Heeft God ons gezoend?
1996-07-12
Het is merkwaardig dat de maaltijd van brood en vis aan de oever van het meer verlopen is in volstrekt stilzwijgen. Het was stilte onder de spanning van een vraag die geen van de discipelen over de lippen krijgen kon, want ieder wist dat het (onzijdig!) de Heer was. Wat steekt er achter hun schroom?- Jaargang 40
- nummer 14
Wie bent U?
Prof. B. Holwerda heeft erop gewezen dat Thomas de eerste was, die zich scherp realiseerde dat Jezus - als Hij was opgestaan uit de doden - Zelf waarachtig God was. Dydimus was niet de 'ongelovige Thomas' die wij van hem maken. Hij was de eerste die kwam tot de gigantische belijdenis: Mijn Heer en mijn God. Die ontdekking werd in Galilea realiteit voor allen. Ze hadden in één ogenblik wonderbaarlijk veel vis gevangen op aanwijzen van de Heer. Hun net was heel gebleven en dat kon helemaal niet! Toen ze aan land kwamen lag er een vuur en brood erbij en plenty vis. Waar kwam dat brood vandaan? En die vis? Had de Heer vuile handen gemaakt? Of stonden ze daar plotseling weer voor de Almacht die brood schept uit stenen en vis erbij? Was hun Heer ineens uit de wonderbaarlijke werelden van de Almachtige tot hen gekomen? Kwam Hij van de overkant van de dood?
De discipelen duizelen. Ze kennen Hem zo intiem van zijn driejarige omgang met Hem. Nu deinzen ze terug. Wie is Hij die zij, zoals oosterse mannen dat bij hun begroeting plegen te doen, omhelsd en gekust hebben, wiens adem ze geroken hebben en wiens harte klop ze tegen hun zwetende lijven hebben gevoeld? Paulus zegt in Romeinen 1,4 dat Jezus door Zijn opstanding uit de doden, verklaard is Gods Zoon te zijn in kracht. Die overtuiging dringt zich nu in alle geweldigheid aan hen op (Thomas is er weer bij!). Daarom zijn ze ademloos en groeit de afstand in de intimiteit. Hebben zij bij hun omhelzingen God Zelf gezoend? Heeft God hen gezoend en omhelsd? Was het God Zelf die hun onhebbelijkheden drie jaar verdragen heeft? Die kwam onder hun vloek en hun dood?
Hetgeen was van den beginne
Het is zo opvallend dat Johannes in de eerste woorden van zijn eerste brief, waarin hij als getuige verklaart dat hij met zijn vrienden de Heer gezien heeft met eigen ogen, en getast heeft met eigen handen, Hem vijfmaal aanduidt in het onzijdig: Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben, hetgeen wij aanschouwd hebben hetgeen wij gezien hebben ... dat verkondigen wij U. Hij zegt niet: Hij die wij getast hebben, maar Hetgeen wij getast hebben. Het begrijpen is blijkbaar te wonderlijk. De apostel kan er niet bij. Wie was het die ze hadden getast? Wiens naakte lijf ze hadden gewikkeld in doeken? In wiens zijde ze hun hand gestoken hadden na zijn opstanding?
De zoen van Golgotha
Uit onze vaderlandse geschiedenis kennen we de 'zoen van Delft': Jacoba van Beieren verzoende zich met Philips de Goede in 1428. Het werkwoord zoenen duidt niet alleen op het overbrengen van een liefdesemotie. Oorspronkelijk betekent het 't tot elkaar brengen van twee partijen door betaling van een zoengeld. Op Golgotha heeft God ons gezoend (gesühnt) in Jezus Christus. Het affectieve in het forensische. De verzoening was daad van hoogste liefde. Die zoening wordt tastbaar in brood, wijn, vis. De oor- en ooggetuigen staan erbij te hijgen: denk erom, we vertellen geen fabeltjes. God heeft ons gezoend.
Als ik dit wonder vatten wil,
dan wordt mijn geest van eerbied stil,
aanbidt het, maar doorgrondt het niet,
dat zo de liefde Gods geschiedt
(Gez. 146).