Marjan
1997-11-14
Hij zou naar Pinkpop gaan. Dat had hij, ruim van tevoren met enige voorzichtigheid meegedeeld. Marjan had zich onmiddellijk gerealiseerd wat dat betekende: hun uitwonende kinderen kwamen met de pinksterdagen thuis en zouden het nodige commentaar leveren op zijn afwezigheid en in de kerk werd hij natuurlijk ook gemist. Wat moest ze zeggen als iemand naar hem vroeg? Ze kon er moeilijk om gaan liegen. Ze voelde de mensen al denken: 'Dat vind je toch niet goed? Wij zouden het gewoon verbieden!' In dergelijke gevallen trok Marjan zich het commentaar van de buitenwacht meer aan dan haar man. Die zei heel nuchter: het is ons kind, onze opvoeding. Want ze waren het er over eens dat ze hem zouden laten gaan. Hij moest dat maar meemaken.- Jaargang 41
- nummer 23
Bij de avondmaaltijd bracht haar man het onderwerp kort ter sprake: 'Ik hoor van mama dat je er met Pinksteren niet bent? Jammer. We zullen je missen.' Meer niet. Het had geen zin om er nu over te praten. Een stevig gesprek nà de happening werd hem alleen wel in het vooruitzicht gesteld.
Dinsdags na Pinksteren kwam hij in alle vroegte thuis. Moe en vuil, maar zeer opgewekt. Fantastische groepen gezien en gehoord, cd gekocht van Kula Shaker.
'Vet-wrede muziek, man.' Marjan zocht de was uit. Zette een spijkerbroek die stijf stond van de modder in de badkuip onder water. Zou ze die ooit weer schoon krijgen? Z'n schoenen kon je wel weggooien. De slaapzak moest gestoomd. Maar hij had een geweldig weekend gehad. Toen ze later met hem naar de videobeelden van het gebeuren zat te kijken, moest ze gek genoeg toch aan de pinksterdag in Jeruzalem denken. 'Wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken.' Maar daar draaide het hier beslist niet om. Wel deinde haar kind in deze menigte mee. 's Avonds zat ze op zijn bed naar de nieuwe cd te luisteren. Hij gaf uitleg bij de muziek, ze las de woorden in het boekje mee. Dichterlijke, rake teksten, goed getypeerde situaties. Ja, zo kan een mens zich voelen, zo eenzaam kun je zijn. Zo scherp is de werkelijkheid van onze samenleving. Om koud van te worden. En de muziek, rauw, droevig, teder, en zo functioneel bij die bepaalde tekst.
De cd duurde, de rood oranje poster van Pearl Jam fladderde naar beneden, zeker door de trilling van de muur, en kwam op de grond naast het bed terecht. Ze raapte hem op en las de titel van het boek dat naast zijn bed lag: 'Wie God verlaat, heeft niets te vrezen ..' 'Bah zeg, heb je dat nou ook gekocht?' viel ze uit. Een grijns op zijn gezicht, moe nog van de doorwaakte nacht. Hij bukte zich, haalde onder Maarten een ander boek te voorschijn en legde het bovenop: 'Zo goed, mam?' Het Boek bedekte de provocerende titel. Een paar maanden en gesprekken later: 'Geloofsopvoeding is indoctrinatie van het kind.' Bekende uitspraak, maar nu uit de mond van haar jongste. Of: 'Vandaag had ik een gesprek met die-en-die over het fenomeen 'kerk'.' Hij lokte haar gewoon uit haar tent door zulke dingen te zeggen. Soms ging ze er voorzichtig op in, want ze wist dat hij op haar voorspelbaar antwoord zat te wachten, en die lol gunde ze hem niet. Het voelde of ze spitsroeden moest lopen, want ze werd gedwongen na te denken over dingen die voor haar vanzelfsprekend waren, maar waar hij soms hele rake vraagtekens bij plaatste. En daar werd ze toch wel erg onrustig en zelfs verdrietig van. Waarom kon je je kind alles geven, behalve het geloof? Waarom moest je dàt nou juist rustig afwachten? .
Waarom maakte God het niet wat gemakkelijker, het was toch in Zijn Eigen Belang? Met die vragen zat ze op een zondagmiddag moedeloos in de kerk. Wist die dominee veel. Hij moest gewoon preken, al was het stralend weer, bloedheet, dus halfleeg. De boer zaait graan in de akker. Het zaad is van de allerbeste kwaliteit. Dan gaat de boer naar huis, en laat het zaad met rust. Hij heeft gezaaid. Dat was het enige wat hij moest doen. De rest deed God. Hoe? Dat wist de boer niet. En daar zat Marjan met haar gepieker, haar zorg, haar moedeloosheid. Was zij niet als die boer geweest in het leven van haar kinderen? Ze had beloofd te zullen zaaien. En dat had ze gedaan, samen met haar man. Dat zaad was van de allerbeste kwaliteit. En nu moesten ze wachten. Misschien zouden ze het nooit zien. Misschien ook wel. Eén ding stond vast: God deed de rest. Hoe? Dat wisten ze niet. Voor dit moment voelde Marjan zich zeer getroost.