzelde ik. "Niets," zei Janneke, "één keer gebruiken en dan naar de zolder!" Ik schoof de pan terug. Er zat een oor los. "Je hebt gelijk", zei ik en we drentelden verder.
Bij de Grote Kerk speelde een bandje.
Een jongen speelde een solo op een saxofoon. Drie meisjes van een jaar of zestien, die voor ons uit liepen, sloegen hun armen om elkaars schouders en dansten spontaan mee. Overal brandden potjes met waxinelichtjes.
"Gezellig", zei Janneke vergenoegd.
Even verder stond een mevrouw met twee kinderen van een jaar of zeven.
Het jongetje bekeek een stapel kleren en viste er een broekje uit. Hij hield het omhoog. "Verkopen ze me trainingspakkie", zei hij mistroostig. "Waarom?
Ik wil het zelf houden." Zijn moeder zei: "Omdat het je te klein is, Robbie.
Dit is voor baby's." "Poeh ... moet je dat horen. Een baby met een trainingspakkie", morde hij en drukte de kleren tegen zich aan. "Je bent moe. Zal ik je maar naar huis brengen?", vroeg zijn moeder. Ze pakte een groot stuk plastic en dekte haar negotie af. "Morgen verder. We hebben nog een hele dag", zei ze half tegen haar kinderen en half tegen ons. Ze legde een paar stenen op de hoeken van het plastic en zette de kinderen op haar fiets.
We liepen nog een uur rond. "Als je toch een president had", zei ik tegen Janneke toe we voldaan weer naar huis fietsten.
"Had je geen Koninginnedag en van een Presidentsdag heb ik nog nooit gehoord", zei ik. "Ik ook niet. Een koningin is een zegen apart", zei ik beschouwend. We fietsten de steeg in.
Janneke gaapte. "Geniet er morgen dan maar lekker van", zei ze. En dat heb ik gedaan.