Vastgelopen

1997-12-27
  • Jaargang 41
  • nummer 26
Bart Westra was altijd actief geweest. Toen hij op de basisschool zat, deed hij aan voetballen, zwemmen en schaken. Op de middelbare school had hij veel vrienden. Hij was actief voor de leerlingenraad en de schoolkrant. In de kerk werd hij al snel voorzitter van de jeugdvereniging.

Toen hij 18 jaar was verhuisde hij naar een studentenstad. Zijn studie verliep voorspoedig, maar hij vond dat er meer was dan alleen de studie. Hij was lid van een christelijke studentenvereniging, zong in een koor, deed belijdenis in de kerk. Je kon Bart altijd overal voor vragen.

Een nieuw begin
Nog tijdens zijn studie kreeg Bart een betaalde baan als docent op een middelbare school aangeboden. Op dat moment was er een tekort aan docenten, dus hij hoefde zich geen zorgen te maken. Hij was inmiddels getrouwd en verhuisde met zijn vrouw naar een nieuwe woonplaats. Ook daar sloot hij zich weer aan bij een kerkelijke gemeente. AI snel was hij lid van de kerkenraad en leidde hij een jeugdclub. Er werden in Huize West ra drie kinderen geboren. Bart was trots op zijn kroost en trok er in zijn schaarse vrije tijd graag met ze op uit. Na een aantal jaren verhuisde familie Westra naar een nieuwe woonplaats. Een nieuwe en intensieve baan, die veel van hem vroeg. En opnieuw werd hij al snel in de kerkenraad gekozen.

Druk bestaan
De kinderen werden pubers. 's Avonds lag er altijd veel werk, maar de kinderen vroegen ook steeds later om aandacht.
Even rustig op de bank zitten was er niet meer bij. Maar Bart genoot nog steeds van 'zijn stel'. De dominee vertrok naar een andere gemeente en Bart werd voorzitter van de kerkenraad. Er waren spanningen op het werk als gevolg van een fusie: Bart werd gevraagd om een aantal plannen in beleid om te zetten. Daarnaast had hij veel contacten met leerlingen die in de problemen waren gekomen. Hij genoot in brede kring vertrouwen. Ondertussen pakte hij ook weer een nieuwe studie op, want, zo dacht hij: als je alleen maar geeft, raakt de accu op.

De ideale schoonzoon
Er staan nog wel eens artikelen in populaire tijdschriften over 'de ideale schoonzoon.' Bart was zo iemand. Hij had het erg druk, maar hij was ook attent, zowel voor zijn vrouw als voor zijn familie. Ook zijn ouders hadden veel waardering voor hem, al zouden ze dat niet direct zo zeggen. Dat paste niet bij hun achtergrond. Iedereen leek tevreden met Bart; hij was een levende steen in de kerkelijke gemeente, een gewaardeerd lid van de samenleving en zijn gezin leefde in harmonie met elkaar. Je zou bijna zeggen: dat dat in 1997 nog mogelijk is ....

Moe
Het afgelopen seizoen voelde Bart zich moe. Hij kon minder van de kinderen hebben. Hij had steeds meer last van geluiden en kon zich moeilijk meer concentreren. Hij zag uit naar de vakantie, maar toen ze in hun vakantiehuisje zaten, had hij meer zin om weer naar huis te gaan. De anders zo actieve Bart zat het grootste deel van de vakantie in een tuinstoel bij het huisje. Ondertussen gingen zijn kinderen er iedere dag op uit. Thuisgekomen van de vakantie zag Bart erg tegen het nieuwe schooljaar op en tegen het nieuwe seizoen van de kerkenraad. Dat was een gevoel dat Bart eigenlijk niet kende.

