Lieve Lust

1997-11-28
  • Jaargang 41
  • nummer 24
“Nu breed aanvaarde normen nauwelijks meer bestaan, moet iedere jongere zijn eigen weg zoeken in een doolhof van gevoelens met een soms onverwachte intensiteit. Dat geldt trouwens ook voor niet-jongeren, bijvoorbeeld in een nieuwe situatie, nadat een relatie stukgelopen is. Het kan dan belangrijk zijn om van elkaars ervaringen te leren.”

Aldus Gerard Nienhuis in het infobulletin Apropos (11/3), naar aanleiding van het nieuwste Cahier van het ICS, met als thema: seksualiteit. Aan dat persoonlijke aspect hoeft niemand te twijfelen die dit boekje gelezen heeft, want in dit Cahier worden zeer persoonlijke ervaringen beschreven.
Soms zelfs op zo'n manier dat ik mezelf afvroeg: kijk ik hier niet rechtstreeks door de slaapkamerdeur naar binnen? De inhoud van het boekje is openhartig, maar gelukkig nergens platvloers. De redactie is er in geslaagd een aantal bijdragen bij elkaar te brengen die seksualiteit 'als een wezenlijk onderdeel van het goede leven' beschrijven.

Wat is seks eigenlijk?
De eerste twee bijdragen zijn meer algemeen van aard. De arts en seksuologe Riet Pieters gaat in op de vraag wat seksualiteit eigenlijk is. "Dat weten we allemaal toch wel", zou de argeloze lezer kunnen denken. Maar wie het begrip seksualiteit probeert de definiëren, zal ontdekken dat het beantwoorden van deze vraag toch niet zo eenvoudig is. Riet Pieters definieert seksualiteit als: 'de lichamelijke taal waarin je jezelf ten aanzien van de liefde kunt uitdrukken'. Seksualiteit krijgt bij mensen een andere, gevarieerde en meer verfijnde vorm dan bij dieren, want seksualiteit is bij de mens een onderdeel van een relatie waar je over na kunt denken. In haar bijdrage gaat Pieters o.a. in op de moeite die mensen kunnen hebben om zich te geven (intimiteit). Iemand die zich volledig geeft, wordt ook kwetsbaar; daarom speelt de angst voor verlating als keerzijde van de intimiteit nogal eens een rol. De vraag waaróm sommige mensen zo bang zijn om verlaten te worden wordt in deze bijdrage niet beantwoord.
Is de bijdrage van Riet Pieters niet te somber? Nee, toch niet. Ze laat in korte pennenstreken de zon- en de schaduwzijde van seksualiteit zien. Ik denk dat dat niet anders kan. Er zijn weinig menselijke behoeften die zulke -op het oog tegenstrijdige- gevoelens oproepen als de seksualiteit. "Hoe meer je je best doet om te genieten, des te groter de kans dat je geen bevrediging vindt", aldus Pieters. Daarom is voor haar seksualiteit ook niet alleen lichamelijk. Het bijbelse bekennen betekent dat je de ander leert kennen als je ontbrekende helft en daarmee leer je jezelf weer beter kennen.

De moraal van de christelijke kerk
Ook van algemene aard is een vraaggesprek met Prof. dr. H.w. de Knijff.Het blijkt dat deze Utrechtse ethicus nogal de vloer aanveegt met een aantal gangbare opvattingen. De Baälfeesten in de Bijbel waren geen 'pornografische evenementen' (zoals nogal eens in preken gesuggereerd wordt), maar gewone vrolijke oogstfeesten. Augustinus en Ambrosius waren geen asceten die tegen seksualiteit waren. Dat de kerk zich heeft opgeworpen als verdediger van een strakke(re) seksuele moraal kwam niet in de eerste plaats voort uit de Bijbel: de kerk ontfermde zich over een gangbare 'heidense' moraal (voor de vroege christelijke kerk: de Griekse Stoïcijnen, voor de kerk in de 1ge eeuw was dat een brede tegenbeweging in de samenleving tegen een vrije seksuele moraal, als gevolg van waarschuwingen van artsen tegen o.a. de lichamelijke gevolgen van masturbatie). De Knijff: "De kerk heeft zich dus ontfermd over het gedachtegoed van de cultuur." Naar mijn mening valt in deze tijd dezelfde tendens te bespeuren: de (algemene) angst voor AIDS leidt (opnieuw) tot een strenge moraal binnen de kerken (Promise Keepers).

Homoseksualiteit
Ook ten aanzien van homoseksualiteit kiest De Knijff geen kerkelijk geplaveide paden. Hij beroept zich in dit gedeelte niet op teksten uit de Bijbel, maar hij plaatst de gangbare visie in een (Europees) historisch kader, beginnend bij de afwijzing van homoseksualiteit door de Grieken en de Romeinen. De Knijff concludeert vervolgens dat men steeds weer de fout heeft begaan om homoseksualiteit te zien als gedrág, terwijl het een eigenschap, een zijns wijze is. Hij gaat hier m.i. wel te kort door de bocht: er zijn in deze discussie meer nuanceringen mogelijk (die zijn in een vraaggesprek natuurlijk wel moeilijker aan te geven dan in een weloverwogen artikel). Volgens De Knijff hebben, als gevolg van het maatschappelijke taboe op homoseksualiteit, homoseksuele mensen weinig kans gekregen om over de morele gevolgen van hun geaardheid na te denken: het mocht gewoon niet. Dit heeft weer gevolgen gehad voor hun positie in de samenleving: ze werden naar de rand van de maatschappij gedrukt, met alle excessen van dien. "Maar", poneert De Knijff ten aanzien van homoseksuele relaties, "ik moet nu toch met mijn kennis van de heteroseksuele geschiedenis willen inzien dat trouw aan elkaar en je inzetten voor iemand honderd keer beter is dan tot het Vondelpark veroordeeld zijn ..." De Knijff bepleit geen vrije moraal ('iets mag als je er zin in hebt'). Wel vindt hij dat er binnen de ethiek ruimte moet zijn voor uitzonderingen. In de ethiek gaat het er om dat we de ander goed doen. Hij meent, op grond van historisch onderzoek, dat een moraal die geen ruimte biedt voor uitzonderingen leidt tot excessen. Omdat een bepaald thema onbespreekbaar is, keert het zich in het tegendeel. Zo kunnen wisselende contacten 'normaal' worden als een vaste relatie niet wordt toegestaan. In de redenering die De Knijff hier volgt, herken ik veel van de oorzaak van eenzaamheid van homoseksuele mensen. Helaas doen veel kerkmensen op dit punt hun homoseksuele broeders en zusters soms ernstig tekort. Hun houding is er niet zelden de oorzaak van geweest dat ze de kerk de rug toe hebben gekeerd. Jammer vind ik het, dat aan het historischethische betoog van De Knijff de Bijbelse noties grotendeels ontbreken. Ik had (in het licht van de doelstelling van het ICS) meer aandacht voor deze invalshoek verwacht.

Een vraaggesprek
Over homoseksualiteit gaat ook het vraaggesprek met Gerard Kieviet en Wim van Houten. Gerard is afkomstig uit de Gereformeerde Gemeente, Wim groeide op in een niet-kerkelijk gezin.
Beiden merkten in de puberteit dat ze meer gericht waren op jongens dan op meisjes. Voor beiden was die interesse taboe, daarom probeerden ze relaties met meisjes aan te knopen. Uiteindelijk kwamen ze toch voor hun homoseksuele geaardheid uit. Opmerkelijk zijn de positieve herinneringen die Gerard bewaart aan de gesprekken met zijn predikant in de Gereformeerde Gemeente (al keurde deze de homoseksuele relatie als zodanig af). Inmiddels wonen Gerard en Wim 25 jaar samen. Bij Gerard komt in het vraaggesprek nog steeds de moeite (en de geremdheid) naar voren over zijn seksuele geaardheid. De vraag is .
echter wat de oorzaak is van de relatieproblemen. Wim is nog steeds nietkerkelijk, terwijl Gerard veel steun aan zijn geloof ontleent. Dat betekent ook dat ze (net als bij gemengde huwelijken) een deel van hun leven moeilijk met elkaar kunnen delen: het is 'niet af.'

Als het goed voelt ....
....dan mag het toch? Daarover schrijft Ger Reesink. Soms hebben normen te maken met fatsoen en fatsoen is een onderdeel van de cultuur. Die fatsoensnormen kun je dus wel eens· ter discussie stellen. Maar je bent onzindelijk bezig in de discussie als je opeens andere fatsoensregels tot norm verheft. Dat gebeurde bijvoorbeeld in een discussie over pedofilie: heel gewoon bij sommige Papoeastammen, Maar omdat dat daar kennelijk een gebruik is, daarom hoeven .
wij het nog niet normaal te vinden .... Reesink .stelt dan ook dat er wel degelijk algemene regels van goed fatsoen bestaan. Bepaalde reclames, sommige vormen van kunst, 06-lijnen, SM-contacten: het kán gewoon niet, bijvoorbeeld omdat het een uiting is van macht van de één over de ander. "Vanuit mijn verlangen dat niet alleen mijn lichaam gewaardeerd wordt, maar dat ik geliefd word, heb ik de opdracht de ander lief te hebben."
Alleen als we zo met elkaar omgaan, eren we de Schepper van ons leven, aldus Reesink.
Ook Prof.dr. C.J. Klop gaat in op dit thema. Het is 'in' om te denken dat de overheid geen morele rol heeft: dat is een privé-zaak. Deze opvatting wordt door Klop bestreden aan de hand van 2 casussen (de anti-AIDS-campagne en posters van naakte mensen in bushokjes). De angst van liberale zijde dat we, als de overheid zich met de posters in bushokjes gaat bemoeien, terug zijn in het beklemmende Victoriaanse tijdperk, is wat Klop betreft niet terecht. Wat de seksualiteit betreft stelt hij dat deze (moreel) 'niet los verkrijgbaar' is. "De overheid zou zich in haar juridisch en voorlichtend optreden moeten laten leiden door de christelijke norm van de liefde en de daarmee samenhangende norm van de gelijkwaardigheid."

Andere bijdragen
+ De auteur Alexander Zwagerman gaat o.a. in op een aantal reacties op zijn boek De Heilige Geest. Hij zegt dat de breuk met het evangelische geloof hem zwaar viel. De kunst ziet hij als een vrijplaats. De vraag is natuurlijk wel hoe vrij die plaats mag zijn ... Zijn bijdrage is, door het defensieve karakter ervan, niet al te sterk.
+ A. Pars schrijft over alleen-zijn en seksualiteit. Hoe ga je om met je ervaringen van het alleen-zijn? Seksualiteit hoort bij het mens-zijn. Daarin zit ook een pijnlijke tegenstrijdigheid: seksualiteit heeft met gerichtheid op de ander te maken, maar je bent alleen. Hoe ga je daarmee om?
+ Franken Nynke Dijkstra-Algra zijn niet alleen: ze zijn 20 jaar met elkaar getrouwd. In dit hoofdstuk beschrijven ze op een openhartige manier hun ervaringen. Nynke vindt dat de seksuele gemeenschap binnen het huwelijk hoort. Eerst moet je elkaar publiek trouw beloven en daarna ga je samen verder. Dat heeft haar ook de ruimte gegeven om respect voor haar als persoon te ervaren; "ik voelde mij op geen enkele manier genomen." In hun bijdrage worden openhartig allerlei persoonlijke vragen, spanningen, valkuilen en plezierige ervaringen benoemd; het leven in 20 jaar huwelijk blijkt een steeds weer aftasten te zijn van elkaars grenzen en verlangens. Maar juist dat respectvol met elkaar omgaan maakt het huwelijk ook zo boeiend.
+ Rufus van der Zwan gaat in op de uitkomsten van een recent onderzoek over jongeren en seks. De discussie over seksualiteit is versmald tot veilig vrijen en verder is alles OK Het gevaar is dat we uit reactie seksualiteit gaan veroordelen.
Hoe geef je als christen een positief voorbeeld?
+ Harris C. Brautigam schrijft dat in de Rooms-Katholieke kerk slechts twee scherven van de 10 geboden gevonden (lijken te) zijn: "Gij zult geen onkuisheid doen" en "Gij zult geen onkuisheid begeren". Omdat hij steeds meer onvrede kreeg met de kerkelijke leer op dit punt, heeft hij zich aan het celibaat onttrokken. Zijn bijdrage moet vanuit deze persoonlijke context gelezen worden.
+ Ds Dick van Keulen geeft in het slothoofdstuk van het Cahier een persoonlijk geloofsgetuigenis. Seksualiteit hoort bij het christelijk leven. Je kunt eindeloos proberen om je driften te beheersen, maar dat is het antwoord niet. Je kunt ook eindeloos je lusten bevredigen, maar dat helpt evenmin. Het antwoord op innerlijke leegte is niet steeds meer lichamelijke bevrediging zoeken en daardoor leeggezogen worden, maar het antwoord is: je geestelijke leegte aan Jezus aanbieden ter inwoning. Het is een waardig besluit van dit Cahier.

Tenslotte
Het plezierig uitgevoerde Cahier bevat een groot aantal bijdragen van heel verschillende auteurs, die vaak ook iets van hun persoonlijke levensgeschiedenis laten zien. Het boekje is bijzonder goed leesbaar, maar sommige auteurs blijven mijns inziens teveel aan de (horizontale en vrijblijvende) oppervlakte. Het Cahier kan gezien worden als een reactie op de negatieve visie op seksualiteit, die in christelijke kring nog altijd aanwezig is, en misschien zelfs ook weer versterkt wordt. Ook in een vorig Cahier (Macho, Manlief) kwam vooral deze negatieve kant naar voren (bijv. incest, pornografie). In dit nieuwe Cahier ligt het accent bij het positieve aspect van seksualiteit: seksualiteit als een gave van God.

Naar aanleiding van: Frank Dijkstra, Riet Pieters, Ger Reesink e.a.: Lieve Lust - over seksualiteit; Cahier 28.
Uitgave: Internationaal Christelijk Studiecentrum ICS, Nieuwe Zijds Voorburgwal 96-1, 1012 SG Amsterdam.
Te bestellen door f 15,- over te maken op postgiro 2247500 t.n. v. ICS Amsterdam o. v.v. Cahier 28.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief