Apeldoorn scheidt bestuur en pastoraat
2010-03-19
Jaap Berends hield zich in Apeldoorn diepgaand bezig met de organisatie van de gemeente. Hij vertelt 10 april op de Themadag over zijn ervaringen. ‘Uitleggen dat een bestuursouderling ook een herder was, bleek erg belangrijk.’ En: ‘Een huisbezoek is een geloofsgesprek, dus het gaat niet over de gordijnen in de kerk.’- Jaargang 54
- nummer 6
Apeldoorn telt circa 900 zielen en de organisatie was traditioneel: een kerkenraad met ongeveer 25 leden, commissies voor uitvoerend werk en gemeentekringen. In drie jaar veranderde dat in een structuur met pastorale ouderlingen, pastorale bezoekers en diakenen in wijken en ouderlingen met een bijzondere taak. De kerkenraad is nu een kwart kleiner en verschillende onderwerpen komen aan de orde in verschillende onderdelen van de kerkenraad. Dat zijn de diaconale en pastorale raad en het breed moderamen kerkenraad met daar de ‘bestuursouderlingen’ en de voorzitter van de diaconie. ‘Je moet niet met 25 man over een kritische brief willen praten.’
Ambt als last
Het was geen veranderen om te veranderen. ‘De vergaderdruk was erg hoog, soms wist je niet op welke agenda een onderwerp hoorde en dus ging alles naar de kerkenraad, die daardoor overbelast raakte met bestuurlijke, pastorale én diaconale zaken. Ambtsdragers ervoeren de combinatie van bezoekwerk en vergaderen als een last. Voelden zich voortdurend tekortschieten. Mensen met veeleisende banen en drukke gezinnen, die hun leven lang moeten leren en zelfs hun vrije tijd nog zinvol moeten besteden. En in dat spitsuur willen ze ook nog tijd uittrekken voor de kerk. Sommigen meden vergaderingen en kozen voor hun pastorale taak. Vandaar de keus voor heldere portefeuilles: kerkdiensten, jeugdwerk, missionaire zaken, gemeentewerk, diaconie, pastoraat en beheer. Met op elke portefeuille een bestuursouderling of diaken. Zo doe je recht aan de gaven van ieder en verdeel je het werk over meer schouders.’
De tweede verandering betrof het aanstellen van pastorale bezoekers, die de huisbezoeken in de gemeente doen. Daardoor wordt de pastorale zorg meer in de wijk gelegd en door veel meer broeders en zusters gedeeld.
Ruime aanloop
‘Dit model werd al op veel plekken toegepast. In het jaar van plannen maken hebben we drie gemeentevergaderingen gehad. Belangrijk discussiepunt daar was de scheiding tussen pastoraat en bestuur. Een vrees voor regenten in ivoren torens. Wij hebben veel tijd genomen om uit te leggen, dat ook bestuursouderlingen herders zijn over hun terrein en dat dat terrein volop in de gemeente ligt. Waarbij je moet borgen, dat pastorale ervaringen en opmerkingen met de bestuurders worden gedeeld.’
‘We hebben de kerkenraad voorgehouden niet te schrikken van weerstand, want dat hoort bij dit soort processen. En dat hebben we ook tegen de gemeente gezegd: emoties horen erbij, maar niet van de kook raken. En dat is ook maar heel beperkt gebeurd. Veranderingen veroorzaken golven en die moeten uitklotsen.’
Top drie
De werkvorm had daar ook mee te maken. ‘We hebben weinig “frontaal” vergaderd met een interruptiemicrofoon, maar veel meer gedaan met werksessies. In een soort carrousel langs onderwerpen lopen en dan op een sticker schrijven wat je belangrijk vindt. Daaruit kwam een top drie: aandacht voor mensen die verdrinken in de massa, betrek mensen erbij die aan de kant staan en meer naar buiten gericht zijn.’
Wijkteams
De gemeente heeft nu circa twintig pastorale bezoekers, die ieder minstens tien adressen hebben. Samen met ouderling en diaken vormen zij een team, dat de wijk op tal van manieren terzijde staat. Onder de portefeuille jeugdwerk hangen trouwens geen wijk-, maar leeftijdteams.’
De figuur van de pastorale bezoeker leidde tot vragen. Zoals: is het bezoek van zo iemand van een ander kaliber dan dat van een pastorale ouderling? ‘We zijn er heel duidelijk in; een pastoraal bezoekers is geen ambtsdrager, maar werkt onder verantwoording van de pastorale ouderling.’
De scheiding op kerkenraadsniveau loopt tot op ‘de werkvloer’ door. ‘Een huisbezoek is bedoeld voor een geloofsgesprek, waar beleidszaken in beginsel niet thuishoren. De pastorale bezoekers hoeven geen verantwoording af te leggen over het kerkenraadsbeleid. Wie vragen heeft over bijvoorbeeld geld of de liturgie, kan die stellen aan de bestuursouderling die die portefeuille beheert.’
Al snel geschikt
Berends vindt dit model al geschikt voor een gemeente met een paar honderd leden. ‘Anders ben je met z’n allen verantwoordelijk voor alles en kun je belangrijke terreinen niet voldoende aandacht geven. Mede daardoor kom je vaak moeilijk tot beleid. Impliciet stellen we onszelf wel doelen, maar veel blijft onuitgesproken en daardoor wordt de besluitvorming onhelder. De oude structuur heeft heel lang goed gewerkt, maar als kerk ondervind je ook invloed vanuit de maatschappij.’
Die managementmaatschappij met grote ROC’s, wooncorporaties en megabanken?
‘Het gaat om betrokkenheid. Vergelijk het met een gezin. Daar ben je als ouders geen managers, maar je maakt wel plannen. Dit is ook geen geloof in de maakbaarheid van een gemeente, maar eerder doelgerichtheid. Geen grand design, maar dichtbij huis, met kleine stapjes.’