Moeite met het ritme
De eerste schooldagen waren een ramp. Hij kon absoluut niet meer tegen de drukte van de leerlingen. Hij had geen zin om les te geven; steeds maar weer dezelfde stof behandelen. Toen er een leerling met een probleem naar hem toe kwam, voelde hij zich na het gesprek helemaal uitgeput alsof ze hij helemaal leeggezogen was. Na een week waren de ergste problemen over. Kennelijk moeite om in mijn ritme te komen, zo hield Bart zichzelf voor. Alleen snapte hij niet precies waarom dat nu opeens zo was en in voorgaande jaren niet.

Niet meer op bezoek
De herfstvakantie. Een paar dagen rust. Daar had hij toch wel naar uitgezien.
Maar het lukte hem niet om in .die paar dagen echt tot rust te komen. Als hij in de woonkamer zat, was het hem daar te druk. Dan ging hij maar weer naar zijn studeerkamer, maar daar kon hij zich niet concentreren. Zijn oude hobby: foto's afdrukken ... Dan moest hij weer van alles klaar zetten. Dan maar een boswandeling maken? Nee, daar had hij eigenlijk toch geen zin in. Wat viel er nu te wandelen: het bos was toch altijd het--
zelfde. Bovendien kwam hij dan weer allerlei kennissen tegen en daar had hij nou net geen zin in. Aan het eind van de week was een goede vriend jarig. Bart ging altijd naar zijn verjaardag, maar nu zag hij er als een berg tegenop. Het zweet brak hem uit bij het idee .....

Uitstel
Een ouderling gaat ook op huisbezoek. Bart liep altijd 'keurig op schema'. Dit jaar had hij in de eerste maanden nog maar twee bezoeken afgelegd. Er lag ook iemand uit de gemeente in het ziekenhuis. Hij was van plan om op maandag bij haar op bezoek te gaan. Nee, toch maar niet, dinsdag kwam beter uit. Op dinsdag stelde hij het bezoek uit tot woensdag.
Uiteindelijk werd het vrijdag, maar op vrijdag was zijn vriend jarig. Aan het eind van de avond was hij én niet op ziekenbezoek geweest én niet op verjaarsvisite. Zijn vrouw was daarom maar alleen gegaan. Toen ze thuis kwam, zat Bart lusteloos op de bank. De kinderen zaten boven, want aan Pa was deze avond geen plezier te beleven ....

Weer naar school
Een week later weer naar school. Bart zag er als een berg tegenop. Hij hoopte maar dat het na een paar dagen weer beter zou gaan. De eerste uren gingen redelijk. Het viel hem alles mee. Maar 's middags viel hij onverwachts uit naar een leerling. Daarop kwam de terugslag. Doodmoe fietste hij naar huis. 's Avonds moest hij repetities nakijken. En hij moest nog een bezoekje voor de kerk afleggen. Aan het begin van de avond belde een kennis op. Of Bart met zijn dochter kon praten; het ging niet goed met haar. Van dat ene telefoontje was Bart helemaal van slag. Het nakijken van de repetities lukte niet meer, dat moest dan morgenochtend maar. Het bezoekje voor de kerk stelde hij uit, al zat hem dat ook niet lekker. ...

Geen energie
De hele week bleef Bart zich moe voelen. Hij stelde van alles uit. Nergens ging hij meer op bezoek. Hij had last van de gesprekken van de kinderen, van de muziek van de buren, van het verkeer op straat. Hij verlangde terug naar de tijd dat het leven overzichtelijk was. Hij keek vooruit naar de kerstvakantie: even weer een aantal dagen 'niets doen'. Hoewel: dat niets doen was niets voor hem. Aan het hier en nu dacht hij maar liever niet. Op bezoek voor de kerk: de drempel leek almaar hoger te worden. Even fietsen? Zelfs tegen het aantrekken van zijn jas en het naar de schuur lopen zag hij al op. Iedere verandering kostte hem energie. Maar als hij op de bank bleef zitten knapte hij ook niet op. Voor mensen die op bezoek kwamen en hun verhaal aan Bart kwijt wilden had hij absoluut geen energie meer. Het interesseerde hem niet meer. Sommigen putten hem uit; hij voelde zich al moe als ze binnen kwamen. Zijn wereld werd almaar kleiner, zijn tempo steeds lager. Hij had geen energie meer over om af en toe het huiswerk van zijn kinderen te bekijken of om hen te vragen hoe het op school ging.
Op zondag ging hij trouw naar de kerk, maar ook dan kwam hij weer uitgeput thuis. De vergadering van de kerkenraad zei hij af, omdat hij zich niet fit voelde. Zijn vrouw ging 's avonds alleen op bezoek, ze kreeg Bart niet meer mee. Hij voelde zich daar schuldig over, maar het ging gewoon niet meer.

Naar de dokter
Zijn vrouw had er al weken op aangedrongen: ga eens naar de dokter. Dat klopt zo toch niet? Zo had ze haar man nooit gekend. Ze had er moeite mee dat hij zo passief was. Uiteindelijk kwam hij bij de huisarts terecht. Hij deed een aantal onderzoeken, het bloed werd opgestuurd. Alle waarden waren in orde; lichamelijk was Bart kerngezond. Alleen: die vermoeidheid: waar kwam die vandaan? De dokter vroeg of er sprake was van veel spanningen.
Bart vond van niet, in ieder geval niet meer dan anders. De fusie van de school was achter de rug, in de kerk ging het goed, over zijn kinderen hoefde hij zich geen zorgen te maken, zijn ouders waren nog gezond en de hypotheek was grotendeels afbetaald. Alleen: waar kwam die vermoeidheid vandaan?

Mid-life?
Wat is er met Bart aan de hand? Sommige mensen zullen hem depressief noemen. Anderen hebben het over een mid-life crisis. Zo'n modeterm: Bart had er wel eens over gelezen. Hij vond dat de kenmerken niet op hem van toepassing waren. Altijd had hij genoeg realistische plannen gehad. Hij hoefde niet zo nodig carrière te maken. En dat hij wat trager, kaler en grijzer werd, och, hij was ook niet zo jong meer. Weer anderen zullen de diagnoseburn out hebben gesteld. De accu raakte leeg: Bart had altijd veel gegeven. Veel mensen in de gezondheidszorg, in het onderwijs en in de kerkelijke gemeente lopen tegen hun grenzen aan. Bart had zo al heel wat collega's gedurende langere of kortere tijd in de ziektewet zien verdwijnen. Of is Bart 'gewoon' overspannen? Laten we maar kiezen voor een 'neutrale' diagnose: Bart is vastgelopen.

Vastgelopen
Jacques Heijkoop noemt in zijn boek 'Vastgelopen' (Nelissen, Baarn, 2e druk, 1996) een groot aantal kenmerken van vastgelopen mensen en situaties. Het boek gaat over de zorg voor verstandelijk gehandicapten, maar de verschijnselen zijn ook breder toepasbaar. Een aantal van die kenmerken bij Bart op een rijtje: - zijn wereld wordt kleiner, hij trekt zich terug - het kost steeds meer moeite om op gang te komen: de drempels worden hoger - ook plezierige ervaringen worden niet meer als plezierig ervaren; hobby's worden verwaarloosd - veranderingen en overgangen kosten steeds meer energie, waardoor er weinig energie meer overblijft voor activiteiten - de communicatie wordt vlakker en minder open - soms ook (al zien we dat niet zo bij Bart): eenzijdige communicatie over een beperkt aantal onderwerpen, zonder te checken of de ander daarin geïnteresseerd is; zoals over kerkelijke problemen, computers, motorfietsen - de gevoeligheid voor sfeer en stemmingen wordt groter, Bart is niet weerbaar meer tegen mensen die niet lekker in hun vel zitten - de gevoeligheid van de zintuigen wordt sterker; licht en geluid worden slecht verdragen - drukte, veel mensen bij elkaar, is al gauw teveel - het verleden wordt geïdealiseerd; zaken uit het hier-en-nu worden uitgesteld - het hele systeem (hier: gezin, werk en kerk) wordt beïnvloed door de veranderingen bij Bart; ook de omgeving heeft de neiging communicatie te gaan vermijden.

Hoe nu verder?
Een schrale troost: Bart is niet de enige. Vastlopen kan iedereen overkomen: niet alleen kwetsbare mensen, maar ook mensen die alles lijken aan te kunnen. Er wordt steeds meer en vaker een beroep op hen gedaan, totdat het teveel wordt. Maar: hoe moet het nu verder met Bart? Via de ziektewet in de WAO?
Alle kerkelijke activiteiten afzeggen? Het kleiner maken van de wereld is een tijdelijke, maar geen permanente oplossing. De kans is zelfs aanwezig dat Bart daar juist nog somberder door wordt. In bed blijven liggen omdat je nergens zin in hebt bevordert de genezing niet. Het klinkt vreemd, maar Bart heeft (toch) variatie in zijn bestaan nodig. Alleen zal die variatie gedoseerd moeten worden aangebracht: met kleine stappen en weloverwogen. Een stap teveel betekent dat hij de volgende dag weer moe zal zijn. Moet Bart bedanken voor de kerkenraad? Dat hangt er vanaf. Soms kan zo'n time-out verstandig zijn. Aan de andere kant zal hij dan jarenlang het gevoel hebben dat hij zijn werk niet heeft afgemaakt. Bovendien krijgen ambtsdragers in onze kerkelijke gemeenten doorgaans na 3 of 4 jaar een rustperiode. Een gemeente die zuinig is op zijn ambtsdragers gunt hen ook zo'n periode. Misschien kan Bart dus tijdelijk duidelijk afgebakende taken krijgen, maar toch mee blijven doen. Het helpt al als de afspraken daarover duidelijk zijn: zoveel doe ik, meer kan ik niet aan. Veel en lang op bezoek: dat kan nu niet. Af en toe bij iemand op bezoek, maar dan ook kort. Sociale verplichtingen zoals verjaardagen: als dat teveel energie kost: niet doen, of weer: heel kort. Het werk kost veel energie en vraagt hersteltijd. Het werk? Ook daar is duidelijkheid gewenst: dit kan wel en dat kan niet.

Fouten zijn leermomenten
Het heeft weinig zin om bij de pakken neer te gaan zitten. Veel belangrijker is de vraag: hoe leert Bart zijn energie beter te verdelen? Hij is tegen zijn grenzen aangelopen: de accu is leeg. De levensstijl die hij tot nu toe hanteerde blijkt op den duur teveel gevraagd. Fouten zijn in het leven meestal niet zo erg, als je er maar lering uit trekt. Wat heeft hij nu geleerd? We hebben soms de neiging om iemand die vastgelopen is geweest voortaan als kasplantje te benaderen. Dat is niet nodig. Anderen denken dat ze voortaan weer op de oude voet verder kunnen. Dat is ook een misverstand. Wat Bart heeft geleerd is dat hij zijn energie beter moet verdelen omdat anders de accu leeg raakt. Hij is de jongste niet meer, de grenzen worden eerder bereikt. Hij zal ook duidelijk aan anderen moeten aangeven waar zijn grenzen liggen.
Daarnaast moet hij goed op de signalen van zijn eigen lichaam en geest letten. "Hoe kan ik bij mijzelf aan zien komen dat het fout dreigt te gaan? En wat heb ik op zo'n moment nodig?" Daarnaast heeft hij geleerd dat hij niet alles alleen op moet proberen te lossen. Tot nu toe ging hem dat goed af, hij was in het leven 'goed geslaagd'.
Toch heeft ook Bart anderen nodig. Misschien is dat iemand die professioneel met hem de dingen op een rijtje zet. Of een ander die met hem 'spiegelt': waar zijn we nou helemaal mee bezig? Het is immers niet goed als de mens alleen is en alles alleen op lost. Dan raakt de accu te snel leeg. We moeten zuinig zijn op elkaar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief