Gemeenschap als leefmodel

1997-12-12
  • Jaargang 41
  • nummer 25
Het is verschillende malen gebeurd. Er is een studentevangelist van wie je het gevoel hebt dat hij het niet meer naar zijn zin heeft. Maar wil je het eens uitpraten, dan komt er niets uit. Totdat je op een minder goede dag ontdekt dat hij verdwenen is, of in het beste geval hij je komt vertellen dat hij nu, stante pede, vertrekt. Of, iets dergelijks, grootvader vraagt aan zijn zoon die een autobezitter is, of hij grootmoeder die nauwelijks meer lopen kan, toch wel eens wil meenemen naar het naaste dorp. Zoonlief zegt: ja vader, maar elke keer komt hij met een uitvlucht te voorschijn. Het is duidelijk dat hij niet wil. Wij vinden dat stiekem en onoprecht. Maar wie in een andere cultuurkring verkeert en er vele dingen 'gek' vindt, krijgt pas wat perspectief wanneer hij ontdekt dat die ander zijn eigen gedrag even 'gek' vindt. In gelijke situaties reageren we anders omdat we opgesloten zitten, elk in zijn eigen cultuurpatronen.

De gemeenschap is de bepalende factor in Afrika. Een mens is een mens door mensen, zo zeggen de Zoeloes.
Wij zeggen in het Westen: je moet me maar nemen zoals ik ben. In het Westen (elk is een biljartbal op zichzelf) besluit elk individu of hij in een gemeenschap wil treden of niet. Maar wanneer je pas iets bent door ande- .
ren, moet je voor alles de gemeenschap bewaren. Anders val je er buiten. En ben je niets. Ten koste van alles moet daarom de harmonie in de gemeenschap bewaard blijven met zijn evenwicht van krachten en hiërarchie van personen van grootvader tot kleinkind. Die eigenschappen staan het hoogst genoteerd die aan de gemeenschap dienstbaar zijn. Aanpasbaarheid, vriendelijkheid, geduld om niet meer te noemen. Had onze student gezegd: ik ga over drie maanden weg want ik voel me hier niet op mijn plaats, dan loopt hij de kans een gesprek te moeten voeren waarin onprettige dingen op tafel komen. Met alle risico's daarvan. Zegt de zoon van het andere voorbeeld: vader, ik vind het helemaal niet nodig dat moeder in mijn auto mee naar het dorp gaat, dan kunnen er zomaar harde woorden vallen. Het is beter met een smoesje stil te blijven dan met een pijnlijk besluit te voorschijn te komen. Dat zou de harmonie maar in gevaar brengen. Het is als in een spinnenweb: wie teveel zich roert, brengt schade aan.
Nu overal onder druk van het Westen, van arbeid, verstedelijkinç en democratie de gemeenschap afkalft, wordt die in een nieuwe vorm in de kerk gezocht. De zendeling die nog denken mocht dat de man en de vrouw van de Afrika-straat zich bij zijn kerk aansluit om de Gereformeerde leer, wordt vroeger of later met een dreun flink wakker geschud. Het is de beschutting van een gemeenschap die men zoekt waar je je plekje weer krijgt en naar je wordt omgekeken. En vaak wordt dan haast smekend gevraagd: wat is de wet van de kerk? Er zit de hunkering achter naar een nieuwe gemeenschap met zijn leefregels, een ander net nu het oude aan het scheuren is. Aandacht voor de zieke mens, medeleven met elkaar om samen overeind te blijven in het nieuwe Zuid-Afrika. De 'leer' van de kerk wordt dan - bijna zeg ik - op de koop toe genomen. Want ook in de nieuwe gemeenschap blijft Afrika zichzelf. De kerk als harmoniemodel waar je .voor alles goede verhoudinpen o moet bewaren, je plaatsje moet kennen.
Liever met wat wij een leugentje zouden noemen, de dominee tevreden stellen dan goede verhoudingen met de 'waarheid' verstoren.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief