Degeneratie
1997-12-12
Op 24 november j.l. precies 138 jaar na het verschijnen van Darwins ‘Origin of Species’, presenteerde Peter M. Scheele zijn ‘degeneratietheorie’ als alternatief voor de evolutietheorie. Inmiddels is in de kring van biologen en op een speciale website op internet een discussie gestart over de wetenschappelijke waarde van dit alternatief. Zonder die discussie naar Opbouw te willen verplaatsen, een kritische bespreking van het boek op hoofdlijnen.- Jaargang 41
- nummer 25
"Er is biologische verandering! Dat mag duidelijk zijn. Er zijn teckels en St. Bernhardts en die waren er eerst niet. Die zijn ontstaan. In de fossielen komen we dieren tegen die er nu niet meer zijn, en er zijn dieren die er nu zijn en die we niet in de fossielen tegen komen. Er is dus kennelijk biologische verandering en er ontstaat kennelijk nieuwe variatie."
Met deze zinnen begint Peter Scheele de inleiding van zijn populair wetenschappelijk boek tegen de evolutietheorie en presenteert hij een nieuwe theorie, de degeneratietheorie.
Zowel mijn professie, ik houd mij dagelijks bezig met onderzoek naar genen die betrokken zijn bij het ontstaan van tumoren, alsmede mijn geloofsovertuiging dat er een ordenend principe ten grondslag ligt aan de complexiteit van het leven stimuleerden mij dit boek voor u te bespreken. De eerste indruk van dit boek is dat het de complexe kennis over ons genetisch materiaal, het DNA, de erfelijkheid en alle veranderingen in het genetisch materiaal op een heldere wijze toegankelijk maakt voor een breder publiek. Begrippen als entropie, mutatie, recombinatie, gen-duplicatie en transpositie worden helder uitgelegd. In het eerste deel van het boek wordt de huidige kennis van ons genetisch materiaal beschreven inclusief de theorieën omtrent mutatie, gen vermenigvuldiging en natuurlijke selectie. Na de afwijzing van de evolutietheorie wordt in het tweede deel de degeneratietheorie beschreven.
Micro-evolutie
Terecht maakt Scheele onderscheid tussen micro-evolutie, d.w.z. aanpassing binnen de soort, en de sprong van soort naar soort, de macro-evolutie. Over het bestaan van micro-evolutie is een hoge mate van overeenstemming tussen wetenschappers, met inbegrip van creationisten. Het is duidelijk dat aanpassing van de soort aan z'n omgeving bestaat.
Naast 'natuurlijke selectie' bestaat er ook een selectie door menselijk ingrijpen. Zo wordt in de fokkerij van rundvee geselecteerd op productie kenmerken, en bijvoorbeeld in de hondenfokkerij geselecteerd op gewenste uiterlijke kenmerken. Het selecteren op uiterlijke kenmerken van dieren is op z'n minst al zo oud als de geschiedenis van Jakob bij Laban. Dus omgevingsfactoren, inclusief menselijk ingrijpen, stimuleren deze selectie. Bij de hond heeft dit bijvoorbeeld geleid tot een voorheen onbekende rijkdom aan rassen die onderling zeer verwant zijn. Echter met een variatie in lichaamsgewicht van een factor 100!
Macro-evolutie
Over de macro-evolutie, d.w.z. dat er uit een moedersoort nieuwe soorten ontstaan, is terecht een veel groter verschil van mening binnen de wetenschap. Eén van de struikelblokken is het niet vinden van overgangsvormen.
Ondanks alle bezwaren die tegen de evolutietheorie kunnen worden ingebracht is ze echter moeilijk 'falsificeerbaar'.
Scheele kan dat blijkbaar wel, want hij betrekt de stelling: "Macro-evolutie is een genetische onmogelijkheid en het alternatief, dat kan niet anders, is de degeneratie-theorie." Net zo min als ik de bewijsvoering pro evolutie sluitend vind, heb ik moeite met de omgekeerde bewijslast dat macro-evolutie een genetische onmogelijkheid zou zijn.
De argumentatie bijvoorbeeld dat essentiële genen niet zouden kunnen evolueren en/of dupliceren is op zijn minst discutabel.
De theorie van Scheele is ook helemaal geen alternatief voor de macroevolutie.
En terecht! Daarmee zou hij de scheppingsorde omkeren, en zouden alle diersoorten uit één hogere alles omvattende soort kunnen zijn ontstaan. Kan degeneratie van menselijke 'gehoor-genen' leiden tot het horen van veel meer frequenties? Hoe verklaar je het veel betere beeldvormende vermogen van sommige vogels of insecten via degeneratie? Om dit punt te ondervangen moeten er wel oersoorten worden geïntroduceerd die vervolgens wel kunnen degenereren binnen de soort.
De degeneratietheorie omzeilt dus de overstap van soort naar soort. Met de mens die degenereert naar aap zou je ook meer problemen creëren dan dat je oplost.
Degeneratie of evolutie, destructie of constructie?
Wanneer we ons uitgangspunt in de Bijbel zoeken, dan vinden we in het scheppingsverhaal terug dat de oermens Adam en oer-moeder Eva worden geschapen als kroon op de schepping, en niet als begin. Vervolgens is binnen de soort 'mens' de biologische diversiteit enorm toegenomen. Of Eva inderdaad zwart is geweest, zoals de 'Black-Eve' theorie ons heeft willen doen geloven, blijft een open vraag. Zijn nu alle rassen die vervolgens zijn ontstaan, van zwart, bruin en blank of van rood-huid tot geel werkelijk degeneraties van de mens, of micro-evolutie, dat wil zeggen aanpassing aan de omgeving zoals bijvoorbeeld de hoeveelheid expositie aan UV-straling? Bestaan er eigenlijk wel mutaties die een positief effect hebben? Het moge duidelijk zijn dat mutaties die tot een aanzienlijk verlies van functioneren leiden, veel sneller zichtbaar zijn dan neutrale of positieve mutaties. Daar komt bij dat ten aanzien van de mens de selectiedruk vrijwel afwezig is en de populatie zo groot is dat positieve mutaties spaarzaam doordringen. Toch zijn daar voorbeelden van te geven.
Door mutaties in antilichaam producerende cellen wordt ons potentieel aan weerstand tegen infecties vergroot.
Helaas kunnen virussen en bacteriën ook muteren en zo hun gevaar voor de gezondheid van mens en dier behouden (over micro-evolutie gesproken!). Ook in hersenweefsel is mutatie van een defect gen naar een werkzaam gen aangetoond. Degeneratie en evolutie moeten ook altijd worden bezien vanuit de context van het individu. Zo kan je verlies van een receptoreiwit degeneratie noemen, maar houd je dat ook vol als dat leidt tot resistentie tegen bijvoorbeeld een dodelijke virus infectie?
Tot slot
Vanuit Bijbels perspectief zou ik willen zeggen dat de mens (in geestelijk opzicht) wel is gevallen, maar niet is vervallen.
Naast genetische schade die ons veel leed veroorzaakt, zoals bijvoorbeeld erfelijke vormen van kanker, is er binnen de soort biologische variatie ontstaan die ik absoluut niet degeneratie zou willen noemen. Zo zijn degeneratie en micro-evolutie beide kenmerken van de dynamiek in het genetisch materiaal. Met de introductie van de degeneratietheorie wordt er een taalkundige nuancering aangebracht binnen de microevolutie waar verlies aan functie net zo goed voorkomt als diversificatie. De theorie vormt absoluut geen tegenhanger voor de macro-evolutie. Toch bewonder ik de moed, en soms de arrogantie, van Peter Schee Ie om dit boek te schrijven. Het boek schudt op z'n minst velen wakker die kritiekloos de macro-evolutie belijden.
Of we in de geschiedenis van de mensheid ooit de kracht achter het ordenend principe, waarvan ik belijd dat God dat is, kunnen bewijzen meen ik te moeten betwijfelen. Dat geheim is mogelijk door wetenschappers niet verklaarbaar.
N.a. v. Peter M. ScheeIe, DEGENERATIE, Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1997 239 bladzijden;
Website: http://peterinsite.nl/degeneratie