Pinksteren op de Achterdam
1997-05-16
"Margreet, wil jij Nederlandse les geven aan de meisjes op de Achterdam", vroeg Acta, een zuster uit onze gemeente.- Jaargang 41
- nummer 10
"Joh.. ik spreek geen woord Spaans", zei ik, want ik wist dat de 'meisjes' waar zij het over had, Spaanstalig waren. "Je hoeft geen Spaans te spreken. Je moet alleen een beetje fantasie hebben", verzekerde ze me. Nu zeg je niet vlug dat je geen spat fantasie bezit (dat staat kaatjes en het is meestal onwaar) en verder vind ik dat je een goede reden moet hebben om 'nee' te zeggen als iemand een beroep op je doet.
Daarbij kwam de vraag van een vrouw die zelf bijzonder actief is, dus ik zei blijmoedig "Nou, als je denkt dat ik het kan... Prima hoor". De 'meisjes' waar het over ging, zijn prostituees. In Alkmaar werkt al jaren een team, van voornamelijk Christelijke Gereformeerde vrouwen, dat evangeliseert in de rosse buurt. In de loop van de tijd zijn er goede contacten ontstaan tussen de vrouwen 'achter het raam' en de vrouwen die rondgaan met koffie, soep en 'het Woord'.
Een week later zat ik bij een vergadering die wat had van een werkoverleg in een verpleeginstelling: Juanita gaat volgende maand naar huis. Ze komt jammer genoeg wel weer terug... Jessica maakt zich zorgen om haar kinderen en Maria is vier maanden zwanger. Louise komt ook weer naar de Nederlandse les... namen die me niets zeiden. Het team maakte op mij een kordate en capabele indruk. De vrouwen wisten precies waar ze het over hadden en ik wist dat duidelijk niet. "Spreken de vrouwen die op les komen al een beetje Nederlands?", vroeg ik na de bespreking van de probleemgevallen. "Moet je je niet te veel van voorstellen", zei Ada nuchter.
"Er zijn er een paar die het wel oppikken, maar Louise bijvoorbeeld, zit al twee jaar op les en als je vraagt hoe ze heet, zegt ze nog steeds 'Amsterdam'. Maar dat geeft niet. Als ze maar even uit die wereld zijn."
"Als je morgen tijd hebt, gaan we wel langs een paar meiden die vaak op les komen. Dan stel ik je even voor", viel Lia, iemand die behoort tot een Evangelische kerk, in. Zij en Ada spreken goed Spaans en tolken regelmatig voor de rest. De volgende middag gingen we de Achterdam op. De straat zag er door de bloeiende geraniums die in bakken aan de kozijnen hingen, knus uit. Er kwamen een paar donkerharige vrouwen aanlopen over de keien. "Hola... Lia", groetten ze uitbundig.
"Hola Patrica, hola Maris, hola...", riep Lia terug. Er werd enthousiast geknuffeld en Lia stelde me voor: "Margreet!" "Margreet?
Ze spraken het moeizaam uit. "Margarita natuurlijk", ontdekte een vrouw die Irma bleek te heten. Ik knikte. Margarita. Ook best. Gingen Lia en Margarita mee iets drinken? "Kunnen we wel doen, niet?" vroeg Lia en we stapten mee naar het onderkomen van Maris. Het kamertje was meteen vol. Maris sleepte een paar krukken ergens vandaan en Lia en ik zaten op de rand van het bed. We praatten en lachten met z'n vijven en het verbaasde me hoe veel we van elkaar verstonden. Alleen een stel mannen die langs slenterden en verbaasd naar binnen keken, verstoorde het beeld van een gewone theevisite.
Opeens (zoiets kan je overvallen) zag ik mezelf zitten. Babbelend en lachend in de kamer van een meisje van lichte zeden.
"Ja hoor... Margreet Maljers! En nog wel van Vrijgemaakt Gereformeerden huize", schoot door me heen. Ik vond het zo ongerijmd dat ik proestte van het lachen. "Margarita is vrolijk", stelde Irma vast. Ik knikte maar eens. Toen ik voor het eerst op vrijdagavond meeging met Lia en Toos (een team bestaat 's avonds altijd uit drie personen) om de vrouwen een roos, een kop koffie en lectuur aan te bieden, verging die vrolijkheid me. De straat die 's middags zo vriendelijk oogde, was veranderd in een trieste en na middernacht zelfs benauwende buurt. Mannen keken naar de vrouwen achter de ramen en bespraken hun uiterlijk alsof ze over een slavenmarkt kuierden.
"Ontzettend", zei ik ontdaan tegen Lia en Toos. "Dat is voor iedereen zo de eerste avond", voelden ze mee en we klopten aan bij een donkerharige vrouw. Toos gaf een roos door de halfgeopende deur.
"Como estas, Nonna?" "Bueno wel, Pero niet zo druk", zei Norma sip in een mengelmoes van Nederlands en Spaans. "Ja, graag koffie!" We gingen naar binnen. Er kwamen nog wat meisjes bij en Lia las een stuk voor uit de bijbel. Daarna gaf ze een korte uitleg. Met ernstige ogen zaten ze te luisteren. "Bidden?" vroeg Lia. "Ja, bidden.
"De handen gingen devoot tegen elkaar. Veel van de Zuid-Amerikaanse vrouwen zijn vaag Rooms-Katholiek. Na het 'amen' namen we afscheid. Een kamer verder zat Betty. Ze was nog jong. Hooguit achttien jaar. Ze kwam uit Zuid-Amerika en was hier nog maar kort. Een maand of drie. Lia's Spaans was onmisbaar want Betty verstond weinig of geen Nederlands. Lia zou het erover hebben dat iedereen de genade van God nodig heeft.
Dat Jezus gestorven is voor ons allemaal. "Kenjij iemand die altijd vriendelijk, altijd goed is. Die altijd het beste wil voor iedereen?", vroeg Lia en had haar antwoord op de ontkenning al klaar. Betty begon te stralen. "Ja... Ik", zei ze blij en wees naar zichzelf. "Huh", bracht Lia verbijsterd uit.
"Ja... Ik ben de oudste van ons gezin. Mijn vader is er niet meer en mijn moeder kan niet alleen voor mijn kleine broertjes en zusjes zorgen. Daarom ben ik hier gekomen... Omdat ik geld moet verdienen voor ons allemaal... En ik doe nooit lelijk en ik bedrieg nooit iemand", beëindigde Betty haar verhaal en keek deugdzaam. Het was even stil in het bloedhete kamertje.
Een hoge saxofoon klonk vanuit een café verderop. Levende muziek! "Denk je dat God dat goed vindt?", zei Lia: Betty keek onzeker. "Ja natuurlijk. Ze moeten thuis toch eten", zei ze toen. "En ik bid iedere dag om vergeving." Welsprekend trok ze haar schouders op. Het klonk tegenstrijdig, maar niemand had de moed om daar op te wijzen.. "We bidden voor je", zei Toos.
"Rezar a Dios." Weer op straat lachten we ontspannen. Want dat kon.. Ondanks alle misère en tranen.
Een paar meter verder hoorden we opeens een heftig getik achter ons. We keken om.
Het was Betty. Ze ramde fanatiek met een beringde vinger tegen het raam. Het was niet voor ons bedoeld. Er passeerden een paar mannen aan de andere kant van de straat. "Soms denk ik wel eens: Waar doen we het voor", zei Lia, opeens mistroostig.
"Om het Woord van de Here God stem te geven", gaf Toos haar het antwoord dat ze zelf kende. Ja, waarom en waar doe je het voor. Het antwoord is heel simpel: Iemand vraagt je om mee te doen.
Soms zie je, meestal achteraf, de opdracht achter de vraag. Soms zie je opeens Pinksteren.
Ik heb maar een kleine impressie kunnen geven van het werk op de Achterdam (ik ben ook maar een heel klein radertje en draai nog niet zo lang mee). Het zou kunnen dat het bovenstaand artikeltje vragen bij u oproept en dat u meer wilt weten over het evangelisatiewerk in Alkmaar.
Schrijf of bel me. We zijn graag bereid om er wat meer over te vertellen. Goede Pinksterdagen toegewenst!
Margreet Maljers-Kroes.
Herenweg 7, 1829 AA Oudorp