Nogmaals: hervormden over afgescheidenen

1997-05-16
  • Jaargang 41
  • nummer 10
De in de vorige 'terloops' aangehaalde brief d.d. 10 oktober 1835 van het Classicaal Bestuur Bommel aan de betreffende minister bevat ook gegevens over de omstreeks die tijd aantallen afgescheidenen in verschillende dorpen.
Hierbij moet worden opgemerkt, dat die aantallen niet altijd kloppen met de gegevens uit de ledenregisters.
De schrijver van de brief begint met Gameren, waar volgens hem in oktober 1835 25 afgescheidenen waren 'behalve de kinderen, waarvan de ouders, of ook alleen de vader, verzocht hebben derzelver namen uit het doopboek te schrappen'.
Hierbij wordt verteld, dat onder deze mensen 2 of 3 gegoede landeigenaren waren, waarvan vroeger één ouderling en kerkvoogd was, terwijl 2 anderen in het verleden diakenen waren.
Behalve de landeigenaren waren de afscheidenen 'kleine boertjes of arbeiders'.
In Nieuwaal bij Gameren hadden zich 8 lidmaten afgescheiden, alsmede 6 die geen lidmaat waren. Allen moesten door handenarbeid hun brood verdienen, 'waarvan echter sommigen door eene meerdere Bijbelkennis en door eene zekere bespraaktheid eenige invloed op anderen schijnen te hebben'.
Over Zuilichem wordt gezegd, dat er 7 lidmaten waren, die zich hebben afgescheiden, waarvan er 4 tot hetzelfde huishouden behoorden. Dit gezin behoorde 'tot één der gegoedste en aanzienlijkste der gemeente'. De man was vroeger o.a. ouderling en kerkvoogd. De overigen behoorden 'tot den stand van geringe arbeiders'. Verder wordt van hen gezegd, dat 'van hunnen invloed op anderen niet veel te vreezen zal zijn, daar zij in geen bijzondere achting of aanzien staan'.
In Vuren was 'het getal der Separisten tot 32 geklommen, op welke hoogte het, zooals men ons berigt, het denkelijk wel blijven zal, daar er in de laatste twee maanden geen zijn bijgekomen'.
Over de godsdienstige kennis van de afgescheidenen schrijft de classicale correspondent, dat die over het algemeen 'op eenen lagen trap staat'. Ik denk, dat hij daarin voor een groot deel gelijk had. Hij-wijst o.a., op:
'... onkunde, vooroordeel, verkeerde toepassing der heil. Schrift en mystieke denkbeelden zijn bij de meesten hunner op te merken, die alzoo gemakkelijk door allerlei wind van leering omgevoerd, of door zich zelf zoekende leeraars verleid worden.' Over de afgescheiden dominee Scholte wordt in de brief nog gezegd, dat hij niet ophoudt 'op allerlei wijze in de gemeenten te woelen...' De Afscheiding in de Bommelerwaard is, ondanks fouten van mensen, van grote invloed geweest op het kerkelijk leven in de Bommelerwaard en daarbuiten. Een merkwaardige ontwikkeling is, dat de zg. 'mystieke geest' tientallen jaren later is 'overgeslagen' van de gereformeerde kerken naar de hervormde kerken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief