Iets over K. Schilder (1)

1996-07-12
  • Jaargang 40
  • nummer 14
Op verzoek van de commissie voor het toerustingswerk van de Gereformeerde Kerk en de Nederlands Hervormde Kerk hier in Baarn, hebben de predikanten van die kerken en ik als ‘toegevoegde waarde’ een verhaal gehouden over een theoloog die inspireert of boeit. Mijn keus viel op K. Schilder.

Gebed
In Schilders blad 'De Reformatie' vinden we in het tweede nummer dat tijdens de Duitse bezetting verscheen dit in een uitgeschreven gebed: "De zonen van een Rijk, dat in laatste jaren soms een leer begunstigd heeft, die tegen Uw Woord ingaat, loopen ons huis voorbij. Ze kunnen ook verlangen er in te komen. Ook onder die zonen zijn er, die Uw Naam belijden: laat ónze eeden evenmin als de hunne in ons samenkomen U in het aangezicht weerspreken. Doe ons recht,O God, doe ons recht. En in alle geval: verheerlijk Uw Naam, want hiertoe zijn wij in deze ure gekomen, Vader. En laat ons het goede zoeken ook voor Duitschland, het eenig goede, dat is de trouwe belijdenis van Uw Naam, en van Jezus Christus, Onzen Oppersten Leidsman en Archeeg, onzen Leider, onzen Koning. En laat ons het goede zoeken voor ons eigen geslagen volk, opdat het niet door ons stilzwijgen nóg meer uiteengeslagen worde. Bewaar ons, Vader, voor verraad, tegenover U gepleegd. Bewaar, die over onze grenzen kwamen; Gij weet, voor hoelang; bewaar ze voor hetgeen onze gebeden zou verhinderen, en onze door Christus vrijgemaakte consciëntie zou willen onderwerpen aan een dienstbaarheid, die niet van Jezus Christus is, noch zich met Hem verdraagt.
Bescherm onze kinderen, opdat de gesneuvelden onder hen niet zouden moeten worden benijd, als die weggenomen zouden zijn vóór den dag des kwaads. Heere, laat ons léven, léven. Leven met een vrije consciëntie. En neem onze zonden weg, want die zijn groot. Onze zonden van spreken, en niet minder die van zwijgen. En zegen onze Souvereine, onze Koningin Wilhelmina, en haar Huis, en geef ons vrede over Europa; en doe ons vast geloven, dat die vrede er is, dien Gij hebt uitgeroepen in de velden van Bethlehem Efrata. En bind ons aan Uw Woord. Amen"
Hier leren we Schilder kennen zoals hij is. Hij acht zich volledig gebonden aan Gods Woord, wil absoluut niet weten van afwijking daarvan en vanuit die gebondenheid is dit gebed ontstaan. Waar de pers, en zeker ook de christelijke pers, massaal zweeg en zich al dan niet stilzwijgend onderwierp aan de regels door de bezetter opgelegd, meende Schilder niet te mogen zwijgen. Direkt een week later al verscheen een artikel met de veelzeggende titel: 'Den schuilkelder uit; de uniform aan'. En ook in de weken daarna ging hij onvermoeibaar door met van alles en nog wat aan te wijzen waarin de bezetter het oorlogsreglement overtrad en vooral waarin heel wat kranten zich onthielden van protest. Wat misschien uit deze tijd wel het meest bekend van Schilders schrijfwerk is, is dit: "God weet, of zij de 'macht' hier zullen krijgen, met haar middelen. Wij weten, dat wij de 'bevoegdheid' zullen houden. Macht en bevoegdheid blijven gelukkig twee. Tenslotte zal de antichrist géne, den de Kerk déze behouden. En daarna komt de dag van den grooten oogst. Kom, Heere Oogster, ja, kom haastelijk, kom over het Kanaal en over den Brennerpas, kom via Malta en Japan, ja, kom van de einden der aarde, en breng Uw snoeimes mee, en wees genadig aan Uw volk; het is wel bevoegd, maar slechts door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen."
En dat was het einde van De Reformatie in de oorlog. Het blad werd door de Duitsers verboden en professor Schilder werd gevangen gezet. Toen hij vier maanden later vrij kwam, kreeg hij een publikatieverbod. Hij heeft zich daaraan gehouden. Niet, zoals wel gesuggereerd is, omdat hij de duitse macht meende te moeten gehoorzamen, maar omdat hij niet het risiko wilde lopen zijn ambt als hoogleraar niet te kunnen uitoefenen wegens nieuwe gevangenschap. In de brochure over het kringwerk heb ik over Schilder laten zeggen: een radikaal in alles! Bekend om zijn konsekwente houding en zijn verzet tegen het nationaal socialisme. En bekend als voortrekker van de vrijmaking. Dat lijken twee heel verschillende zaken te zijn, maar voor Schilder kwamen deze beide zaken uit dezelfde bron voort. Iemand heeft hem dan ook eens getypeerd als: 'een gereformeerde antifaseist'.

Levensloop
Misschien is het goed om nu kort iets te zeggen over zijn levensloop. Eind 1890 werd Klaas Schilder geboren in Kampen. Zijn vader was sigarenmaker en overleed de dag voordat Schilder zes jaar werd. Zijn moeder zorgde toen voor inkomsten door was uit een wasinrichting te verstellen en te strijken. Na zijn lagere school ging Schilder werken in een stoffenwinkel en later op een notariskantoor. Maar het hoofd van zijn lagere school en iemand van het schoolbestuur, die tevens leraar was aan het Geref. Gymnasium en lektor aan de Theol. Hogeschool, meenden dat Schilder zoveel in zich had om verder te leren, dat zij ervoor zorgden dat dat mogelijk werd. En zo kwam hij aan genoemd gymnasium terecht en daarna aan de Theol. Hogeschool. In 1914 wordt hij predikant. En in 1934 komt de benoeming tot hoogleraar dogmatiek. Hij heeft 6 gemeentes gediend in deze 20 jaar. En in zijn laatste gemeente mag je daarvan ook nog eens ruim 2 jaar aftrekken wegens studieverlof om te kunnen promoveren. Ergens geeft dit voor mij, zeg ik maar eerlijk, iets heel onrustigs aan. Zonder dit hard te kunnen maken, denk ik wel eens, dat Schilder was zoals hij was, schreef zoals hij schreef, optrad zoals hij is opgetreden, uit vaste overtuiging, dat zeker ook en vooral. Maar zou er ergens ook niet een zekere onrust meespelen? Want zo vaak van gemeente veranderen in zo’n relatief korte tijd, het getuigt toch niet van rust. En daarbij komt nog iets. Schilder heeft heel wat literatuur en filosofie tot zich genomen. Hij is helemaal gegrepen geweest door Nietsche en Kierkegaard. Kort gezegd, te kort, is Kierkegaard de melancholische man, die zijn verloving met Regina Olsen verbrak uit angst dat een huwelijk met haar beneden het ideaal zou blijven. Hij heeft zich nogal verzet tegen het kerkelijke christendom. En een van zijn stellingen is: de subjektiviteit is de waarheid. Waar is wat op een ethische beslissing rust, wat de persoonlijkheid verinnerlijkt. Daarom zijn volgens hem waarheid en objektiviteit onoverbrugbare tegenstellingen. Nietzsche heeft een periode gehad waarin de kunst het hoogste is dat er is. In een volgende periode meent hij dat de wetenschap het hoogste is en in zijn laatste periode eindigt hij antichristelijk en keert hij zich tegen de christelijke moraal. Nu zegt hij dat de absolute tegensteliling van goed en kwaad onhoudbaar is en hij komt tot uitspraken als: "Er is maar één wereld, dat is de wereld die we zien, de andere is er bij gelogen." Ik zei dat Schilder werkelijk gegrepen is geweest door Kierkegaard en Nietzsche.
Het idealisme is hem niet vreemd geweest. Wat heeft hij zich verzet tegen bepaalde kerkelijke vormen van het christendom. Subjektiviteit en waarheid, voor Kierkegaard helemaal bij elkaar horend, Schilder heeft ermee geworsteld en heeft zich er radikaal van afgekeerd. Met Nietzsche, wellicht dankzij hem, deelde hij z'n belangstelling voor kunst, literatuur in het bijzonder. Maar waar Nietzsche de tegenstelling tussen goed en kwaad onhoudbaar vond, lijkt het wel alsof Schilder leefde bij tegenstellingen.
Ik denk wel eens, maar nogmaals, hard maken kan ik het niet, dat de ontiegelijke felheid en radikaliteit op heel wat punten, dat die voortkomt uit een diep geraakt zijn, door intense herkenning. Hij moest als het ware wel fel zijn, anders zou hij menselijk gesproken zijn afgevallen in en zijn heil hebben gezocht bij de ideeën van bijvoorbeeld Kierkegaard en Nietzsche. Het verbaasde me dan ook niet, toen ik in een onlangs verschenen dissertatie over Schilder deze vraag tegenkwam: "In hoeverre voelde Schilder zich innerlijk, existentiëel betrokken door de zuigkracht van het denken dat hij bestreed?"

Beoordeling
Enerzijds ben ik geboeid door Schilder en anderzijds beluister ik hem met verbazing. Hoe is het in de wereld mogelijk, dat iemand zo absoluut kan spreken over tal van zaken? Het woord 'afkeer' zou ik niet gebruiken, maar ik herken me wel wat in wat Okke Jager eens heeft gezegd: "In onze dagen is de afkeer jegens Schilder niet meer die van de burger tegenover de dichter, maar die van de vragenderwijs gelovige tegenover de scholasticus. "
In onze tijd zijn we, generaliserend gesproken, nogal geneigd om jongeren, om mensen die twijfelen, proberen te behouden voor het christelijke geloof door wat ik maar noem een zekere mildheid, het afzwakken van allerlei scherpe kanten die aan het Evangelie zitten. Schilder houdt het ons voor, en het is zijn eigen geschiedenis, dat je alleen door geloof in Christus behouden wordt, wanneer je de hele Schrift serieus neemt en ook de konklusies die je uit de Schrift moet trekken. En ik moet zeggen dat ik daarmee moeite heb. Ik zal zo een enkel voorbeeld geven van hoe Schilder met de Schrift omgaat, zijn visie op de bijbel; en ook hoe hij konklusies trekt. Eerst dit nog. Puchinger heeft geschreven dat Schilders Stichwörter meer en meer werden: gehoorzaamheid, luisteren, polemiseren, argumenteren, concreet, normatief, en beginselen.
Dat is ook mijn ervaring de afgelopen maanden. Totdat ik gevraagd werd om hier een verhaal te houden, had ik wel het een en ander van Schilder gelezen, soms werd ik zeer getroffen, soms ging het mij boven de pet, en meer dan soms had ik nogal wat moeite met hem, maar het bleef tot in de zomer wat hap-snap-werk. Toen ik me echt, met name in de zomervakantie en daarna tussen alle bedrijven door, met Schilder ben gaan bezighouden en heel veel van en over hem ben gaan lezen, bleef de geboeidheid, en op sommige punten groeide die, maar ik ontdekte bij mijzelf dat ik hoe langer hoe meer afstand van hem neem, blijk te hebben genomen. Ik geloof dat dat met name door deze punten komt: het altijd de nadruk leggen op de gehoorzaamheid, op 6nze gehoorzaamheid. Het lijkt meer dan eens, alsof ons leven met God van ons en van ons alleen afhangt. En het tweede punt dat afstand schept is de enorme nadruk op het logisch redeneren en het zogenaamde 'objektieve'.
En tegelijk speelt dwars door dit alles heen datgene wat mij mateloos boeit: de intense religieuze ernst. Laat Schilder op een aantal punten wat extreem geweest zijn, integer was hij zeker. Zoals Joop den Uyl heeft gezegd dat bij hem het beeld is blijven hangen van een integere extremist. En laat ik ook nog mogen zeggen dat ik, die Schilder zelf niet heb meegemaakt - hij stierf in 1952 - en de tijd van toen eigenlijk niet echt ken, dat het voor mij moeilijk is om Schilder in zijn tijd te plaatsen. En dan vind ik het wel leuk om door te geven wat Kuitert lang geleden zei: "Schilder was in zijn jonge tijd een provo in de theologische gereformeerde wereld."

Omgang met de Schrift
Maar nu dan een enkel voorbeeld. Het zal u bekend zijn dat in 1926 ds. Geelkerken werd afgezet als predikant. Het ging over de vraag of wat Genesis 3 vertelt, de zogeheten 'zondeval', werkelijk z6 gebeurd is. Schilder heeft met veel hartstocht de beslissing van de synode verdedigd, die geen ruimte wilde voor een dergelijke vraag. Hij besefte dat er meer aan de hand was dan alleen de vraag of de slang gesproken heeft of niet. Het hele gedoe in die tijd leidde ertoe dat Schilder zich zeer nadrukkelijk bezig hield met de stelling dat de Bijbel ons historie voorhoudt, er is een historisch paradijs geweest en een historische zondeval. De openbaring is historisch van karakter, dat is een centrale gedachte in de theologie van Schilder. Het ging Schilder erom dat de Schrift gezag heeft en betrouwbaar is. Schilder stimuleert me om na te denken hierover, over het Schriftgezag, over de betrouwbaarheid van de Bijbel. Ik vind het boeiend om te zien hoe hij hiermee omgaat en tegelijk ervaar ik afstand. Het doet mij allemaal te zeker, te massief aan. Ik besef dat er heel wat vragen zijn, maar zoals Schilder ermee omging, nee, dat kan ik niet, dat wil ik niet. 't Is ook krampachtig, zoals hij bezig is. Wel konsekwent, dat moet ik er direkt bij zeggen.
Wanneer hij reageert op gestelde vragen over de betrouwbaarheid van de bijbel, over eventuele tegenstrijdigheden en zo, dan komt hij aanzetten dat de oorspronkelijke handschriften van de verschillende boeken, foutloos zijn geweest en dat de latere overschrijvers fouten hebben gemaakt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief