Godsdienstig was het niet correct…

2010-03-19
  • Jaargang 54
  • nummer 6
Wij vieren vandaag het Heilig Avondmaal. Ik wek u op om aan het hoofd van de tafel niet de dominee maar de Here Jezus te zien zitten. Daarmee vraag ik niet teveel van uw voorstellingsvermogen want als het goed is hebt u het nooit anders gedaan. Het Avondmaal is de maaltijd des Heren en waar we straks aanzitten is de tafel des Heren. Onzichtbaar is Hij, de Here Jezus, onze gastheer. Hij is het die straks zegt: Komt nu want alle dingen zijn gereed.

Stel je nu eens voor dat er straks iemand in ons midden opstaat die zegt: Ik bid U, Heer, dat mijn twee kinderen mogen zitten, de een aan uw rechterzijde, de ander aan uw linkerzijde, daar aan tafel. Ik denk dat we daar toch wel even raar van zouden opkijken. Wat een verbeelding! Zo probeer ik even wat dichterbij te brengen waar onze tekst het over heeft. En ik heb er weinig fantasie voor nodig om u in verontwaardiging te horen losbranden, precies zoals ‘de tien die dit hoorden’ uit de tekst.

Dichtbij
Weet u wat ik bij dit verhaal zo wonderlijk vind? Dat bij de Here Jezus niets van die ergernis te merken is. Ik denk dat dit komt omdat Hij de liefde in de vraag van deze vrouw heeft opgemerkt. Inderdaad kunnen wij de Here zo lief hebben dat wij de godsdienstige correctheid uit het oog verliezen. Iemand liefhebben wil zeggen: zo dicht mogelijk in zijn nabijheid willen zijn. Geliefden ook, die willen bij elkaar zijn. Dat gunde deze vrouw haar kinderen. ‘Eens brachten de moeders hun kinderen tot Jezus’, zegt het kinderversje. En daarvan was deze moeder nooit los gekomen. Ze bracht haar volwassen zoons bij Jezus en wilde dat zij heel dicht bij Hem zouden zijn.

Kunnen jullie?
Dat heeft Jezus begrepen en alsof het de gewoonste vraag van de wereld was is Hij op het verlangen van de vrouw en haar zonen ingegaan. Laconiek is daarbij dat Hij zich rechtstreeks tot die twee mannen, Jakobus en Johannes, richt. Die hadden het hun moeder laten vragen, maar Jezus kijkt daar dwars doorheen: ‘Jullie weten niet wat jullie vragen’. Jullie!, hoort u dat? Jullie willen dicht bij Mij zijn en jullie hebben het over mijn koninkrijk, maar weten jullie dan niet dat Ik aan de vooravond van mijn lijden sta? Ik heb de drinkbeker van dat lijden al aan de lippen. ‘Kunnen jullie de beker drinken die Ik ga drinken?’

‘Ja, dat kunnen wij’, geven de twee terug. Gôh! Eerst al die onbescheidenheid van op de eerste plaatsen te willen zitten en daar komt nu nog de zelfoverschatting overheen. Maar ook daar valt Jezus niet over. Hij weet wel dat ook zelfoverschatting uit liefde kan ontstaan. Denk aan Petrus die zegt dat hij bereid is met Jezus te sterven. Dat was zelfoverschatting, uit liefde. Petrus was weg van de Heer en daarom zei hij dat. Zo ook deze twee. Moet er een beker van lijden gedronken worden om dicht bij Jezus te zijn? Ziende op Jezus zeggen ze: Wel, dan drinken we die toch?

Niet Ik
En weer gaat Jezus er zakelijk op in, zonder een spoor van verwijt. Ja, zegt Hij, terwijl Hij de vraag van het al of niet kunnen verder laat rusten, ‘ja, mijn beker zult ge wel drinken’. De Heiland heeft geweten dat juist deze twee de marteldood zouden sterven. Jakobus is door Herodes Agrippa met het zwaard gedood (vertelt Lucas in Handelingen 12:2) en Johannes hebben ze in Efeze in een vat met kokende olie gegooid (zegt de overlevering). Mijn beker zult gij drinken, jullie zullen deel krijgen aan mijn lijden, ‘maar het zitten aan mijn rechter- en linkerzijde staat niet aan Mij te geven, maar het is voor hen voor wie het bereid is door mijn Vader’. Merkt u wel hoe zakelijk en volstrekt serieus de Here op de vraag van zijn twee leerlingen ingaat? Zonder een zweem van irritatie? ‘Jongens, daar ga Ik niet over, dat is mijn pakkie-an niet. Daarvoor moet je bij mijn Vader zijn.’

Fatsoenlijk
Jezus heeft de liefde geproefd die achter de wens van deze moeder met haar twee zonen zat. En hun geloof. Dat ze, terwijl de wolken zich rondom Jezus samentrokken, toch bleven geloven dat Hij op weg was naar zijn koninkrijk. En dat ze er heel wat voor over hadden om dat van nabij mee te maken. Ja, maar, zegt u, de overige tien hadden toch zeker gelijk? Wat verbeeldden die twee zich wel! En die moeder van hen, die had toch ook beter moeten weten! Ze zullen wel gevonden hebben dat Jezus dat stel veel te zacht aanpakte en als Jezus is uitgesproken geven ze luid van hun misnoegen blijk. Stel je voor! Zoiets vraag je toch niet?

Ze waren correct, de tien. Godsdienstig correct. Zelf zouden zij zo’n vraag nooit stellen, o nee! Ze beten zich liever het puntje van hun tong. En ze waren fatsoenlijk-boos op de twee die dat wel gedaan hadden. Maar de Heiland ziet door die correctheid heen. Wat de twee hardop zeiden, wist Jezus, leefde bij de anderen precies zo. Wat je zegt ben je zelf, was daarop van toepassing. Gehuichelde verontwaardiging dus.

Alle twaalf
Hoe ik daarbij kom? Nu, we weten toch dat de discipelen, alle twaalf, er geen been in zagen om bij verschillende gelegenheden een robbertje te gaan vechten over de vraag wie toch wel de meeste was (Marcus 9:34; Lucas 22:24–27; Johannes 13:4–14)? Tot aan het laatste avondmaal toe? De een subtieler dan de ander, zeker; de een wist het beter te verbergen dan de ander, dat is waar. (Laat dat maar aan ons mensen over!) Maar toch – alle twaalf met hetzelfde sop overgoten.

Voor hen allemáál was de bescheidenheid een te grote opgave. En Jezus, dat wetende, roept de hele groep bij zich. En dit is dan voor Hém het moment om over die onbescheidenheid en dat gebrek aan nederigheid flink te gaan uitpakken. Denk erom, het héle twaalftal neemt Hij nu op de korrel, dus niet enkel die twee. De beide broers met hun moeder, Hij wilde ze niet apart kapittelen, - om zo met die tien wolven in het bos mee te huilen. Aan die goedkoopte doet Jezus niet mee. Hij zou er de anderen maar mee gestijfd hebben in hun correctheid, in hun fatsoensrakkerij. Nee, ‘en hen (alle) tot zich geroepen hebbende…’

Zijn wij in staat de liefde tot God en tot de Here Jezus bij de ander naast ons op te merken, ook als die ander in godsdienstige correctheid te kort schiet? Dat geve God!

Drs. Henk de Jong is emerituspredikant van de NGK Zeist.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief