Om de gemeenschap van het verbroken hart (1)

1997-12-12
  • Jaargang 41
  • nummer 25
In februari van dit jaar verscheen een brochure met een driedubbele titel op de voorkant. In drie afzonderlijke kaders stond daar te lezen: “Oproep tot gemeenschappelijk schuldbelijden. Wij hebben gezondigd! Nederland, kom tot inkeer!” Het is een uitgave van de ERO, wat staat voor Evangelisch Reformatorisch Ontwaken. In enkele artikelen wil ik iets zeggen over de geschiedenis van de totstandkoming van deze brochure, de inhoud ervan, de geest waaruit ze voortkomt en het doel wat ze beoogt.

Wat is en wat beoogt de ERO?
De ERO is in juli 1996 begonnen als een groep van broeders', die elkaar opzochten en met elkaar praatten en vooral ook intensief baden met het oog op de zorgwekkende situatie waarin de kerk en het volk van Nederland zich bevinden.
Daarbij ging het hen om de kerk in haar volle breedte. De zorg van deze broeders was en is de werkelijkheid van een levensklimaat, waarin de verloedering en de vervaging van normen en waarden nog maar steeds toeneemt.
Maar bovenal benauwde het hen dat de kerk van Christus, waarvan toch een heilzame invloed uit zou moeten gaan, zo hopeloos verdeeld en verzwakt is en zo weinig uitstraalt.
De boodschap van Gods Woord wordt ontkracht óf doordat er vrij eigenzinnig ontoelaatbaar van wordt afgedaan, óf doordat (vertegenwoordigers van) rechtzinnige kerken elkaar op scherpe wijze de les lezen over wat er bij de anderen allemaal wel niet zou kloppen. Maar links en rechts is men er veel te weinig van doordrongen, dat de levende omgang met God aan alle kanten is uitgehold en dat er een diepe kloof is ontstaan tussen de verkondiging van het evangelie en de alledaagse praktijk van het christelijke leven. In het hart van de genoemde broeders groeide al pratend en biddend meer en meer het verlangen naar een geestelijke opwekking in ons land onder christenen van welke kerkelijke denominatie ook.
Maar ook groeide het gevoelen dat zo'n opwekking nooit zal plaats vinden zonder oprechte verootmoediging tegenover God. Ze lieten zich hierbij leiden door de belofte van 2 Kronieken 7, 13v: "Wanneer Ik de hemel toesluit ... en mijn volk waarover mijn naam is uitgeroepen, verootmoedigt zich en zij bidden en zoeken mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen, en hun zonde vergeven en hun land herstellen."
En gaandeweg kwam men samen tot de overtuiging dat de christenen van Nederland zich persoonlijk en gezamenlijk klein zouden moeten maken voor Gods aangezicht.
Het zou moeten gaan om een verootmoediging vanwege de smaad die christenen in het heden en verleden in Nederland de Naam van Christus hebben aangedaan. En wel met name doordat zij, die zijn Naam willen dragen, onderling zo sterk verdeeld zijn. Met het oog daarop is toen de tekst geboren van een oproep daartoe, die op zo groot mogelijke schaal zou moeten worden verspreid. Deze tekst is eerst aan een groter aantal broeders, gekozen uit zoveel mogelijk verschillende kerkgemeenschappen, voorgelegd. En na diverse vergaderingen is eind vorig jaar de definitieve tekst van deze oproep vastgesteld.

De naam
Om zich naar buiten toe te manifesteren koos men voor de naam 'Evangelisch Reformatorisch Ontwaken'. Het woord 'evangelisch' heeft met name betrekking op het evangelie van vrijspraak door genade alleen. Hiermee wil men aangeven, dat een werkelijke verandering van binnenuit moet komen en dat de opwekking, waarnaar men verlangt en waarom men bidt, niet tot stand komt door eigen krachtsinspanning, maar alleen door de kracht die gelegen is in het evangelie.
Het woord 'reformatorisch' brengt tot uitdrukking dat wij altijd weer geneigd zijn af te dwalen van dat evangelie naar een hoogmoedig leven uit eigen gerechtigheid. Het evangelie roept ons dan ook voortdurend op tot reformatie, tot een omvorming naar de waarachtige liefde tot God en tot de medemens. De woorden 'evangelisch' en 'reformatorisch' zijn nadrukkelijk niet bedoeld als aanduiding van een bepaalde groep christenen, waarbij de ,tweeslag 'evangelisch-reformatorisch' een traitd'union zou zijn tussen en een lokkertje van christenen van verschillende kerkelijke kleur, die zich met deze namen tooien. Het is meer op te vatten als een appèl op wat wezenlijk is voor iedere gelovige van welke denominatie ook. En het zal duidelijk zijn dat het woord 'ontwaken' samenhangt met het verlangen naar een opwekking, dat de initiatiefnemers van deze beweging bezielde.

De oproep
De bedoelde oproep tot verootmoediging is uitgegeven in twee verschillende versies, een uitgebreide en een beknopte.
De uitgebreide versie is verspreid in een oplage van 2000, die inmiddels vrijwel geheel is uitgeput. Daarnaast is er in een veel grotere oplage (5000) een beknopte versie gemaakt. Deze is nog steeds te bestellen'. Inmiddels is er een nog kortere versie verschenen, ter grootte van slechts één A-viertje, die op hetzelfde adres te verkrijgen is.
De uitgebreide brochure begint met aan te geven wat de waarde en de betekenis van eerlijke verootmoediging is.
Uit de geschiedenis van opwekkingsbewegingen uit vroeger eeuwen, maar ook uit onze eigen tijd, valt te leren dat opwekking begint bij iedere gelovige zelf'. Gods vinger wijst in de eerste plaats naar mij persoonlijk. Waar ik mij zelf persoonlijk en concreet schuldig weet aan een verkeerde levenshouding, zal ik mijn neiging afleren met de beschuldigende vinger naar anderen te wijzen, hetzij enkelingen, hetzij groepen van medechristenen of volksgenoten. In de brochure worden schuldbelijdenissen uitgesproken tegenover dertien groepen van mensen (waarover straks meer). En daarbij gaat het om schuld aan zaken zowel uit het heden, als uit het verleden. Daarvan wordt gezegd: "Deze schuldbelijdenis is op geen enkele wijze bedoeld als een uitgebalanceerde weergave van de (kerk)geschiedenis van Nederland. (...) Wij willen evenmin narekenen wie de grootste en de meeste zonden heeft begaan in heden en verleden. (...) We willen ons er ... niet in verdiepen wie van ons de meeste schuld heeft aan de huidige krachteloosheid van de christenheid in ons land. We hebben genoeg aan onze eigen schuld."
Naast verootmoediging en belijdenis van schuld is er ook sprake van vertrouwen. "Ook nu de tijd zich heenspoedt naar het jaar 2000, mogen wij er zeker van zijn, dat de God van Abraham, Izak en Jakob nog altijd Dezelfde is en trouw blijft aan de beloften, die Hij gegeven heeft aan een ieder die met een ootmoedig hart zijn vertrouwen in Hem uitspreekt'."

De concrete schuldbelijdenis
Zoals gezegd wordt in de brochure van ERO tegenover dertien groepen schuld beleden. Te beginnen met Israël, tegenover wie door de christelijke kerk zo weinig zichtbaar is gemaakt, dat Jezus de Messias is. Er wordt uitgesproken dat we ons als christenen medeschuldig voelen aan al het lijden dat eeuwenlang in het 'christelijke' Europa de Joden is aangedaan.
Ook tegenover Ismaël wordt schuld beleden, en wel over het feit dat we als Nederlanders van duizenden moslims hebben geprofiteerd als goedkope arbeidskrachten, in ruil waarvoor wij hen hebben vergiftigd met een levenssfeer waarin brood, pornografie en spelen de belangrijkste waarden zijn.
Tegenover de volken wordt schuld beleden in gemeenschap met ons voorgeslacht. En dan gaat het er met name om, dat we als Nederlanders eeuwenlang onze koloniën hebben geknecht en behandeld als wingewesten met als belangrijkste doel om e zelf economisch beter van te worden. Hierbij wordt o.a. gedacht aan de slavenhandel waaraan onze landgenoten op grote schaal hebben meegedaan. En - om niet meer te noemen - er worden schuldbelijdenissen uitgesproken als christenen van de Reformatie tegenover onze rooms-katholieke landgenoten alsook als leden van verschillende protestantse kerkgemeenschappen tegenover elkaar. Uiteindelijk gaat de gemeenschappelijke schuldbelijdenis over in een persoonlijke zelfbeproeving. De lezer wordt opgeroepen zich af te vragen wie hij/zij in het licht van Gods Woord is, of hij/zij een vleselijk, egoïstisch mens of een geestelijk mens is. Want het is onmogelijk te komen tot een 'Wij hebben gezondigd' zonder de erkenning van het 'Ik heb gezondigd'. En tenslotte loopt de oproep uit op een schuldbelijdenis tegenover de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Hierin komt de verootmoediging tot haar hoogtepunt in de erkenning, dat we als christenen, als kerken en als volk het niet verdienen wanneer God met ons wil verder gaan en ons leven vernieuwt.
God wordt erkend in zijn rechtvaardigheid als Hij met ons af zou rekenen en zich van ons afkeert.

Verbroken hart
In deze belijdenis van schuld - persoonlijk, tegenover èn in gemeenschap met elkaar en met name tegenover God - wil ERO aansluiten bij de traditie van de opwekkingsbewegingen, zoals we die met name sinds het begin van de 18e eeuw kennen. Voor deze opwekkingsbewegingen is juist een diep zondebesef en een verlangen naar verootmoediging tegenover de heilige God heel kenmerkend geweest. Mensen gaan zich zelf in het licht van Gods heiligheid zien zoals ze werkelijk zijn. Zij gaan de werkelijkheid van Ps. 51 verstaan, waarin de dichter belijdt: "De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en een verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God" (vs. 18). En juist ook in deze psalm zien we dat allerpersoonlijkste besef van zonde en schuld gepaard gaan met de solidariteit met heel het volk van God. Want in het volgende vers bidt de dichter immers: "Doe wèl aan Sion naar uw welbehagen, bouw de muren van Jeruzalem". 'Wie met een verbroken hart naar zijn Verlosser Jezus Christus vlucht, weet zich daar verbonden met allen die het eveneens van Hem alleen verwachten. Vertegenwoordigers van ERO sluiten zich graag aan bij een uitdrukking die ds. A. V.d. Veer, de voorzitter van de E.O., graag bezigt door te spreken van de oecumene van het verbroken hart. Daar waar de Heilige Geest mensen tot werkelijke verbrokenheid heeft gebracht om hun eigen zonden, vindt men ongetwijfeld ook elkaar. Zij zullen graag contact zoeken met christenen, die het eveneens volledig van Christus verwachten. Daarom worden er door ERO ook landelijke bijeenkomsten georganiseerd, waarop christenen van allerlei komaf samen bidden en zich samen bezinnen op wat God in deze tijd en met het oog op de nood van kerk en volk van hen verwacht. Daarnaast probeert men te bevorderen, dat soortgelijke samenkomsten ook plaatselijk gehouden zullen worden.
Bovendien deed één van de leden van de stuurgroep van ERO de suggestie om eens per maand of per kwartaal op een vastgestelde datum te vasten en te bidden voor de gebedsonderwerpen, die door ERO worden aangedragen.
Besloten is om daarvoor elke eerste vrijdag van de derde maand aan te wijzen. Ook hierin sluit men zich aan bij een opwekkingstraditie, die al enkele eeuwen oud is. In de eerste helft van de 18e eeuw hadden b.V.
ettelijke predikanten uit Schotland en Engeland zich hiertoe samen verbonden.
Op initiatief van Jonathan Edwards, de man van de 'Great Awakening' in Noord-Amerika in de veertiger jaren van de 18e eeuw, is dat naderhand overgenomen door christenen in zijn omgeving. En men heeft dat toen jaren volgehouden.
In één van de nieuwsbrieven, die door ERO ook worden uitgegeven, wordt nadrukkelijk gesteld dat het vooropgezette doel van ERO niet is: het bevorderen of bewerkstelligen van meer kerkelijke eenheid. Daarmee is beslist niet gezegd, dat het verlangen naar een dergelijke eenheid ontbreekt. Integendeel! Eén van de groótste noden, die aanleiding vormde tot dit initiatief, is immers juist de kerkelijke verdeeldheid en versplintering. Alleen vindt men het niet op de weg van ERO liggen om concreet initiatieven te ontplooien om hieraan een eind te maken. Wel koestert men de hoop, dat hoe meer er juist ook in dezen het besef groeit van de eigen schuld aan deze verdeeldheid en men ophoudt met de vinger naar anderen te wijzen, er juist dan ook meer kerkelijke eenheid groeien zal. Wijst de praktijk van kerkelijke samensprekingen niet uit, dat het ons mogelijk meer gegéven moet worden, dan dat we haar met eigen krachten tot stand zullen brengen?

Ondertekening
De tekst van de brochure is ter ondertekening toegestuurd aan een grote groep van broeders uit diverse kerkgemeenschappen.
En velen hebben met hun handtekening hiermee ingestemd. De diversiteit van kerkgemeenschappen waaruit de ondertekenaars afkomstig zijn is opmerkelijk groot. Het meest opvallende is wel, dat er ook drie namen van Rooms-Katholieke broeders onder staan'. Vrijwel van meetaf aan is er voeling geweest met gelovigen uit deze kerkgemeenschap.
Er is zelfs overwogen een enkeling van hen in de stuurgroep van ERO op te nemen. En ook is de mogelijkheid geopperd om te kiezen voor de naam: Evangelisch Reformatorisch Katholiek Ontwaken (ERKO). Dit om te onderstrepen dat men op geen enkele wijze een sekte wil zijn, maar volledig wil staan in de katholiciteit van de Kerk der eeuwen. Maar uiteindelijk is hier toch van afgezien. Men was bezorgd, dat sommigen hieruit zouden afleiden dat er gestreefd werd naar een oecumene met de R.K.
Kerk als instituut. Dat zou enerzijds op bezwaren kunnen stuiten van de officiële leiding van de R.K. Kerk zelf, die van mening is dat eenheid niet moet worden gezocht met verdoezeling van wezenlijke leerverschillen.
En het zou anderzijds ook geen recht doen aan soortgelijke opvattingen bij nazaten van de Reformatie.
Toch is nadrukkelijk ook onder gelovigen van R.K. huize geworven voor handtekeningen onder de bewuste oproep tot schuldbelijdenis. En het is dan ook verblijdend te noemen, dat namen uit deze kring hier niet ontbreken.
Ook is van de hand van sommige R.K. christenen in de uitgebreide versie van de uitgegeven brochure een schuldbelijdenis opgenomen, die begint met de zin: "Wij, als christenen van de Rooms-Katholieke Kerk, betreuren het dat het concilie van Trente de vervloeking ('anathema sit') heeft uitgesproken over u, die de leer van de Reformatie belijd!'." En even verderop lezen we: "Ook wij zijn meer gaan benadrukken dat we alle heil allereerst van Christus moeten ontvangen en dat de kennis omtrent Gods wil en weg ons allereerst ten deel valt door een ootmoedig en gelovig luisteren naar het Woord Gods zoals dat in de Schrift is vastgelegd en ons in de gemeenschap van alle heiligen (Ef. 3:18), onder de beademing en de leiding van de Heilige Geest verklaard wordt", Inmiddels is er door officiële vertegenwoordigers van de R.K. Kerk ook positief op het verschijnen van de brochure en haar inhoud gereageerd. Kardinaal Simonis heeft per brief verklaard deze actie om te bekering te komen toe te juichen. En een soortgelijke welwillende reactie kwam eveneens van Mgr. dr. J. Punt, hulpbisschop en vicaris-generaal van het bisdom Haarlem. Het is gebleken dat er bij diverse christenen, aan wie de tekst van de brochure was toegestuurd met het verzoek die te ondertekenen, toch aarzelingen waren. Men had de gedachte dat men daarmee de complete tekst van de brochure voor zijn rekening zou moeten nemen. Dit is echter nooit de bedoeling geweest. Het gaat erom, dat men met zijn ondertekening de hoofdstrekking onderschrijft, nl. de oproep tot verootmoediging, bekering en gebed.
Dat is ook de reden geweest, waarom ik zelf mij van harte achter deze oproep heb geschaard.
In het volgende nummer hoop ik in te gaan op enkele bezwaren, die tegen dit initiatief geuit zijn.

Noten:


1 Het waren ds. J. den Admirant, ds. W.J. Bouw, ds. H.J. Hegger (later en nog steeds voorzitter van ERa), L.J. van Valen en T. van der Weijden (initiatiefnemer en secretaris van ERO).
2 Belangstellenden kunnen deze brochure aanvragen bij dhr. T. V.d. Weijden, Noordendijk 707, 3319 GK. Dordrecht, tel. 0786163351.
3 Oproep tot gemeenschappelijk schuldbelijden (uitgebreide versie), blz. 7.
4 a.w., blz. 7.
5 a.w., blz. 8.
6 Eén van hen is de bekende publicist Henry Nouwen, die inmiddels is overleden.
7 a.w., blz. 24.
8 a.w., blz. 25

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief